Lodewijk Ernst Visser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk Ernst Visser
Visser in 1938
Visser in 1938
Geboren 2 september 1871 (Amersfoort)
Overleden 17 februari 1942 (Den Haag)
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederlands
Functies
19391940
President van de Hoge Raad der Nederlanden
19331939
Vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden
19151933
Raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden
19111915
Vicepresident van de Arondissementsrechtbank Rotterdam
19031911
Rechter bij de Arondissementsrechtbank Rotterdam
Lijst van presidenten van de Hoge Raad der Nederlanden

Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 2 september 1871 - Den Haag, 17 februari 1942), jurist, was een voormalige Joods-Nederlandse president van de Hoge Raad der Nederlanden. Visser was tijdens de Tweede Wereldoorlog oprichter en voorzitter van de Joodsche Coördinatie Commissie.

Juridische carrière[bewerken]

Visser promoveerde in 1894 aan de Universiteit van Utrecht in het staatsrecht. Na korte tijd in Parijs te hebben gestudeerd ging hij als advocaat aan de slag. In 1897 werd hij ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze functie hield hij na een aantal jaren voor gezien, omdat hij meende daar als Joods persoon weinig carrièremogelijkheden te hebben. In die tijd speelde namelijk de Dreyfus-affaire die ook een toename van het antisemitisme in Nederland tot gevolg had. Visser werd daarom in 1903 weer advocaat, maar in hetzelfde jaar nog verruilde hij deze betrekking voor die van rechter bij de arrondissementsrechtbank van Rotterdam. In 1911 volgde zijn promotie tot vicepresident bij diezelfde rechtbank. In 1915 trad hij als raadsheer toe tot de Hoge Raad. In 1933 werd hij vicepresident en in 1939 president van de Hoge Raad. Al snel na het begin van de bezetting werd hij door de Duitse bezetter op 21 november 1940 geschorst en per 1 maart 1941 ontslagen, als onderdeel van het ontslag van alle joodse ambtenaren. Geen van de raadsheren van de Hoge Raad tekende protest aan naar aanleiding van zijn schorsing en ontslag.

Activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Hij zette zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in voor de Joodse bevolking. Visser was de voorzitter van de Joodse Coördinatie Commissie - in tegenstelling tot de Joodsche Raad een autonome organisatie, die in december 1940 door de twee joodse kerkgenootschappen was opgericht - en was tevens een van de voornaamste medewerkers van de illegale krant Het Parool. In de loop van 1941 kwam hij herhaaldelijk op voor de belangen van de joodse mannen, die bij de razzia's van februari en juni 1941 in Amsterdam en september-oktober dat jaar in het oosten van het land, waren opgepakt en weggevoerd naar Duitse concentratiekampen. Hij deed een beroep op de hoogste Nederlandse ambtenaren, de secretarissen-generaal van de overheidsdepartementen in Den Haag, om bij de Duitse bezettingsautoriteiten te interveniëren. Toen dit onvoldoende opleverde en er steeds meer doodsberichten kwamen van de naar de concentratiekampen weggevoerde mannen, deed Visser, op uitsluitend persoonlijke titel en niet namens een joodse organisatie, een beroep op Hanns Rauter, de hoogste baas van de Duitse politie en SS in Nederland. Maar deze weigerde hem te ontvangen en toen Visser zich vervolgens schriftelijk tot hem wendde, beantwoordde hij dit niet.

Ook nadat de Joodse Coördinatie Commissie door de bezetter in oktober 1941 was opgeheven en de Joodse Raad als enige door de bezetter erkende vertegenwoordiger van de Nederlandse joden was overgebleven, bleef Visser kritisch tegenover de raad. Hierover voerde hij een correspondentie met David Cohen, een van de twee voorzitters van de Joodse Raad. Daarnaast bleef Visser contact onderhouden met regeringsambtenaren in Den Haag om hen te bewegen zich voor de joodse Nederlanders in te zetten. De Duitse bezetters dreigden hem in een concentratiekamp te plaatsen als hij niet met zijn activiteiten ophield, maar enkele dagen later overleed hij op 70-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Geen van de leden van de Hoge Raad was aanwezig bij zijn begrafenis. Zijn vrouw Cornelia Wertheim overleed in het doorgangskamp Westerbork.

In Amsterdam is het Mr. Visserplein tussen de Jodenbreestraat en de Portugees-Israëlietische Synagoge naar hem vernoemd.

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Rh. Feith
President Hoge Raad
1939-1940
Opvolger:
J. van Loon