Zuiderfrontier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locatie van forten en vestingsteden langs de hele linie, van Sluis tot aan Nijmegen.

De Zuiderfrontier was een Nederlandse militaire verdedigingslinie van de 16e en 17e eeuw, waarvan enkele gedeelten tot aan 1952 in gebruik zijn geweest.

De linie was de langste aaneenschakeling van forten, vestingsteden en inundiatiegebieden die Nederland ooit heeft gekend, en diende de Noordelijke Nederlanden te beschermen tegen Spaanse, en later Franse, aanvallen.

Grote delen van de linie waren gebaseerd op inundatie, vandaar dat de Zuiderfrontier ook wel de Zuider Waterlinie wordt genoemd.

Structuur[bewerken]

De Zuiderfrontier was onderverdeeld in een serie kleinere linies, die nauw op elkaar afgestemd waren.

Het westelijke deel van de Zuiderfrontier bestond uit de Staats-Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen en de West-Brabantse Waterlinie. Deze hadden beiden de taak de Staatse controle over de Schelde, en daarmee Antwerpen en haar haven, te behouden.

Het oostelijke deel, grofweg van Willemstad, via Breda en 's-Hertogenbosch naar Nijmegen, had voornamelijk de taak te voorkomen dat Spaanse en Franse legers door konden stoten naar het hart van de Republiek: de Hollandse steden.

Ontmanteling[bewerken]

Door de Vestingwet van 1874 werd meer de nadruk gelegd op een verdediging in het westen door de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Zuider Waterlinie diende als opvang voor terugtrekkende troepen en werd nu ook wel de Noord-Brabantse Linie genoemd. In de jaren 30 worden alleen bij de Moerdijkbruggen nog stellingen verbeterd en aangelegd om het zuiden van de Vesting Holland te beschermen. Het westelijke gedeelte van de stelling maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van de Atlantikwall. In 1952 worden de laatste werken definitief als militaire verdedigingslinie opgeheven.

Externe link[bewerken]