Moord op president Kennedy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Moord op president Kennedy
John F. Kennedy (links) en zijn vrouw in de limousine, kort voor de aanslag
Plaats Dallas
Coördinaten 32° 47′ NB, 96° 49′ WL
Datum 22 november 1963
Tijd 12:30 CST (18:30 UTC)
Dader(s) Lee Harvey Oswald
Slachtoffer(s) John F. Kennedy
Moord op president Kennedy (Verenigde Staten)
Moord op president Kennedy
Kennedy is voor de eerste keer geraakt en grijpt met zijn handen naar zijn keel

De moord op president John F. Kennedy, de vijfendertigste president van de Verenigde Staten, vond op 22 november 1963 plaats te Dallas in de Amerikaanse staat Texas om 12:30 CST. Kennedy raakte dodelijk gewond door geweerschoten toen hij in een open limousine over Dealey Plaza gereden werd. Na aankomst in het Parkland ziekenhuis (acht minuten later) probeerden artsen hem tevergeefs te redden.

Zijn rijtoer was onderdeel van een publieksreis door Texas mede georganiseerd met het oog op zijn eventuele herverkiezing in de Amerikaanse presidentsverkiezingen 1964. Kennedy was de vierde Amerikaanse president die vermoord werd, en de achtste die tijdens de uitoefening van zijn ambt overleed.

Binnen een uur werd Lee Harvey Oswald gearresteerd. Later op die dag werd hij eerst beschuldigd van de moord op agent J.D. Tippit en daarna van de moord op Kennedy. Anderhalve dag later werd Oswald echter neergeschoten door nachtclubeigenaar Jack Ruby. Hij overleed ook in het Parkland ziekenhuis.

Tien maanden later kwam de de Commissie-Warren met hun onderzoeksresultaat. Deze commissie was door president Johnson samengesteld met hoogwaardigheidsbekleders. Volgens hen handelde Oswald alleen, had hij drie schoten op Kennedy afgevuurd en was er geen sprake van een samenzwering.

Door alle twijfel rondom de uitkomsten en de kritiek ook op de gang van zaken werd in de jaren'70 de onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden (HSCA) opgericht om de moord op Kennedy (en die op Martin Luther King) te onderzoeken. Volgens de HSCA was er ten minste één andere schutter bij de aanslag op Kennedy.[1]

De moord op Kennedy is altijd onderwerp van speculatie gebleven en is vanaf het begin aanleiding geweest tot vele samenzweringstheorieën. De moorden waarvan Oswald is beschuldigd (naast die van Kennedy ook die op agent J.D. Tippit) zijn nooit voor een rechtbank gebracht en daardoor is Oswald ook nooit veroordeeld.

In 1963 was 52% van Amerikaanse ondervraagden van mening dat "ook anderen" betrokkenen waren bij de moord. Het percentage was 81% in 1976 (vlak nadat de Zapruder-film op televisie was getoond). In 2013 stond het percentage op 61%.[2]

De moord[bewerken | brontekst bewerken]

Om 12:30 CST reed de open limousine waarin onder meer president Kennedy zat op Houston Street. Daarna draaide de limousine langzaam 120 graden naar het schoolboekenmagazijn toe. De afstand tot het gebouw bedroeg 20 meter. Toen de limousine het magazijn was gepasseerd en op Elm Street reed, werden er enkele seconden lang meerdere schoten op Kennedy gelost. Toen Kennedy voor de eerste keer geraakt was, greep hij met beide handen naar zijn hals terwijl zijn echtgenote Jacqueline Kennedy Onassis zijn bovenlichaam vastpakte. Een ander schot was fataal en raakte de president in het hoofd, waardoor zijn schedel openbarstte. De president werd onmiddellijk naar het Parkland Memorial Hospital overgebracht, waar hij niet meer bleek te redden.

Tijdens de schietpartij bevonden er zich geen lijfwachten op de treeplanken van de limousine. De gemiddelde snelheid van de auto was zo'n 18 km/h.[3] Verschillende getuigen verklaarden dat de auto tijdens de schietpartij snelheid minderde.[4]

Na de aanslag[bewerken | brontekst bewerken]

Om 13:00 werd Kennedy door de dokters doodverklaard in het ziekenhuis[5] en om 13:33 werd dit wereldkundig gemaakt. Rond 14:00 werd zijn stoffelijk overschot door de geheime dienst uit het ziekenhuis weggehaald en naar de Air Force One gebracht. Om 14:38 werd vicepresident Lyndon B. Johnson aan boord daarvan beëdigd als de 36ste president van de Verenigde Staten. Vervolgens vertrok het vliegtuig naar Washington.

De lijkschouwing werd verricht in het Nationaal Medisch Centrum van de Amerikaanse Marine in Bethesda.[6] Hierna werd Kennedy's lichaam klaargemaakt voor de begrafenis en overgebracht naar het Witte Huis waar het 24 uur in de oostelijke kamer opgebaard lag. De volgende dag werd Kennedy begraven. Vertegenwoordigers van meer dan 90 landen, waaronder de Sovjet-Unie, waren bij de ceremonie aanwezig.

