Litoměřice

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Litoměřice
Stad in Tsjechië Vlag van Tsjechië
Vlag Wapen
Litoměřice
Litoměřice
Situering
Regio (kraj) Ústí nad Labem Regiovlag
District (okres) Litoměřice
Coördinaten 50° 32′ NB, 14° 7′ OL
Algemeen
Oppervlakte 17,99 km²
Inwoners (2006) 25.517
Politiek
Burgemeester Ladislav Chlupáč
Overig
Postcode(s) 412 01
Gemeentenummer 564567
Website http://www.litomerice.cz
Portaal  Portaalicoon   Tsjechië

Litoměřice (Duits: Leitmeritz) is een stad in de Tsjechische regio Ústí nad Labem. De stad ligt op de plaats waar de rivier Eger uitmondt in de Elbe. Het gebied waar Litoměřice in ligt wordt wel Zahrada Čech (de tuin van Tsjechië) genoemd, vanwege het relatief warme klimaat. Drie kilometer ten oosten van de stad ligt de berg Radobýl.

St. Stephan catedral in Litoměřice

Geschiedenis[bewerken]

In de vroege middeleeuwen woonde hier de Slavische stam van de Lutomericii, die zijn naam gaf aan de latere stad. In de 10de eeuw behoorde het gebied tot het Boheemse koninkrijk en werd er een burcht opgericht. Rond 1225 werd een stad bij de burcht gesticht en voorzien van Duits (Maagdenburgs) stadsrecht en bevolkt met handswerkslieden en handelaren uit het naburige Saksen, maar ook uit het Rijnland. De ontwikkeling bleef steken in de 14de eeuw nadat een brand de stad had verwoest en de pest de bevolking decimeerde. Tijdens de Hussietenoorlogen koos de stad de kant van de koning tegen de opstandelingen, maar omdat inmiddels het Tsjechische en Hussitischgezinde aandeel aan de bevolking sterk was toegenomen, koos de stad uiteindelijk de partij van de Utraquisten en verdreef in 1436 het Duitse patriciaat uit de stadsregering. Economische bloei ging gelijk op met de nieuwe zelfbewuste koers en ook de inmiddels Luthers geworden Duitse minderheid koos stelling tegenover het centralisme van de koningen die inmiddels uit het Habsburgse huis stamden. Na de opstand van 1618 werd de stad op deze houding afgerekend. In de Slag op de Witte Berg werden Utraquiesten en Lutheranen verslagen en vervolgens uitgewezen, tenzij zij zich bekeerden tot het Katholicisme. De stad ontvolkte en werd onieuw ingericht als kerkelijk centrum - sinds 1655 een bisdom – en verrijkt met kloosters en scholen waarvan het barokke stadsbeeld nog steeds getuigt. Italiaanse architecten en kunstenaars speelden een bepalende rol in de nieuwbouw van de verwoeste en verlaten stad. Onder de nieuwe inwoners werden gaandeweg de Duitstaligen weer bepalend en vanaf 1738 zijn de raadsprotocollen, in plaats van Tsjechisch, Duits genotuleerd. De economie van de stad werd steeds meer bepaald door de aanwezigheid van garnizoenen en de bouw van fortificaties, waaronder die van het naburige Theresienstadt. Door de tolerantiegezindheid van keizer Joseph II konden aan het einde van de 18de eeuw zich ook weer Lutheranen en Joden in de stad vestigen en ontstond een nieuwe dynamiek. In de vroege 19de eeuw stamde een van de voorlopers van de Tsjechische nationale beweging Josef Jungmann uit Leitmeritz. Tot aan het einde van de Oostenrijkse periode zou de stad daarna in inwonertal van 3.000 tot 15.000 toenemen. Ook de Tsjechische minderheid groeide door de toevloed van plattelanders tot 7% in de volkstelling 1910. Vermoedelijk veel meer, want tweetaligen gaven zich vaak als Duitstalig op. De Duitse meerderheid was zeer dominant en voelde zich bedreigd, wat zich manifesteerde in handhaving van het Duits als enige officiële taal en de onderdrukking van Tsjechische cultuuruitingen en scholen.

Na de opname van de stad in de nieuwe Tsjechoslowaakse Republiek van 1918, werd de stad door Tsjechische milities bezet, waartegen de Duitse raadsmeerderheid tevergeefs protesteerde. Tsjechen kregen volledige rechten en bij de volkstellingen bleek nu dat een derde van de burgers zich vrij voelde Tsjech te noemen. De spanningen tussen beide bevolkingsgroepen namen toe en de positie van de Duitstaligen versterkte zich via de Sudetenduitse partij van Konrad Henlein met een twee-derde raadsmeerderheid, wat niet voorkwam dat het gemeentebestuur tweetalig werd. In 1938 werd het Sudetenland door het nationaalsocialistische Duitse Rijk geannexeerd en verdween het Tsjechisch als officiële taal. Enkele duizenden Tsjechen verlieten toen Leitmeritz, anderen pasten zich aan. Alle Tsjechische instellingen werden opgeheven.

In 1945 kwamen de Tsjechische autoriteiten terug en volgens de Beneš-decreten werden nu de 15.000 Duitse inwoners de stad uitgezet. Zie ook Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Nieuwe industrie en de centralisatiepolitiek schiepen een bestaansbasis voor het nieuwe Litoměřice met een vrijwel geheel nieuwe bevolking, die langzaam de vooroorlogse omvang bereikte, dan stagneerde en na 1990 iets terugliep.


Bezienswaardigheden[bewerken]

  • Het K.H.Mácha Stadstheater werd gebouwd in 1822 naar ontwerp van de architect J. Gaube. Het is één van de oudste theaters in Tsjechië.
  • De bisschoppelijke residentie, gebouwd aan het eind van de 17de eeuw.
  • o.a. Jezuïetenkerk, Dominicanenkerk, Kapucijnenkerk, Adalbertkerk en Wenceslauskerk.

Partnersteden[bewerken]

Litoměřice gezien vanaf de Radobýl, met aan de rechterkant de Elbe

Personen[bewerken]

Geboren in Leitmeritz/Litoměřice[bewerken]

  • František Antonín Rössler (oorspronkelijk Franz Anton Rössler, 1750-1792 componist
  • Wenzel Pilsak von Wellenau (1779-1855) Oostenrijks generaal-majoor en vuurwapenfabrikant
  • Joseph Emanuel Hilscher (1806-1837) Duits romantisch dichter
  • Alfred Kubin (1877-1959) Oostenrijks graficus, boekillustrator en schrijver wiens werk door de nazis als entartet werd beschouwd
  • Kurt Honolka (1913-1988) propagandistisch Wehrmacht-oorlogsverslaggever
  • Rudolf Buchbinder (1946) concertpianist en dirigent in Oostenrijk
  • Jiří Růžek (1967) Tsjechische kunstfotograaf
  • René Andrle (1974) Tsjechisch wielrenner