Leopold von Schroeder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leopold von Schroeder

Leopold Alexander von Schroeder (Dorpat, 24 december 1851 [1] - Wenen, 8 februari 1920) was een Baltisch-Duits indoloog.

Leven[bewerken]

Leopold von Schroeder werd in 1882 universitair docent indologie aan de Universiteit van Dorpat, het tegenwoordige Tartu. In 1890 werd hij Russisch Staatsraad. Vanaf 1896 werkte hij als professor ordinarius aan de Universiteit van Innsbruck en in 1899 volgde hij Georg Bühler op als professor in de indologie aan de Universiteit van Wenen. Tot zijn bijzondere verdiensten behoort zijn vertaling van de Bhagavad gita uit het Sanskriet in het Duits. Ook hield hij zich wetenschappelijk bezig met sagen en mythen; zo deed hij onderzoek naar de bronnen van de graallegende en hij deed vergelijkende onderzoek naar oud-Griekse en oud-Indische mythen. Daarnaast maakte hij bewerkingen van Indische toneelstukken welke werden opgevoerd in Wenen en Riga, waaronder de liefdestragedie König Sundara, 1887, de tragedie Dara oder Schah Dschehan und seine Söhne, 1891, het blijspel Prinzessin Zofe, 1902 en Sakuntala, 1903.[2]

Von Schroeder was van mening dat Duitse wetenschappers, in tegenstelling tot hun Britse collega's, te weinig deden om hun vakgebied bekend te maken onder het grote publiek.[3] Als gunstige uitzondering noemde hij de indoloog Max Müller,[4] hoewel hij zijn wetenschappelijke theorieën afwees.[5]

Bayreuther Kreis[bewerken]

Door zijn vriendschap met Houston Stewart Chamberlain[6] raakte Von Schroeder betrokken bij de Bayreuther Kreis, de kring van Wagnervereerders rond Cosima Wagner. Hij schreef een tweetal werken over Wagner, Die Vollendung des arischen Mysteriums in Bayreuth, 1910 en Richard Wagner als Nationaler Dramatiker, 1913. Hij verzorgde ook lezingen voor wagnergezelschappen,[7] en daarnaast schreef hij voor de Bayreuther Blätter, een door Hans von Wolzogen opgericht tijdschrift ter verbreiding van de kennis rond Wagners muziek. Von Schroeder schreef een korte biografie over Chamberlain, 1918; ook schreef hij een aanbevelingsbrief aan het nobelprijscomité waarin hij Chamberlain nomineerde voor de Nobelprijs.[8] Chamberlain op zijn beurt droeg zijn boek Arische Weltanschauung, een werk waarin de waarde van de Indische filosofie voor een eigentijds publiek benadrukt wordt, op aan Von Schroeder.

Bibliografie[bewerken]

Boeken[bewerken]

Reden und Aufsätze[bewerken]

Het boek Reden und Aufsätze vornehmlich über Indiens Literatur und Kultur bevat de volgende eerder gepubliceerde artikelen (op volgorde van verschijningsdatum):

  • Einleitende Betrachtungen, Baltische Monatsschrift 1878
  • Veda und Psalmen, Baltische Monatsschrift, 1878
  • Über den Grundzug in dem Charakter der klassischen Sanskritpoesie, Baltische Monatsschrift, 1878
  • Über die Poesie des indischen Mittelalters. Vortrag gehalten in der Aula der Universität zu Dorpat, den 20. Februar 1882, E. J. Karow, Dorpat 1882
  • Das indische Rom und seine Campagna, 1891
  • Buddhismus und Christenthum. Was sie gemein haben und was sie unterscheidet, 1893; 2e oplage 1898.
  • Über die Entwicklung der Indologie in Europa und ihre Beziehungen zur Allgemeinen Völkerkunde, Mitteilungen der Anthropologischen Gesellschaft, Wenen 1895
  • Buddha, Der Thürmer, Heft I, 1898
  • Indiens geistige Bedeutung für Europa, inauguratierede, Beilage zur Münchener Allgemeinen Zeitung, 6 juli 1899
  • Über indische Poesie, Der Thürmer, 1899
  • Indische Gletscherfahrten, Die Zeit, 29 september 1900
  • Max Müller, Die Zeit, 3 november 1900
  • Vom Popularisieren, Die Zeit, 15 december 1900
  • Durch Indien nach Nepal, Die Zeit, 14 februari 1903
  • Otto Böhtlink, Neue Freie Presse, 17 april 1904
  • Die kriegerische Bedeutung des Buddhismus in Japan, Die Zeit, 2 augustus 1905
  • Orient und Individualismus, Die Zeit, 13 augustus 1905
  • Buddha und unsere Zeit, Neue Freie Presse, 15 oktober 1905
  • Über den Glauben an ein höchstes gutes Wesen bei den Ariern, Wiener Zeitschrift für die Kunde des Morgenlandes, Heft I, 1905
  • Steinklopferhans und Bhagavadgîtâ, Neue Freie Presse, 15 januari 1906
  • Ratthapâlo, Die Zeit, 27 oktober 1906
  • Noch einmal "Der Pilger Kamanita", Die Zeit, 23 december 1906
  • Indien, ohne die Engländer, Österreichische Rundschau, 1906
  • Der Pilger Kamanita, Neue Freie Presse, 6 januari 1907
  • Die Reden des Buddha, Österreichische Rundschau, 1907
  • Nochmals die Reden des Buddha, Die Zeit, 15 mei 1907
  • Altarische Religion, Österreichische Rundschau, 1907
  • Die Bedeutung der arischen Sagenquelle für unsere heutige Kultur, Werandi, Heft I, 1908
  • Buddha in Japan, Die Zeit, 30 december 1909
  • Der arische Naturkult als Grundlage der Sage vom heiligen Gral, Bayreuther Blätter, 1911

Overige tijdschriftpublicaties[bewerken]

  • Apollon-Agni, Zeitschrift für vergleichende Sprachforschung, N. F. IX, 3 en 4

Toneelstukken[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. 12 december 1851 volgens de juliaanse kalender die toen nog in gebruik was in Rusland.
  2. Wilpert, Gero von, Deutschbaltische Literaturgeschichte, C.H. Beck, München 2005, p. 195
  3. Schroeder, L. von,, Houston Stewart Chamberlain. Ein Abriß seines Lebens, J. F. Lehmanns Verlag, 1918, p. 14-17
  4. Schroeder, L. von, Vom Popularisieren, in Reden und Aufsätze, p. 312, Haessel, Leipzig 1913
  5. Schroeder, L. von, Max Müller, ibidem, p. 303-304
  6. Field, Geoffrey G., Evangelist of Race. The Germanic Vision of Houston Stewart Chamberlain, Columbia University Press, 1981, p. 141
  7. Field, Geoffrey G., ibidem, p. 126
  8. Field, Geoffrey G., ibidem, p. 285