Limburgse Kunstkring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De leden bij de oprichting in 1910 te Maastricht.

De Limburgse Kunstkring is een kunstenaarscollectief dat in 1910 in Maastricht werd opgericht en nog altijd actief is.

Oprichters van de kunstkring waren Jan Bakhoven, Guillaume Eberhard, Herman Gouwe, Rob Graafland, Frans van de Laar, Henri Jonas, J. Van der Kooy, Jos Narinx en Vic Reinders, die elkaar regelmatig ontmoetten in het toenmalige Café Suisse op het Vrijthof te Maastricht.

De meeste leden hebben een professionele opleiding genoten in de beeldende kunst.

De Limburgse Kunstkring stelt zich ten doel:

  • Het bevorderen van een optimaal kunstzinnig klimaat in de eigen regio, te weten Nederlands- en Belgisch Limburg.
  • Het onderhouden van een professioneel samenwerkingsverband, waarbinnen aan de leden ruimte geboden wordt voor onderlinge samenwerking, het toetsen van ideeën en het uitwisselen van ervaringen op artistiek niveau.
  • Het bieden van een platform waarop de aangesloten kunstenaars zich profileren.

Het Museum aan het Vrijthof bezit een collectie schilderijen en tekeningen van diverse leden uit de beginjaren van de Limburgse Kunstkring (onder anderen Henri Jonas en Rob Graafland).


Geschiedenis

De Limburgse Kunstkring werd in 1910 opgericht met als doel de belangstelling voor kunst te stimuleren, o.a. door het organiseren van tentoonstellingen en lezingen.

Hotel de Suisse op het Vrijthof in Maastricht was de 'broedplaats' waar diverse kunstenaars regelmatig bij elkaar kwamen, zij werden ook wel 'de bende in de Suisse' genoemd. Een aantal van deze kunstenaars verenigde zich in de 'Limburgsche Kunstkring' waarna diverse activiteiten ontplooid werden. Uit bewaard gebleven brieven (periode 1919-1924) blijkt dat het bestuur zich niet alleen bezig hield met het organiseren van exposities en lezingen in Limburg, maar ook invloed probeerde uit te oefenen op bv gemeentelijke stadsontwikkeling. In 1919 nam de Limburgsche Kunstkring het initiatief om te komen tot een federatie van Kunstkringen in Limburg. De Kunstkringen van Heerlen, Venlo en Roermond werden daartoe aangeschreven maar resultaat heeft dat niet opgeleverd. Er werden in die eerste decennia ook pogingen tot uitwisseling ondernomen met kunstkringen in het westen van het land. In de jaren 1922 t/m 1924 ontstond het initiatief om samen met 'Kunstkring Het Zuiden' (Vlissingen) en 'Het 's-Hertogenbossche comité voor Kunsttentoonstellingen' tot een 'Zuidelijke Driejaarlijksche' te komen, een circuit van uitwisselingsexposities tussen de drie steden. Hiermee hoopte men een tegenwicht te kunnen bieden aan de geïsoleerdheid van de zuidelijke provincies ten opzichte van o.a. de grote kunststeden Amsterdam en Den Haag die vaak een geringschattende houding aannamen over 'kunst uit de provincie'. De drie exposities vonden plaats, maar kenden voor zover bekend geen vervolg meer met een nieuwe ronde. In 1930 exposeerden een aantal leden in Haarlem bij de zustervereniging 'Kunst zij ons doel'.

In 1925 telde de kring 22 werkende en 132 kunstlievende leden, 43 donateurs en zeven ereleden. Erkenning van de gemeentelijke zijde volgt in 1925, als deze de bovenverdieping van de linkervleugel van het Generaalhuis (Vrijthof 46) gratis ter beschikking stelt aan de Limburgsche Kunstkring voor de activiteiten van een stedelijk museum. De Museumcommissie was van plan een museumcollectie op te bouwen met behulp van particulieren die bereid waren om kunstwerken (in bruikleen) af te staan. Daarnaast was deze commissie van plan tentoonstellingen te organiseren van nationale en internationale gerenommeerde moderne kunst maar ook de oude kunst. Van deze plannen is niet veel terecht gekomen, want uiteindelijk zijn vooral tentoonstellingen georganiseerd van het werk van de eigen leden.


Het Stedelijk Museum blijft tot 1943 bestaan. Het Museum aan het Vrijthof (het huidige Fotomuseum aan het Vrijthof) kreeg een collectie schilderijen en tekeningen van diverse leden van de Limburgsche Kunstkring in bezit, o.a. van Henri Jonas en Rob Graafland.

Het schisma van 1936: de Limburgse Kunstkring krijgt concurrentie

In 1936 werd de Kunstenaarsvereeniging Limburg opgericht op initiatief van Alexander Stols en Joep Nicolas, als de moderne concurrent van de toen meer traditionele Limburgsche Kunstkring.