Discussie over aantal schoten en schietlocatie[bewerken | brontekst bewerken]

De Commissie-Warren concludeerde dat één persoon (Oswald) drie schoten had gelost vanaf de zesde verdieping van het schoolboekenmagazijn. Eén schot miste de limousine en schampte een toeschouwer (James Tague). Een andere kogel trof Kennedy en veroorzaakte ook de verwondingen van gouverneur John Connally die voor Kennedy zat. Dat schot wordt door critici de "magic bullet" genoemd omdat de kogel allerlei bewegingen zou hebben gemaakt maar uiteindelijk ongeschonden op een brancard werd aangetroffen. Het derde schot (het tweede dat doel trof) veroorzaakte de fatale hoofdwond van Kennedy. Met name over dit fatale schot heerst het idee dat er van voren is geschoten (en dus niet vanuit het schoolboekenmagazijn). Op amateurfilmbeelden van toeschouwer Abraham Zapruder is te zien dat het hoofd van de president door dat fatale schot naar achter geslagen werd, wat volgens critici duidt op een schutter aan de voorzijde van het voertuig: een kogel van achteren en van boven afgevuurd had het hoofd van de president naar voren en naar beneden moeten doen bewegen. Ook de explosie die het veroorzaakte heeft tot discussie geleid over het type kogel. Verschillende omstanders beweerden schoten te hebben gehoord vanuit het struikgewas (de 'Grassy Knoll') ten noordwesten van Dealey Plaza. Meteen na de aanslag rennen dan ook veel mensen die kant op.

Lee Harvey Oswald[bewerken | brontekst bewerken]

Lee Harvey Oswald (politiefoto)
Oswalds geweer
De "achtertuinfoto's"

Lee Harvey Oswald werd in eerste instantie aangehouden (om 14:35 CST; ruim een uur na de aanslag op Kennedy) omdat hij leek te voldoen aan de beschrijving van de dader van de moord op de politieagent J.D. Tippit in de wijk Oak Cliff. Dit was in de bioscoopzaal van het Texas Theatre in dezelfde wijk. Hij verzette zich tegen zijn arrestatie en sloeg een politieagent alvorens hij geboeid werd afgevoerd. Pas later werd hij ook over de moord op Kennedy ondervraagd nadat journalisten hem hadden verteld dat hij daarvan verdacht werd. Opvallend daarbij is dat de gesprekken met Oswald (tegen de geldende regels in) niet zijn opgenomen door de politie.

Een officiële beschuldiging of voorgeleiding aan de rechter werd hem niet gegund: op 24 november 1963, om 11:21 CST, werd Oswald in het politiebureau van Dallas neergeschoten door nachtclubeigenaar Jack Ruby. Ruby stormde op Oswald af en schoot hem daarna in zijn buik. Oswald klapte dubbel en viel zwaargewond op de grond. Dit gebeurde pal voor de draaiende televisiecamera's die zijn overbrenging naar de regionale gevangenis zouden vastleggen. Het tijdstip van overlijden van Oswald in het Parkland ziekenhuis werd vastgesteld op 13:07 CST.

Hoe de gewapende Jack Ruby precies het politiebureau was binnengekomen is een van de vele onderwerpen van discussie. Sommigen beweren dat Ruby via de garage-ingang binnenkwam maar anderen zeggen weer dat dit niet mogelijk was aangezien die ingang door politieagenten bewaakt werd. Weer anderen beweren dat Ruby door agenten is binnengelaten: Ruby had connecties binnen het politiekorps (leden ervan bezochten regelmatig zijn nachtclub). Het staat vast dat Ruby voorkomt op opnames in het politiebureau en tijdens persconferenties. Jack Ruby zat ten tijde van de moord financieel aan de grond en had noodgedwongen zijn nachtclub "The Carousel" te koop aangeboden. Ruby verklaarde dat hij Oswald had doodgeschoten om Kennedy's weduwe "een proces te besparen".[7] Ruby werd voor deze aanslag ter door veroordeeld. In oktober 1966 werd hem een nieuwe zaak gegund buiten Dallas. Begin januari 1967 overlijdt Ruby echter nadat in december kanker bij hem was geconstateerd in zijn lever, longen en hersenen.

Bewijs tegen Lee Harvey Oswald[bewerken | brontekst bewerken]

Degenen die Oswald als enige schuldige aanwijzen komen daarvoor met 52 claims.[8] De politie van Dallas vond op de zesde verdieping[9]van de TSBD een geïmproviseerd sluipschuttersnest.[10] Bij het raam was een muurtje van op elkaar gestapelde boekendozen gebouwd zodat iemand die zich achter dit muurtje bevond van binnenuit niet zichtbaar was.[11] De politie van Dallas vond een palmafdruk van Oswald op een van de dozen. Elders in het gebouw vonden twee agenten een Carcano-geweer.[12][13] Forensisch onderzoek (enkele dagen na de aanslag) wees uit dat zich ook op de kolf van het geweer een palmafdruk van Oswald bevond. Volgens de Commissie-Warren was het vuurwapen voorafgaand aan de moord door Oswald (onder de schuilnaam A.J. Hidell) bij een postorderbedrijf besteld.[14]

Navraag bij de collega die Oswald naar zijn werk reed wees uit dat Oswald volgens eigen zeggen gordijnroedes in een bruine papieren zak mee had genomen naar het werk. Volgens de Commissie-Warren zou het geweer in deze zak hebben gezeten.[15][16]

Bij een huiszoeking vond de politie foto's waarop Oswald stond afgebeeld met in zijn rechterhand het geweer en in zijn linkerhand twee linkse kranten.[17] Oswald's echtgenote, Marina Oswald (geboren Prusakova), verklaarde dat zij de foto's in de achtertuin van hun woning had gemaakt.[18] Ze staan daarom bekend als "de achtertuinfoto's".

