Grave (plaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grave
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Grave (plaats)
Grave (plaats)
Situering
Provincie Vlag Noord-Brabant Noord-Brabant
Gemeente Vlag Grave Grave
Coördinaten 51° 46′ NB, 5° 44′ OL
Algemeen
Oppervlakte 3,02[1] km²
Inwoners (01-01-2016) 8.731 (3.003 inw./km²)
Overig
Postcode 5361
Netnummer 0486
Detailkaart
Grave in 1865
Grave in 1865
Foto's
De Maaskade
De Maaskade
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Grave (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg), lokaal De Graaf genoemd[2]) is een vestingstad in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het is de hoofdplaats van de gemeente Grave. Op 1 januari 2016 telde Grave 8.731 inwoners.

Etymologie[bewerken]

De naam Grave komt van graven of gracht (graft) en wordt voor het eerst in 1214 vermeld. Een romantiserende verklaring betreft een Romeins legeraanvoerder Gravio, die hier een castellum gesticht zou hebben, maar dat verhaal is door vroegere geschiedkundigen uit de duim gezogen.

Geschiedenis[bewerken]

Grave in 1649
Beleg en overgaan van Grave, 1672 of 1674?

Nadat bij een strafexpeditie na de moord op Floris de Zwarte (1131) de burcht van de heer van het Land van Cuijk te Cuijk verwoest was en Herman van Cuijk verbannen werd, keerde hij omstreeks 1138 terug en bouwde een nieuwe burcht in Grave. Het stadje is daaromheen ontstaan. In 1233 kreeg Grave stadsrechten van de hertog van Brabant. Al snel was Grave de grootste plaats van het Land van Cuijk, en het bleef de enige versterkte plaats. Onder Jan I van Cuijk beleefde de stad een bloeiperiode.

De heren van Cuijk verbonden zich afwisselend met de hertogen van Brabant en van Gelre, een belangrijke kwestie, omdat deze geregeld met elkaar in oorlog waren (1285, 1366-1388, 1479, 1480). In 1415 werd de stad getroffen door een grote stadsbrand. In 1432 kwam het Land van Cuijk onder het Huis van Egmont, en Arnold van Egmont, Hertog van Gelre, werd heer. Vooral in deze tijd kwam Grave tot bloei. Het dorp Velp, gelegen in het Land van Ravenstein, kon profiteren van de nabijheid van de vestingstad; zo is een protest bekend van de Graafse herbergen tegen de oneerlijke concurrentie van de vijf Velpse herbergen, die niet gebonden waren aan de hen opgelegde hoge belasting op bier.

Cuijk werd het slachtoffer van vele belegeringen. Het had te lijden van de oorlogen tussen de hertogdommen Gelre en Brabant. Met de opname van Brabant en, in 1543, Gelre in het rijk van keizer Karel V was de oorlogsdreiging bepaald niet voorbij, omdat de Tachtigjarige Oorlog spoedig begon.

In 1568 kwamen de Spaanse troepen in Grave, maar het viel in 1577 in Staatse handen. Vervolgens werd Grave na het Beleg van Grave (1586) opnieuw bezet door Spaanse troepen onder Parma, daarna door de Staatse troepen onder Prins Maurits (zie: Beleg van Grave (1602)). Grave was sinds 1648, evenals het gehele Land van Cuijk, deel van Staats-Brabant.

In 1672 werd Grave zonder veel verzet ingenomen door de Fransen onder leiding van Noël Bouton, markies van Chamilly, maar de terugverovering in 1674 door de Staatsen (onder leiding van Carl von Rabenhaupt) ging gepaard met een belegering waarbij het kasteel verwoest werd en ook verder veel schade werd aangericht. Na dit beleg besloot men, onder leiding van Menno van Coehoorn, de vestingwerken te moderniseren. Het kasteel werd gesloopt en nieuwe verdedigingsinrichtingen kwamen tot stand. Als garnizoensstad had men soms met vijf maal zoveel militairen te maken als er inwoners waren.

In 1794 werd Grave opnieuw ingenomen door de Fransen en in 1814 werd het stadje belegerd, nu om de Fransen te verdrijven. Daarna waren er geen belegeringen meer en in 1876 werden de vestingen geslecht. In 1892 vertrok ook het garnizoen. In 1938 kwam er echter weer een kazerne, de Generaal de Bonskazerne, die in 1997 weer werd opgeheven.

In de 20e eeuw breidde Grave zich buiten de muren uit.

De strategische ligging van Grave, aan de Maas en de weg van 's-Hertogenbosch naar Nijmegen, was een economisch voordeel. Toen eind 18e eeuw de onderdrukking van het katholieke geloof ophield, ontstonden er opnieuw belangrijke kloosters, vooral in en rond Velp.

Omstreeks 1850 was er ook reeds sprake van handel en het fabriekswezen. Dit bestond uit textielnijverheid (bedrukt katoen, en kant), vier bierbrouwerijen en een "distilleerderij", waar jenever werd gestookt. Er waren toen ook meerdere goud- en zilversmeden actief in Grave.

Wel had de economie veel te lijden van de overstromingen ten gevolge van de Beerse Overlaat. De aanleg van de John S. Thompsonbrug in 1929 bracht verbetering. Inmiddels kwamen er ook tal van zorginstellingen naar Grave, waarvan het Blindeninstituut wel het meest bekende is. Ook het toerisme vormt een bron van bestaan.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De oorlog was ook voor Grave de grootste ramp die het stadje in zijn geschiedenis had meegemaakt. De oorlogsdreiging bracht in 1938 het garnizoen weer terug in Grave. De soldaten – p.m. het grensbataljon van het 15e Regiment Infanterie – werden aanvankelijk gehuisvest in geïmproviseerde verblijven in de stad. Dit in afwachting van het gereedkomen van de Generaal de Bonskazerne in Velp (bij Grave). Eind februari 1939 kwam hiervan het eerste legeringsgebouw gereed.

