Native speaker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Moedertaalspreker)
Ga naar: navigatie, zoeken

Native speaker is in de taalkunde de gangbare term voor moedertaalspreker: degene die een taal als kind via een natuurlijk taalverwervingsproces heeft geleerd. [1] Ook in toepassingsgebieden van de taalkunde komt het begrip voor: in het taalonderwijs en bij tolk- en vertaaldiensten wordt het gebruikt. Voorts worden in bepaalde beroepen binnen het communicatievak bij voorkeur, of uitsluitend, native speakers tewerkgesteld.

Onderscheidende kenmerken[bewerken]

Een native speaker is per definitie iemand die de betreffende taal niet als tweede taal in een gestructureerd leerproces heeft geleerd. Daardoor is het leerproces niet alleen langs theoretische lijnen verlopen, maar vooral via de minder reflectieve weg van de taalverwerving op jonge leeftijd. Dientengevolge zal bij de native speaker in eerste aanleg de neiging tot taalbeschouwing van de eigen taal minder ontwikkeld zijn dan de taalbeheersing. Bij niet-moedertaalsprekers (non-natives) is het omgekeerde het geval. Uiteraard zal een taalkundig geschoolde native speaker weer wel geneigd zijn tot taalbeschouwing, niet omdat hij de taal beheerst, maar omdat hij taalkundige is.

Rol[bewerken]

  • In het taalkundige onderzoek vervult de native speaker onder meer de rol van informant. Zijn taalgebruik wordt door antropologen, taalkundigen en sociolinguïsten vastgelegd en bestudeerd, en eventueel kunnen hem ook expliciet vragen worden gesteld over aanvaardbaar taalgebruik.
  • In het taalonderwijs geeft de leraar-native speaker onderwijs over zijn moedertaal, en de geschreven en gesproken voorbeelden die hij geeft, zullen doorgaans beter met de praktijk overeenkomen dan die van (zelfs goed getrainde) non-natives. Dit onderwijs wordt soms ook in de moedertaal van de native speaker gegeven, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Het hangt slechts van de gekozen methodiek af, niet van de taalbeheersing van de leraar.
  • In de vertaalkunde wordt ervan uitgegaan dat vertalers het beste uit de vreemde taal in hun moedertaal kunnen vertalen. Hierop zijn uitzonderingen, maar een vertaling of vertolking zal doorgaans aan kwaliteit winnen als de doeltaal ook de moedertaal is.
  • Internationaal opererende belcentra (callcenters) zijn soms gevestigd buiten het taalgebied dat zij bedienen. Er worden dan wel medewerkers aangetrokken die uit de vestigingsplaats afkomstig zijn; vaak wordt daarbij echter geëist dat zij native speaker zijn van de taal waarin wordt gecommuniceerd. Als deze medewerkers geen native speakers waren, dan zou er te veel risico zijn dat er in de klantgesprekken misverstanden optraden.
  • Een native speaker kan ook als "corrector" optreden bij automatische (technische) vertalingen. Zo zijn in EU-verband nogal wat teksten "automatisch" vertaald in de lidstaattalen. Voor publicatie moeten ze echter nog eens op vorm en inhoud nagelezen worden.

Non-native speakers onderkennen niet altijd de meerwaarde van hun native tegenhangers. Het ligt in de aard van de tweedetaalbeheersing dat men die tweede taal niet volkomen beheerst, maar ook dat men zich van deze beperkingen niet bewust is. De native speaker heeft in al de genoemde gevallen een voorsprong, die soms voor non-natives onopgemerkt blijft, maar die voor een juist taalgebruik een groot verschil maakt.

Vertalen[bewerken]

Vertalen in de moedertaal[bewerken]

Onder vertaalkundigen leeft de opvatting dat men pas echt een goede vertaling kan maken uit de brontaal (de taal waaruit vertaald wordt) in een doeltaal (de taal waarin vertaald wordt) als de vertaler de doeltaal als moedertaal heeft.[2] Anders gezegd: men zou alleen in zijn eigen moedertaal moeten vertalen. Nochtans zijn hier enkele kanttekeningen bij te plaatsen:

  • Ook de brontaal moet goed worden beheerst
    • Er kan een tekort bestaan aan (goede) vertalers:
      • Stel dat een tekst uit het Nederlands moet worden vertaald. Duitse native speakers die goed Nederlands beheersen, zijn bijvoorbeeld niet zo dicht gezaaid. Voor moedertaalsprekers van andere talen geldt dit in nog veel sterker mate. Vertalers zijn dan maar zeer schaars voorhanden.
    • Bij vertalingen uit het Engels doet zich nog een subtieler probleem voor. Veel mensen beheersen die taal, maar de beheersing is vaak veel gebrekkiger dan men zelf onderkent. Deze zelfoverschatting leidt ertoe dat er volop vertalers voorhanden zijn, maar met gebrekkige tot zeer gebrekkige vaardigheden.
    • Bij specialistische teksten kan het zo zijn dat een vertaler die de brontaal én het onderwerp goed beheerst, te verkiezen is boven een vertaler die native speaker is van de doeltaal, met name als de tekst nog geredigeerd gaat worden.[2]
  • Zelfs de doeltaal wordt soms onvoldoende beheerst
Niet iedere native speaker heeft een werkelijk goede beheersing van de eigen moedertaal.
Niet alle mensen schrijven even goed: zij weten precies wat het onderwerp is, maar kunnen dat niet goed formuleren.
Als de vertaler al een goed stilist is, dan nog kan de vertaling, vooral als die specialistisch is, grote problemen opleveren. Zo is het onmogelijk een juridisch document "zomaar" te vertalen: dat document vertoont in de brontaal bepaalde zeer gestileerde, vastliggende wendingen. Maar precies zulke wendingen zijn er ook in de doeltaal, en de vertaler zal moeten weten welke dat zijn.
  • Soms zijn moedertaalsprekers niet de doelgroep
Toeristische informatie in het Engels is vaak niet (primair) voor native speakers van het Engels bedoeld, maar voor een internationaal publiek. Het ligt in dergelijke gevallen minder voor de hand dat een native speaker van de doeltaal vereist is.[2]

