Locre No.10 Cemetery

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locre No.10 Cemetery
Graven en Cross of Sacrifice
Graven en Cross of Sacrifice
Bouwjaar 1918
Locatie Loker, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 133
Ongeïdentificeerde slachtoffers 86
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper William Cowlishaw

Locre No. 10 Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Loker, een deelgemeente van Heuvelland. De begraafplaats ligt 1,2 km ten zuiden van het dorpscentrum. Deze kleine L-vormige begraafplaats werd ontworpen door William Cowlishaw en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Het terrein heeft een oppervlakte van 730 m² en is omgeven door een natuurstenen muur. Het Cross of Sacrifice staat recht tegenover de ingang, op een sokkel dat ingebouwd is in de westelijke omheiningsmuur. De begraafplaats bestaat uit een Brits en een Duits perk. Er liggen 133 doden begraven. Het perk met de Duitse graven bevindt zich in de korte zijde van de L-vormige begraafplaats.

Geschiedenis[bewerken]

Loker lag bijna de hele oorlog op een relatief veilige afstand van het front. Tijdens het Duitse lenteoffensief viel het dorp op 25 april in Duitse handen. Tijdens de daarop volgende week werd het tot driemaal toe door de Fransen en de Duitsers heroverd tot het uiteindelijk na hevige gevechten begin juli definitief door de Fransen werd ingenomen. Het St.-Antoniusklooster (nu Huize Godtschalck)[1] [2] was ingericht als medische post (Casualty Clearing Station) om de talrijke gewonden op te vangen. De begraafplaats werd door de Fransen in het voorjaar van 1918 gestart. Na de oorlog werden de Franse graven naar andere begraafplaatsen overgebracht en werden Britse en Duitse slachtoffers die in de omgeving van Loker gesneuveld waren hier begraven.

Er liggen nu 58 Britten (waaronder 14 niet geïdentificeerde). In het Duitse perk liggen 75 doden waarvan slechts 3 konden geïdentificeerd worden. Zij liggen verzameld onder 9 grafzerken. Voor 3 Britten werden Special Memorials[3] opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze zich onder de niet geïdentificeerde graven bevinden.

De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd.[4]

Onderscheidingen[bewerken]

  • sergeant T.H. Chattington en de korporaals W. Penny en T.A. Flewitt ontvingen de Military Medal (MM).

Externe links[bewerken]