Naar inhoud springen

Nahkampfspange

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Nahkampfspange (Nederlands: "Gesp voor man-tegen-mangevechten") was een Duitse militaire onderscheiding die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan vooral stoottroepen werd uitgereikt.

De onderscheiding werd bij decreet van 25 november 1942 door Adolf Hitler ingesteld.[1][2][3][4] Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog de hoogste decoratie van de Duitse infanterie. De gesp werd in drie graden ("Stufen") (in brons, zilver en goud) toegekend aan militairen van alle rangen. Zij moesten hun moed in een gevecht van man tegen man, een zogeheten "Grabenkampf" hebben bewezen. Ook aanvallen op tanks en al die gevechten waarin men "het wit in de ogen van de vijand had gezien" telden mee voor het winnen van deze onderscheiding.

Van de naar schatting 18-20 miljoen soldaten van de Wehrmacht werden niet meer dan 36.400 bronzen, 9500 zilveren en 631 gouden gespen uitgereikt. Dat maakt de Nahkampfspange zeldzamer dan de hogere rangen van het IJzeren Kruis.[5]

Om het aantal gevechten bij te houden werden door ieder regiment zogenaamde Nahkampflisten bijgehouden. Onder gevechtsomstandigheden kwam het daar niet altijd van. Het kwam ook voor dat de lijsten verloren gingen. Zo kon niet iedere Duitse soldaat die voor een Nahkampfspange in aanmerking kwam het benodigde bewijs leveren.

Brons (1. Stufe) voor 15 dagen waarin man-tegen-man gevochten werd Zilver (2. Stufe)voor 30 dagen waarin man-tegen-man gevochten werd Goud (3. Stufe)voor 50 dagen waarin man-tegen-man gevochten werd Gedenazificeerde gesp zonder swastika
Een kapitein met het ridderkruis van het IJzeren Kruis en de Nahkampfspange

De divisiecommandant kon zwaargewonde soldaten die in de toekomst niet meer voor gevechten konden worden ingezet een Nahkampfspange toekennen wanneer deze ten minste 10 dagen hadden gevochten. Zij kwamen dan voor de bronzen gesp in aanmerking. Voor 20 dagen was er een zilveren gesp en voor 40 dagen waarin man-tegen-mangevechten waren geleverd een gouden gesp.[6][1][7][3] De gespen werden vaak door hooggeplaatste generaals of nazi-leiders zoals Heinrich Himmler opgespeld. De met de gouden Nahkampfspange gedecoreerde soldaten kregen drie weken verlof en konden tezelfdertijd ook het Duitse Kruis, de opstap naar het ridderkruis van het IJzeren Kruis ontvangen. In ieder geval moest bij toekenning van de gouden Nahkampfspange worden onderzocht of de soldaat daarvoor in aanmerking kwam.

Postuum toegekende gespen werden aan de nabestaanden gegeven. In gevangenschap geraakte of vermiste soldaten verloren het recht op de Nahkampfspange.

Bij de instelling was alleen aan de infanterie gedacht. In 1944 werd ook een Nahkampfspange voor de Duitse Luchtmacht ingevoerd. Niet alleen de parachutisten maar ook ander personeel van de luchtmacht nam steeds vaker deel aan gevechten op de grond.

De gesp werd boven de batons of de zak op de linkerborst gedragen. De dragers mochten de gesp op burgerkleding in een verkleinde vorm opspelden en op een rokkostuum ook als miniatuur aan een kleine ketting op het revers dragen.

In het Derde Rijk was het gewoonte, maar geen voorschrift, de dragers van de Nahkampfspange met de Hitlergroet te begroeten. Dat gebeurde ook wanneer er ridderkruisdragers van het IJzeren Kruis 1939 aanwezig waren.

Na de oorlog verboden de geallieerden het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen. In de zogenaamde DDR is dat verbod steeds van kracht gebleven. In de Bondsrepubliek Duitsland mocht men een gedenazificeerde gesp, dus zonder swastika, dragen.

De onderscheiding werd door de militaire kunstenaar Wilhelm Ernst Peekhaus ontworpen.[6][8][4] Normaal staat op de achterkant "Fecit WE Peekhaus Berlijn". Aan de rechterkant van de achterzijde staat het logo of de naam van de fabrikant. De Nahkampfspange was in zink gegoten en is, afhankelijk van de fabrikant van de gesp, plat of licht gebogen. Het ontwerp toont een gekruiste bajonet en een handgranaat met een steel als centraal motief. Daarboven zijn een adelaar, symbool van het Duitse Rijk en van de Wehrmacht en een hakenkruis geplaatst. Op de armen van de gesp zijn eikenbladeren afgebeeld. De afwerking is met "Brennlack," uitgevoerd, een coating van brons-, zilver- of goudkleurig metaalpoeder. De lengte van de Nahkampfspange varieert van 95 tot 97 millimeter. Het gewicht varieert tussen 24 en 37 gram en is afhankelijk van het gebruikte metaal.

Geborduurde Nahkampfspangen zijn nooit in omloop gebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Dit insigne was van een hakenkruis voorzien. Als gevolg daarvan is het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen ervan in Duitsland aan strenge wettelijke regels is onderworpen.

De geallieerde mogendheden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van dit insigne werd net als het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e November 1923, de zogenaamde "Bloedorde", streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheiding werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen.[9] Ook met de Nahkampfspange is dat het geval.