Ridderorden en onderscheidingen in nazi-Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Infanterie-Sturmabzeichen model '57 van na de oorlog

Het Duitse Rijk was na de gelijkschakeling van 1933 onderworpen aan de alleenheerschappij van de NSDAP. Voor de Duitse ridderorden en onderscheidingen betekende dat een scherpe breuk met het verleden. De monarchieën hadden tientallen ridderorden en honderden onderscheidingen gesticht om moed, verdienste of enkel adeldom te kunnen honoreren. Als reactie op de hoogconjunctuur van de orden en onderscheidingen verkozen de Republiek van Weimar en de deelstaten om geen enkele orde en slechts enkele medailles, voor redding of vrijwilligerswerk bij de brandweer, te stichten.

Onder het nazibewind werden in 12 jaar zoveel onderscheidingen ingesteld dat zij 614 van de 4071 catalogusnummers van de Nimmergut-catalogus van Duitse orden en onderscheidingen van de middeleeuwen tot 1945 innemen.

Behalve de onderscheidingen van de Duitse staat waren er ook die van de NSDAP en haar organisaties zoals de Hitlerjugend. Staat en partij waren zozeer met elkaar vervlochten dat de onderscheidingen van partijorganisaties als de SS en die van de staat naast elkaar kunnen worden behandeld. Partij en staat waren in deze dictatuur immers één.

De Kampfabzeichen, in het Nederlands te vertalen als "gevechtsinsigne", was een categorie onderscheidingen van de Duitse Wehrmacht. De insignia hadden gemeen dat zij door de bevelhebbers van de strijdmachtonderdelen werden ingesteld.

Deze Kampfabzeichen worden geen van allen aan een lint gedragen en er is ook geen baton. Men speldt ze op de borst (meestal op de rechterborstzak van het uniform) en de schilden worden op de schouder vastgemaakt.

Alle Kampfabzeichen zijn ingesteld om aanwezigheid aan het front te belonen. Soms werden ze ook voor moed, verdienste of het behalen van bepaalde, van tevoren vastgestelde, resultaten toegekend. Dat kan het neerschieten van drie vliegtuigen zijn zoals bij het Luchtafweerinsigne van het Leger. Meestal gold de regel dat men een bepaald aantal dagen aan het front of op een oorlogsbodem in actieve dienst moest zijn geweest.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in Duitsland gebruikelijk geworden om ridderkruisdragers van het IJzeren Kruis, die ook het eikenloof droegen de "Kampfabzeichen" in goud en versierd met briljanten te verlenen.

Bijna alle na 1933 ingestelde versierselen zijn met een hakenkruis versierd. Dat betekent dat het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen van deze onderscheidingen in Duitsland aan strenge wettelijke regels is onderworpen.

De vier geallieerden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e November 1923, de zogenaamde "Blutorden", bleef streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheidingen werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen[1].

Ridderorden[bewerken]

Duits Kruis

Militaire onderscheidingen[bewerken]

Spanje[bewerken]

Ehrenkreuz für Hinterbliebene deutscher Spanienkämpfer

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

IJzeren Kruis uit 1940

Heer (Landmacht)[bewerken]

Kruis voor 40 jaar dienst uit 1939
Heeres-Flakabzeichen

Kriegsmarine (Marine)[bewerken]

Mijnenveger-Oorlogsinsigne

Luftwaffe (Luchtmacht)[bewerken]

Erdkampfabzeichen der Luftwaffe, de nazi-uitvoering

Waffen SS en politie[bewerken]

Bandenkampfabzeichen

Onderscheidingen voor buitenlanders en volkeren in het Oosten[bewerken]

Civiele onderscheidingen[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Afbeelding van het Moederkruis.
Olympisches Ehrenzeichen 1936

Onderscheidingen van de politie[bewerken]

Polizei-BergführerabzeichenInsigne voor de berggidsen van de Duitse Politie

Onderscheidingen van de Rijksarbeidsdienst[bewerken]

Onderscheidingen van het Duitse Rode Kruis[bewerken]

Sportonderscheidingen[bewerken]

Rijkssportinsigne 1935 - 1944

Onderscheidingen van de NSDAP[bewerken]

Partijspeld

Onderscheidingen van de SA[bewerken]

Germaanse Prestatierune in Brons

Onderscheidingen van de SS[bewerken]

Dienstonderscheiding van de SS

Onderscheidingen van Hitlerjugend en Bond van Duitse Meisjes[bewerken]

Insigne

De ridderorden en onderscheidingen van nazi-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Deze versierselen zijn met een hakenkruis versierd. Dat betekent dat het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen van deze onderscheidingen in Duitsland aan strenge wettelijke regels is onderworpen.

De vier geallieerden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Ook het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e November 1923, de zogenaamde "Blutorden", werd streng verboden.

Het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheidingen van de nazi's werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen[1]. De onderscheidingen van de partij, partijorganisaties als de Hitlerjugend en SA en die van de SS mochten niet meer worden gedragen.