Moffenmeid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
NSB'ers en kaalgeschoren "moffenmeiden" worden opgebracht door leden van de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten).
Nederlandse vrouwen die een relatie onderhielden met een Duitser, door het verzet gearresteerd, wachten op 18 september 1944 in Grave op het publiekelijk kaalscheren

Als moffenmeid of moffenhoer werden vrouwen bestempeld die tijdens de bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog een seksuele relatie hadden met een Duitse soldaat, of die hiervan werden verdacht. Het woord mof is een scheldwoord voor Duitser. De vrouwen in kwestie waren soms pro-Duits of prostituee, maar vaak betrof het enkel vrouwen die toevallig een Duitse man leuk vonden. Na de bevrijding werd van veel "moffenmeiden" publiekelijk het hoofd kaalgeschoren of het haar afgeknipt.

Relaties tussen Nederlandse vrouwen en Duitse soldaten tijdens de bezetting[bewerken]

Het is niet precies bekend hoeveel vrouwen tijdens de bezetting een relatie hadden met een Duitser. Naar schatting waren het er zo'n 140.000.[1] Tijdens de bezetting rees er een heel negatief beeld van deze vrouwen. Men ging ervan uit dat ze vooral uit waren op zelfverrijking, dat ze met de ene soldaat na de andere zouden gaan of dat ze NSB-sympathieën hadden.

Uit zulke relaties zijn 13.000 tot 15.000 kinderen geboren. Vanaf de zomer van 1942 konden vrouwen die een kind verwachtten van een Duitse soldaat voor ondersteuning en hulp terecht bij de NationalSozialistische Volkswohlfahrt (NSV), die in Amsterdam en Rotterdam hiervoor speciale kraamklinieken had. Ook huwelijken tussen Nederlandse vrouwen en Duitse soldaten kwamen voor. Minderjarige Nederlandse vrouwen konden tijdens de bezetting zonder toestemming van hun ouders in het huwelijk treden met een Duitse man. Van medio ’42 tot medio '43 dienden 1600 Duitse soldaten een verzoek in bij de legerleiding om met een Nederlandse te mogen trouwen.[2]

Uit onderzoek na de oorlog komt het beeld naar voren dat de meeste relaties tussen Nederlandse vrouwen en Duitsers ontstonden in de periode 1940-1943. Vanaf 1943 werd de situatie in Nederland grimmiger en ging de Duitse bezettingsmacht zich gewelddadiger gedragen.[3]

Al tijdens de bezetting maakten het verzet en ook gewone burgers lijsten met namen van vrouwen die een relatie hadden (gehad) met een Duitser. Direct na de bevrijding werden veel van deze vrouwen opgepakt door de Ordedienst of de Binnenlandse Strijdkrachten. Men bracht hen naar een centrale plaats in hun stad op dorp, waar ze in het openbaar werden kaalgeschoren. Dit gebeurde vooral met vrouwen en meisjes uit de lagere sociale klassen. Deze afrekeningen waren goed georganiseerd en kwamen in het hele land voor. Ze waren een moderne variant van het volksgericht: een oud ritueel waarbij mensen die tegen de heersende moraal hebben gezondigd in het openbaar worden vernederd.[3]

Onderzoek na de oorlog[bewerken]

Het negatieve beeld dat tijdens de bezetting van de vrouwen bestond werd na de oorlog impliciet overgenomen door historici; zij introduceerden de term seksuele collaboratie voor het fenomeen dat Nederlandse vrouwen een relatie hadden met een Duitser. In Nederland en in andere bezette landen is er in de jaren negentig uitgebreider onderzoek gedaan naar deze vrouwen en hun ervaringen. Hieruit bleek dat een groot deel van de vrouwen nauwelijks had stilgestaan bij het feit dat een relatie met een Duitse militair tijdens de bezetting mogelijk een probleem zou kunnen zijn. Zij waren gewoon een leuke man tegengekomen. Van politieke motivatie of opportunisme was vaak geen sprake, wel van naïviteit.[3]

Trivia[bewerken]

Behalve moffenmeiden werden ook andere benamingen gebruikt zoals ‘Lustmädchen’ en ‘Hunnebedden’

In Denemarken werden vrouwen die tijdens de bezetting een relatie hadden met een Duitser tyskespiger of feltmadras genoemd, en in Frankrijk femmes tondues of tontes.

Referenties[bewerken]

  1. Verkering met de vijand. NPO - geschiedenis Geraadpleegd op 2016-01-09
  2. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 5: maart '41 - juli '42: eerste helft., 1972., p 245 - 248.
  3. a b c Monika Diederichs, Moffenmeiden - verkering met de vijand! In: Historica, jrg 38, nummer 3., 2015, p.16-21. Geraadpleegd op 2016-01-08.