Lorenz-ijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Lorenz-ijk (of Lorenz-ijking) definieert een relatie tussen de elektromagnetische potentialen die invariant is onder Lorentztransformaties. De magnetische potentiaal of vectorpotentiaal A, een vector, en de elektrische potentiaal φ, een scalair, beide functies op de ruimte-tijd, waaruit de elektromagnetische velden door differentiatie verkregen kunnen worden, worden in deze Lorenz-ijk aan de volgende beperking onderworpen:

 \frac{1}{c^2}\frac{\partial}{\partial t} \varphi + \nabla\cdot \mathbf{A} = 0

Deze relatie heeft dezelfde vorm in coördinatensystemen die via een Lorentztransformatie met elkaar in verband staan. Hierbij wordt (φ / c, A) als een zogenaamde vier-vector beschouwd, hetgeen overeenstemt met de eigenschappen van het elektromagnetische veld in de speciale relativiteitstheorie. Deze ijking heet daarom Lorentz-invariant; potentialen die in één coördinatenstelsel aan de Lorenz-ijk voldoen, voldoen in ieder in de speciale relativiteitstheorie toegelaten coördinatenstelsel aan die ijking.

Deze relatie, die in 1867 werd voorgesteld door de Deense natuurkundige Ludvig Lorenz, wordt vaak Lorentz-ijk genoemd. Ongeacht de motivatie voor deze naam lijkt het rechtvaardiger ten minste ook de naam van Ludvig Lorenz met deze relatie te verbinden. Men ziet deze relatie in de literatuur dan ook wel aangeduid als Lorenz-Lorentz-ijk of Lorenz-ijk (naast het veelvuldige, maar niet geheel terechte, Lorentz-ijk).