Levende taal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een levende taal is een natuurlijke taal die door iemand ter wereld als zijn of haar moedertaal wordt beschouwd en die niet alleen maar wordt beheerst als vreemde taal om slechts te worden gebruikt in bepaalde – bijvoorbeeld wetenschappelijke en liturgische – kringen.

Zo had bijvoorbeeld het Manx tot 1974 nog moedertaalsprekers. Het was daarmee een levende taal. Tegenwoordig wordt het Manx alleen nog als tweede taal onderwezen en gebruikt. Het Latijn is volgens de hiervoor gegeven definitie een ander voorbeeld van een "dode taal" i.p.v. een levende.[1]

Statistieken[bewerken]

Het totale aantal levende talen wordt geschat op 6000 à 7000. Vermoedelijk lag dit aantal zo'n duizend à tweeduizend jaar geleden hoger (ca. 15. 000), aangezien er in de loop der eeuwen veel meer talen zijn verdwenen dan bij gekomen. Helemaal zeker is dit echter niet, aangezien er geen bewijzen voorhanden zijn en bovendien het precieze aantal talen afhangt van hoe het begrip "taal" precies wordt gedefinieerd (bijvoorbeeld in verhouding tot een dialect).

Zie ook[bewerken]