Marthinus Theunis Steyn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Marthinus Theunis Steyn
Marthinus Theunis Steyn
Marthinus Theunis Steyn
Geboren 2 oktober 1857
Winburg, Oranje Vrijstaat
Overleden 28 november 1916
Bloemfontein, Unie van Zuid-Afrika
6e Staatspresident van de Oranje Vrijstaat
Aangetreden 4 maart 1896
Einde termijn 30 mei 1902
Voorganger Francis William Reitz
Opvolger Christiaan de Wet (waarnemend)
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Standbeeld van M.T. Steyn in Deventer. Foto 2009.

Marthinus Theunis Steyn (Winburg, 2 oktober 1857 - Bloemfontein, 28 november 1916) was president van de Oranje Vrijstaat van 1896 tot 1902.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Studie[bewerken | brontekst bewerken]

Marthinus werd geboren op de plaas Rietfontein in het district Winburg op 2 oktober 1857 als zoon van Marthinus Steyn senior. Deze was lid van de Volksraad van de Vrijstaat en bevriend met President Johannes Henricus Brand. Steyn bezocht het Grey College in Bloemfontein. In Nederland volgde hij het gymnasium te Deventer en daarna studeerde hij in Leiden en Londen.

Verkiezing[bewerken | brontekst bewerken]

Terug in de Oranje Vrijstaat vestigde hij zich als advocaat in Bloemfontein. In 1889 werd hij benoemd tot procureur-generaal aan het hooggerechtshof van de Oranje Vrijstaat. Al snel werd hij daar tot rechter benoemd. Zijn rechtspraak verschafte hem een goede reputatie. In 1895 stelde Steyn zich kandidaat als president na het ontslag van Francis William Reitz. Zijn tegenstander John George Fraser streefde sterkere banden met de Britse Kaapkolonie na, terwijl Steyn juist meer met de Zuid-Afrikaansche Republiek (Transvaal) wilde samenwerken. Vlak voor de verkiezing vond daar de Jameson Raid plaats, waardoor zijn pro-Transvaalse standpunten extra gehoor vonden.

De verkiezing in februari 1896 won hij overtuigend (6877 tegen 1367 stemmen) van zijn opponent Fraser. Hij werd daarmee de zesde en naar later bleek de laatste president van de Oranje Vrijstaat. Hij zou deze functie tot 1902 bekleden.

Tweede Boerenoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

In 1899 probeerde hij de spanningen tussen Transvaal en het Verenigd Koninkrijk te bedaren met de Conferentie van Bloemfontein, maar nadat deze mislukte leek oorlog onvermijdelijk. Aan de vooravond van de Tweede Boerenoorlog, sloot Steyn een bondgenootschap met Transvaal om samen tegen het Britse rijk op te trekken. Bij zijn ultimatum aan Engeland zei hij: "Ik verlies liever de onafhankelijkheid van de Vrijstaat met eer, dan dat ik het behoud met bedrog". Toen de Britten Bloemfontein innamen, vluchtte Steyn met zijn regering en speelde een sleutelrol bij het voortdurende verzet van de Boeren en de guerrilla-acties die daaruit voortvloeiden.

Toen een Britse legereenheid onder leiding van generaal Broadwood tegen het aanbreken van de ochtend van 11 juli 1901 de Vrijstaatse regeringsleiders overrompelden in het plaatsje Reitz en daar een grote geldschat en de staatsarchieven buitmaakten en de regeringspersonen gevangennamen, wist Steyn op het nippertje te ontsnappen. Zijn Griekwa-agterryer Jan Ruiter kon hem net op tijd wekken, zijn paard zadelen en zelf op een ander paard springen. Soldaten die hem aanhielden kon Ruiter misleiden door op te merken: "Just an old Boer", waarop ze afzagen van een achtervolging op Steyn. Na het gevecht werden Ruiter en andere Afrikanen ongemoeid achtergelaten, waarna hij zijn baas weer opzocht.[1]

Steyn werd beschouwd als een van de meest onverzettelijke leiders van de Boeren. Toch nam hij deel aan de vredesonderhandelingen in Klerksdorp in april 1902. Door ziekte kon hij niet aanwezig zijn bij de ondertekening van de Vrede van Vereeniging op 31 mei in Pretoria en werd afgelost door generaal Christiaan de Wet. In juli 1902 vertrok hij naar Europa, waar hij tot 1904 zou blijven. Nadat hij een eed van trouw aan de Britse kroon had afgelegd keerde hij terug naar Zuid-Afrika. Alhoewel hij slechts gedeeltelijk hersteld was, nam hij weer deel aan de actieve politiek. In 1908-1909 was hij vicepresident van de Closer Union Convention. Hij werd er onderscheiden voor zijn houding als staatsman en het opkomen voor de rechten van de Nederlandse gemeenschap.

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Steyn stierf op 28 november 1916 tijdens een toespraak voor een vrouwenvereniging in Bloemfontein. Hij werd daar begraven bij het Vrouemonument.

Standbeeld[bewerken | brontekst bewerken]

In Deventer werd door 'het zich met de Afrikaners stamverwant voelende Nederlandse volk', zoals op de bijbehorende plaquette te lezen is, in 1922 een standbeeld voor Marthinus Steyn opgericht. Het staat in het Rijsterborgherpark tegenover het station. In de jaren 1960-1990 was het veelvuldig mikpunt van anti-apartheidsdemonstranten, ook al stierf hij al in 1916.

Daarnaast staat er nog een standbeeld in het park van het Kröller-Müller Museum in Otterlo. De tuin rondom het standbeeld en de bijbehorende bank staat bekend als de meditatietuin.

Het standbeeld De Raadsman (ook bekend als The Philosopher) werd in opdracht van mevrouw Kröller-Müller gemaakt door Joseph Mendes da Costa in 1920-1924 ter herinnering aan Pres. Steyn. De opdracht werd door Helene Kröller-Muller verleend terwijl Da Costa nog bezig was met het standbeeld van De Wet. Da Costa kiest ervoor om een bank te maken als monument, waar in het midden op een zetel, de gestalte van president Steyn verrijst. Op deze manier kunnen wandelaars plaatsnemen naast de voormalige volksleider en hem om raad vragen. Tot zijn dood werd Steyn beschouwd als de 'ziener en raadgever van zijn volk'. Helene is echter zeer teleurgesteld over het resultaat, ze is van mening dat het beeld ‘zoo absoluut verschillend is van het wezen van president Steyn, dat men met den besten wil aan het oorspronkelijk plan geen uitvoering kan geven’.



Zie de categorie Martinus Theunis Steyn van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.