Mobilisatie-Oorlogskruis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mobilisatie-Oorlogskruis

Het Mobilisatie-Oorlogskruis is een Nederlandse onderscheiding, ingesteld door koningin Wilhelmina in een Koninklijk Besluit van 11 augustus 1948. Op 1 december 1992 stelde koningin Beatrix het kruis opnieuw in waarbij de voorwaarden werden gewijzigd en het besluit van 1948 werd herroepen. Het kon worden aangevraagd, en vervolgens gekocht, door

  • militairen en oud-militairen, die in werkelijke Nederlandse dienst zijn geweest in het tijdvak ná 6 april 1939 en vóór 20 mei 1940 gedurende ten minste 6 maanden,
  • militairen en oud-militairen, die in werkelijke Nederlandse dienst zijn geweest in het tijdvak ná 9 mei 1940 en vóór 19 mei 1940 buiten het vijandelijk of door de vijand bezette gebied en
  • militairen en oud-militairen, die na 30 augustus 1939 en voor 3 september 1945 gedurende ten minste 6 maanden dienst hebben gedaan aan boord van een onder Nederlands vlag varend zeeschip of aan boord van een vliegtuig, een en ander uiteraard wanneer daarmede een Nederlands belang werd gediend.
  • degenen die niet tot deze categorieën behoorden, maar gedurende de oorlog in het belang van het Koninkrijk militaire werkzaamheden hebben verricht

Personen, meestal beroepsmilitairen, die het Oorlogsherinneringskruis mogen dragen, komen daarentegen niet in aanmerking voor deze onderscheiding. De genoemde diensttijd (6 maanden) is, volgens het besluit van 1992 niet vereist voor hen "die in een der voormelde tijdvakken door een dienstongeval om het leven zijn gekomen, dan wel voor de dienst ongeschikt zijn verklaard".

Het kruis diende in 1948 zelf aangevraagd te worden bij de "Commissie betreffende het Mobilisatie-Oorlogskruis" dat in 's-Gravenhage zetelde. De gedecoreerden moesten Fl. 7,50 voor het kruis betalen.

Het door Frans Smits ontworpen Mobilisatie-Oorlogskruis 1939-1945 is een vierarmig, bronzen kruis met een middellijn van iets meer dan vier centimeter. De armen lijken op zwaardpunten. Tussen de armen van het kruis zijn twee gekruiste steekwapens, het besluit spreekt van "stormdolken", op een kleine stralenbundel geplaatst. In het midden van het kruis is de in de mobilisatiedagen gedragen helm van de Nederlandse infanterie geplaatst met daarop een lauwertak. De achterzijde is vlak, met in een cirkelvormig uitgediept vlak de in reliëf uitgevoerde tekst "DEN VADERLANT GHETROUWE", een citaat uit het Wilhelmus.

Het lint is paars met een smalle oranje middenstreep. Er zijn geen gespen om op het lint te dragen en de onderscheiding wordt ook als baton op het dagelijks tenue of miniatuur gedragen. Militairen dragen het kruis na het Nieuw-Guinea Herinneringskruis en vóór het Kruis voor Recht en Vrijheid.

Na de Eerste Wereldoorlog was het instellen van een tastbare herinnering aan de vierjarige mobilisatie aan het particulier initiatief overgelaten. Zo ontstond in 1924 het Mobilisatiekruis 1914-1918.

Dat veel gemobiliseerde militairen in aanmerking kwamen voor dit kruis is nooit tot de Nederlanders doorgedrongen. Tot op heden worden daarom nog steeds Mobilisatie-oorlogskruisen aan inmiddels hoogbejaarde veteranen toegekend.

De Minister van Defensie kan het MOK ook postuum toekennen.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • W.F. Bax, "Ridderorden, eereteekenen, draagteekens en penningen, betreffende de Weermacht van Nederland en Koloniën (1813-heden)", 1973
  • H.G. Meijer, C.P. Mulder en B.W. Wagenaar, "Orders and Decorations of the Netherlands", 1984
  • C.H. Evers, "Onderscheidingen", 2001

Externe link[bewerken]

Portal.svg Portaal Ridderorden