Onderzoeken[bewerken | brontekst bewerken]

Onderzoek door de Commissie-Warren (1963-1964)
Vlak na de moord formeerde Kennedy's opvolger, Lyndon B. Johnson, een commissie om de aanslag te onderzoeken. De commissie werd geleid door Earl Warren, de hoogste rechter van de Verenigde Staten. In de commissie zat ondermeer Allen Dulles die door Kennedy was ontslagen als CIA-directeur. Ook FBI-directeur John Edgar Hoover zat in de commissie. John Kennedy had Hoover met pensioen willen sturen.:In 1964 presenteerde de commissie haar eindrapport. De conclusie was eenvoudig: Lee Harvey Oswald was (de enige) moordenaar van Kennedy. Voorstanders vinden het rapport het meest diepgaande en best uitgevoerde onderzoek naar een moord ooit uitgevoerd met een ongekend budget en ongekende juridische macht.[8] Dit onderzoek is echter om verschillende redenen omstreden en heeft tot veel kritiek geleid. Belangrijke kritiek was de aanstelling van Dulles en Hoover. Ook de overige commissie-leden waren niet bepaald Kennedy-sympathisanten. De commissie was geformeerd door Johnson en J. Edgar Hoover. Zij wilden hiermee voorkomen dat ideeën die het Amerikaanse Congres had om een onderzoekscommissie te vormen verder uitgewerkt zouden worden. Anders dan bij de Commissie-Warren hadden Johnson en Hoover in dat geval geen invloed gehad op de samenstelling van de commissie.[19]
Vijftig jaar na dato hechten veel Amerikanen nog maar weinig waarde aan het oordeel van de Commissie-Warren. De overheid houdt echter vast aan dit oordeel.
Onderzoek door de House Select Committee on Assassinations (1976-1979)
Een officieel onderzoek door de House Select Committee on Assassinations (HSCA), die de moorden op Kennedy en Martin Luther King moest onderzoeken tussen 1976 en 1979, leidde tot de conclusie dat er vier kogels (en dus niet drie) afgevuurd waren en dat er naast Oswald waarschijnlijk nog anderen bij betrokken waren. Dit is in regelrechte tegenspraak met het officiële rapport van de Commissie-Warren. De conclusie is deels gebaseerd op geluidsmateriaal dat later op verschillende manieren werd geïnterpreteerd.[20][21] Deze commissie constateerde verder dat ze de andere schutter(s) niet kon identificeren.[22] Het onderzoek door de HSCA alsmede de tijdens het onderzoek naar voren gebrachte bewijzen worden door de Amerikaanse overheid genegeerd ten faveure van het eerder door de Commissie-Warren uitgebrachte rapport.
Onderzoek door Jim Garrison en aanklacht tegen Clay Shaw (1966-1969)
In 1966 begon officier van justitie Jim Garrison van New Orleans een Coldcase-onderzoek naar de moord op president Kennedy dat resulteerde in de beschuldiging van zakenman Clay Shaw . Shaw werd (na kort overleg) door de jury vrijgesproken. Deze rechtszaak had als basis de verdenking van een complot waarin zowel Cubanen als de CIA een belangrijke rol in de moord op Kennedy speelden. De zaak van Garrison werd in 1991 door Oliver Stone verfilmd als JFK . Stone's weergave van de gebeurtenissen is omstreden vanwege zijn interpretaties. Omdat Clay Shaw in 1974 overleed aan longkanker kwam het nooit tot een uitspraak van zijn proces tegen Garrison wegen smaad en rechtsmisbruik.[8]
Onderzoek door het Assassination Records Review Board (1994-1998)
Een direct gevolg van het stof dat Stone's film JFK deed opwaaien was de goedkeuring van de JFK Assassination Records Collection Act door het Congres in 1992 waardoor veel tot dan toe verzegelde dossiers niet langer geheim waren. Om deze dossiers te inventariseren en te publiceren werd het Assassination Records Review Board (ARRB) in het leven geroepen.[23] Tussen 1994 en de opheffing van het ARRB in het najaar van 1998 werden enkele miljoenen pagina's aan dossiers openbaar gemaakt. Hoewel het ARRB geen nieuw onderzoek naar de moord verrichtte werden waar nodig (en mogelijk) wel getuigenverklaringen afgenomen in openbare hoorzittingen indien zulke verklaringen de dossiers verduidelijkten.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Moord op president Kennedy op Wikimedia Commons.