Ligand (biochemie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een ligand in de biochemische betekenis van het woord is een molecuul dat aan een ander, doorgaans groter molecuul kan binden, zoals een signaalmolecuul aan een membraaneiwit. Een ligand kan alleen een binding aangaan met een specifiek doelmolecuul (meestal een eiwit of nucleïnezuur). Wanneer een ligand aan een doelmolecuul bindt, heeft dit altijd een moleculair proces tot gevolg, waardoor een bepaalde functie wordt uitgevoerd, zoals stabilisatie, katalyse, regulatie van een enzymatische activiteit of signaaltransductie. De binding veroorzaakt vaak een conformatieverandering van het doelmolecuul.

Ligandbinding vindt plaats door intermoleculaire krachten, zoals ioninteracties, waterstofbruggen en vanderwaalskrachten. Wanneer een ligand bindt aan een receptoreiwit verandert de ruimtelijke structuur, zodat de receptor zijn actieve of inactieve vorm aanneemt. Liganden omvatten signaalmoleculen, substraten, inhibitors, activators en neurotransmitters. De mate van ligandbinding noemt men de affiniteit van het ligand voor het doeleiwit.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]