Hoewel de stuwbrug over de Maas een belangrijke rol speelde bij de operatie Market Garden heeft de stad Grave de Tweede Wereldoorlog nagenoeg onbeschadigd doorstaan. De Jodenvervolging raakte Grave zwaar: Ongeveer 10 nog in de stad wonende Joden werden gedeporteerd en vermoord. In totaal werden 31 in Grave geboren Joden vermoord. Tijdens de oorlogsjaren werden de kerkdorpen Escharen en Velp bij de gemeente Grave gevoegd. Veldwachter Gerrit Beuvink uit Escharen speelde een belangrijke rol in het verzet. Hij huisvestte een geheim agent, gaf vele onderduikers onderdak en hielp geallieerde piloten en ontving daarvoor na de oorlog uit handen van Prins Bernhard het Bronzen Kruis. Bij de Operation Market Garden had de 82e Amerikaanse Airborne Divisie, die Grave als landingsgebied had gekregen, opdracht de Maasbrug te veroveren, wat snel en met geringe verliezen lukte. Grave werd op 17 september 1944 door hen bevrijd.

De Maasbrug is tijdens Operatie Market Garden veroverd door luitenant John S. Thompson. Diens naam is door zijn weduwe tijdens de herdenking van september 2004 aan de brug gegeven als eerbetoon (zie John S. Thompsonbrug). Thompson was pelotonscommandant van de 82ste Amerikaanse Airborne Divisie en kwam met 16 mannen op 17 september 1944 neer in de Mars en Wythpolder, zo'n 700 meter verwijderd van de brug. Eerst ging hij naar gemaal Van Sasse en vanaf daar ging hij via het water naar het dijkje tussen gemaal en de Rijksweg. Op de kazematten bij de brug stond Duits afweergeschut dat door een bazookaschutter van de para's uitgeschakeld werd. Het peloton kon na gevechten met de Duitsers de zuidelijke oprit van de brug innemen. Later die dag konden de Amerikanen ook het noordelijk deel van de brug innemen vanuit Nederasselt. Het Airborne-monument bij de brug herinnert aan die episode.

De Joodse gemeenschap keerde na de oorlog niet terug. Er waren in Grave een synagoge en een Joods kerkhof. Anno 2012 heeft de gemeente heeft nog geen verlieslijst uit WO2 opgesteld. Het Graafs Museum beheert twee kazematten die vlak voor de oorlog werden gebouwd en nu te bezichtigen zijn. Op zaterdag 17 september 2011 werd in de beide brugkazematten bij de Maasbrug (officieel de John S. Thompsonbrug) het Graafs KazemattenMuseum geopend. Dit gebeurde na de herdenking van de bevrijding op 17 september 1944, bij het Airborne-monument aan de brug.

Wijkindeling[bewerken]

Locatie van Grave binnen de gelijknamige gemeente (2009)
Wijknaam CBS Inwonertal (2009)
Binnenstad-Grave 1410
Mars 800
Bikkelkamp 990
Estersveld 3200
Zittert 1470
De Stoof 990
Industrieterrein Wisseveld -

Bezienswaardigheden[bewerken]

Arsenaalplein
Natuurstenen pomp uit 1798

Grave is een bezienswaardig vestingstadje aan de Maas met tal van historische woonhuizen , enkele kerken, overblijfselen van de militaire activiteiten, de Maaskade enzovoort. Op het einde van de 13e eeuw gesticht door de Heer van het Land van Cuijk, die er reeds een kasteel had, heeft het stadje een ronde plattegrond en een regelmatig stratenplan. Hoewel de vestingwerken in 1876 gesloopt werden, is de vorm ervan nog enigszins af te lezen aan de loop van een aantal singels, die een deel vormen van de Graafse Raam.

Monumenten[bewerken]

Een deel van Grave is een beschermd stadsgezicht. Zie ook:

Kaart van het oude centrum van Grave

Kaart van het oude centrum van Grave.

Musea[bewerken]

  • Het Graafs Museum bevindt zich in de Hampoort.
  • Het Archeologisch Museum bevindt zich in de Maasstraat.

Blindeninstituut[bewerken]

Het Blindeninstituut voor jongens is in 1859 opgericht onder de naam Henricus, en in 1882 werd een blindeninstituut voor meisjes opgericht onder de naam De Wijnberg. Vanaf de jaren vijftig van de 20e eeuw werden beide instellingen gemengd. Zij fuseerden in 1982 tot Theofaan. Dit was een frater die van 1945-1962 de leiding had over Henricus. Vanaf 1979 ging men echter ook aan ambulante onderwijsbegeleiding doen, waardoor het aantal internaatskinderen afnam. Men ging zich toen meer en meer richten op mensen die, naast blindheid, nog andere handicaps hadden. Na enkele fusies ontstond Sensis in 2001. In 2010 is Sensis samengegaan met Visio tot een landelijke instelling voor revalidatie & advies voor blinde en slechtziende mensen.

Bekende inwoners[bewerken]

Geboren:
Woonachtig (geweest):

Vorstelijke titel[bewerken]

Fotogalerij[bewerken]

Nabije kernen[bewerken]

Externe links[bewerken]