Vertalen uit de moedertaal[bewerken]

Vertaalwetenschappers hebben goede redenen om het vertalen in een taal die niet de moedertaal is, af te wijzen.[3] Als zelfs bij vertalen uit de vreemde taal al problemen ontstaan doordat men over subtiliteiten heenleest, of doordat men het vakjargon onvoldoende beheerst, hoeveel sterker zullen die problemen zich dan niet voordoen als men in de vreemde taal vertaalt. Men schrijft als het ware "met een accent": voor de beoogde lezer voelt de tekst bij lezing op zijn minst raar, houterig aan. In extreme gevallen leest de tekst als de overbekende veeltalige gebruiksaanwijzingen bij allerlei apparatuur: van dolkomisch tot totaal onbegrijpelijk. De enige die deze houterigheden of zelfs absurditeiten niet onderkent, is de gemankeerde vertaler zelf.

De goede non-native[bewerken]

Vertalen is echter meer dan een taal volmaakt beheersen. Zelfs sommige taalgebruikers die perfect tweetalig zijn opgegroeid, zijn slechte vertalers: blijkbaar lukt het hun niet bij een tekst in de ene taal een equivalente tekst in de andere te vinden.

Daarentegen zal men soms wel gedwongen zijn gebruik te maken van vertalers die niet in hun moedertaal vertalen: bijvoorbeeld doordat er geen natives voorhanden zijn. Aan zo'n non-native vertaler moeten dan wel strenge eisen worden gesteld.

  • Bij voorkeur heeft hij een vreemde taal gestudeerd, of vertaalkunde. Hierdoor is hij tot een near-native-niveau van taalbeheersing opgeklommen; een niveau dat mensen die een taal geleerd hebben, zichzelf nogal eens toekennen, maar doorgaans geheel ten onrechte. Van de onderlegde vertaler mag echter worden verwacht dat hij dit niveau door grondige studie wél heeft bereikt. Wat ten minste even belangrijk is: van hem mag worden verwacht dat hij een nuchtere kijk heeft op de gebreken die ook aan zijn beheersing van de vreemde taal nog kleven.
  • Een dergelijk "near-native"-niveau van taalbeheersing wordt soms ook bereikt door mensen die een (goede) tweetalige opvoeding hebben gekregen.
  • Gespecialiseerde teksten vragen soms veeleer om een vertaler die in het vakgebied is gespecialiseerd. Deze expertise kan opwegen tegen een niet-linguïstische achtergrond, mits de beheersing van een der talen op native-niveau is, die van de andere taal op gevorderd niveau.

De vertaler zal in beide genoemde gevallen een behoorlijke vertaling kunnen afleveren, maar laat zijn tekst liefst nog bijschaven door een native speaker.

Onderwijs[bewerken]

In het taalonderricht treden ook soms native speakers op. Zij zullen hun taal op een natuurlijke wijze spreken en aanbrengen. Leerlingen zullen van hen dan ook eerder een natuurlijke taalvaardigheid verwerven dan een "schoolkennis". Ook hier gelden echter enkele kwaliteitsvoorwaarden:

  • De native speaker moet ook didactische kwaliteiten hebben.
  • Het helpt als hij de taal van zijn studenten enigszins begrijpt, om zich te kunnen inleven in de aard van de fouten die zij maken. Inzicht in die fouten komt immers het gemakkelijkst tot stand door contrastieve analyse van bron- en doeltaal. Toch kan een linguïstisch alert native speaker ook zonder de taal van zijn studenten te beheersen, door waarneming en ervaring een systematiek in hun fouten onderkennen, en zijn leerprogramma daarop afstemmen.
  • De afstand in kennis van de onderwezen taal tussen de student en de lesgever dreigt soms té groot te worden. Daarom treden native speakers in het onderwijs doorgaans pas op in de meer gevorderde niveaus. Uitzondering hierop vormt het "taalbad"-onderwijs.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Men kan dan ook native speaker zijn in meerdere talen. Worden dialecten meegerekend (het verschil tussen taal en dialect is moeilijk aan te geven), dan zijn naar schatting 4 van de 5 mensen over de gehele wereld ten minste tweetalig (Leonie Cornips, Heerlens Nederlands, reeks Taal in stad en land, Den Haag 2003), en doorgaans zullen die talen in de jeugd en langs natuurlijke weg zijn aangeleerd.
  2. a b c Allison Beeby Lonsdale, “Directionality”, in: Mona Baker, Gabriela Saldanha (eds.), Routledge Encyclopedia of Translation Studies, zie bijv. [1] en verder
  3. Schokkende uitspraken vertalen en vertalers - zie punt 1