Leden kunnen alleen zijn scheppende kunstenaars, die kunnen worden ingedeeld in de groepen vrije- en toegepaste kunsten. De vereniging trad ook op als vakbond, wat zeer belangrijk was voor de kunstenaars tijdens de crisisjaren.

De lijst van aangesloten leden bevat de namen van: Edmond Bellefroid, Charles Eyck, Han Jelinger, Harrie Koolen, Paul Kromjong, Hub Levigne, Judy Michiels van Kessenich, Joep en Suzanne Nicolas, Jef Scheffers, Henri Schoonbrood, Cephas Stauthamer, Charles Vos en Paul Windhausen (groep vrije kunsten-beeldhouwkunst, schilderkunst, grafische kunst) en Alphons Boosten, Henri Reck, Jos Wielders, Willy Marres, Charles Nypels, Alexander Schols, Willem Veltman (groep toegepaste kunsten zoals glasschilderkunst, decoratieve schilder- en beeldhouwkunst, typografische kunst en architectuur).

De leden komen bij elkaar in café Aux Pays Bas aan het Vrijthof in Maastricht. De professionalisering van kunst in Limburg valt samen met een plotseling toenemende belangstelling voor het werk van Limburgse kunstenaars buiten de eigen kring. Een vaste expositieruimte werd gevonden in de kunstzaal “De Gulden Roos”, gelegen aan Grote Looiersstraat in Maastricht. De kunstzaal was op 16 juni 1934 geopend met een breed opgezette tentoonstelling van beeldende kunst en kunstnijverheid uit Maastricht.

Er is een voortdurende wrijving tussen de Limburgsche Kunstkring en de Kunstenaarsvereeniging Limburg. De eerste krijgt gemeentelijke subsidie en heeft de mogelijkheid exposities te organiseren in het Stedelijk Museum in het Generaalshuis aan het Vrijthof. De Kunstvereeniging Limburg moet het hebben van de goede contacten van de bestuursleden Joep Nicolas en Alexander Stols, die de leden in staat stellen deel te nemen aan de exposities en van de mogelijkheid te exposeren in de kunstzaal De Gulden Roos. De opmars van de leden van de Kunstenaarsvereeniging Limburg lijkt niet te stuiten en ook hun deelname aan de Wereldtentoonstelling in Parijs 1937 is een succes.

Het conflict tussen de Kunstenaarsvereeniging Limburg en de Limburge Kunstkring is in november 1937 op zijn hoogtepunt. In dat jaar organiseerde het Haags Gemeentemuseum een grote tentoonstelling met Limburgse kunstenaars die werd samengesteld met medewerking van de Kunstenaarsvereeniging, met voorbijgaan aan de Limburgse Kunstkring. Broodnijd lijkt de werkelijke reden voor het schisma in de Limburgse kunstwereld, waarbij de ‘professionele’ werkzame kunstenaars kiezen voor de nieuwe Kunstenaarsvereeniging Limburg en de zgn. ‘amateurs’ noodgedwongen lid blijven van de Limburgsche Kunstkring. Bij de Kunstenaarsvereeniging Limburg sluiten zich bovendien een aantal voorheen niet-georganiseerde kunstenaars aan die vooral van buiten Maastricht afkomstig zijn.

Het succes van de jaren 1936-1937 wordt gevolgd door het vertrek van Joep Nicolas naar de Verenigde Staten en Alexander Stols naar Den Haag in 1939, waarna de Vereeniging nog slechts een zieltogend bestaan leidt, en tenslotte tijdens de oorlog in april 1941 wordt opgeheven.


Na de oorlog

In 1941 werd de Limburgsche Kunstkring gedwongen om zichzelf op te heffen omdat de door de Duitse bezetter geëiste aansluiting bij de Kultuurkamer geweigerd werd. Na de oorlog echter werd de opheffing bij de rechter aangevochten als zijnde afgedwongen; in 1947 werd de Limburgsche Kunstkring met terugwerkende kracht tot de opheffingsdatum weer in ere hersteld. Welke activiteiten de Limburgsche Kunstkring in de jaren daarna ondernam blijft onduidelijk, pas vanaf 1969 zijn weer nieuwe activiteiten te traceren. Daarbij blijkt echter uit recensies van exposities dat het artistieke niveau in die periode van een nieuw begin meer dan eens als 'amateuristisch' en 'huisvlijt' werd afgedaan. De laatste decennia is het aandeel van professionele kunstenaars weer steeds groter geworden zodat nu weer gesproken mag worden van een professionele kunstkring waarvan de meeste leden ook een professionele kunstopleiding hebben genoten.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]