Membraaneiwit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een membraaneiwit is een eiwit dat niet vrij in de cel voorkomt, maar slechts gekoppeld aan een celmembraan. Er zijn meerdere soorten membraaneiwitten:

  • Perifere membraaneiwitten. Dit zijn membraaneiwitten die gekoppeld zijn aan een membraan maar er niet doorheen steken, zoals vetzuren.
  • Integrale membraaneiwitten. Dit zijn membraaneiwitten die doorheen de membraan steken. Tot de integrale membraaneiwitten behoren de transmembraanproteïnen.

De structuur van de eiwitten hangt af van hun toestand: een in de membraan verankerd eiwit heeft vaak fosforylering-, glycosylering- en myristyleringplaatsen, die posttranslationeel hun tertiaire structuur beïnvloeden.

Membraaneiwitten zijn medicinaal belangrijk. Ongeveer de helft van alle toegelaten geneesmiddelen beïnvloeden de membraaneiwitten.[1]

Voorbeeld 1[bewerken]

De eiwitten en enzymen die betrokken zijn bij de energievoorziening van cellen zijn in de mitochondriën aan membranen gekoppeld. Op deze wijze kunnen de reactieproducten van het ene eiwit makkelijk als uitgangsstof voor een volgend eiwit doorgegeven worden.

Voorbeeld 2[bewerken]

Membranen bestaan uit een soort zeepachtige moleculen. Eén deel van het molecuul lost goed op in water (en is dus hydrofiel of lipofoob), het andere deel heeft meer een soort olieachtige structuur (en is dus hydrofoob of lipofiel. De olieachtige delen van de membraanmoleculen gaan tegenover elkaar liggen en vormen zo een olieachtige laag tussen twee stukken van een cel, of tussen de cel en de buitenwereld. Allerlei hydrofiele stoffen (die dus goed wateroplosbaar zijn, en slecht oplosbaar in olie (lipofoob)) kunnen dus niet zomaar de membraan passeren. Membraaneiwitten maken het transport van dit soort deeltjes dan mogelijk.