Mantelzorg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mantelzorg is de zorg voor chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevenden door naasten: familieleden, vrienden, kennissen en buren. Kenmerkend is de reeds bestaande persoonlijke band tussen de mantelzorger en zijn of haar naaste. Daarnaast gaat het om langdurige zorg die onbetaald is.

In Nederland zijn er 3,6 miljoen mensen die voor een ander zorgen. Zo'n 1,1 miljoen mantelzorgers zorgen meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden voor een ander. 450.000 mantelzorgers voelen zich zwaarbelast of overbelast.[1] De meeste mantelzorgers vinden het vanzelfsprekend om voor hun naaste te zorgen, maar lopen wel tegen tal van problemen aan. Zo is het bijvoorbeeld moeilijk om de zorg te combineren met een betaalde baan, is het moeilijk om de zorg tijdelijk over te dragen en maken veel mantelzorgers extra kosten.

Jaarlijks is er de Dag van de Mantelzorg. In het hele land worden dan activiteiten georganiseerd om mantelzorgers een hart onder de riem te steken. De Dag van de Mantelzorg vindt plaats in de Week van Chronisch Zieken in november.

In Vlaanderen bestaan een aantal verenigingen die de belangen van mantelzorgers behartigen, waaronder het Kenniscentrum Mantelzorg vzw, afgekort KeM.

Juridische aspecten in Nederland[bewerken]

Mantelzorgwoning[bewerken]

Een mantelzorgwoning is een woning voor een zorgverlener op het terrein van het huis van iemand die zorg nodig heeft, of omgekeerd. Voor de bouw/plaatsing hiervan is geen omgevingsvergunning nodig. Wel is het Bouwbesluit van toepassing. Als de mantelzorg ophoudt hoeft het bouwwerk niet verwijderd te worden, maar het moet wel zodanig gewijzigd worden dat het niet langer geldt als woning. Men moet bijvoorbeeld de keuken en badkamer verwijderen, waardoor de woning degradeert tot tuinhuis.[2]

Mantelzorgboete[bewerken]

In de Nederlandse Eerste Kamer is een wetsontwerp aanhangig dat ouderen die bij hun kinderen intrekken vanaf juli 2015 maandelijks 300 euro kort op hun AOW-uitkering.[3] [4] Staatssecretaris Jetta Klijnsma zag geen meerderheid voor haar voorstel in de Eerste Kamer en besloot op 28 mei 2014 de boete een jaar uit te stellen.[5]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]