Musculus sternocleidomastoidicus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Musculus sternocleidomastoideus)
Ga naar: navigatie, zoeken
Borstbeen-sleutelbeen-tepelspier
Musculus sternocleidomastoidicus
Spier
Sternocleidomastoideus.png
Indeling
Hoort bij halsspieren met aanhechting aan de schoudergordel
Functie ipsilaterale lateroflexie en

heterolaterale rotatie van het hoofd en buigen van het hoofd elevatie van de schoudergordel

Gegevens
Origo sternum en clavicula
Insertie processus mastoides en linea nuchea superior
Slagader arteria occipitalis, arteria thyreoidica superior
Zenuw nervus accessorius en plexus cervicalis
Naslagwerken
Gray's Anatomy 111,390
Dorlands/Elsevier m_22/12550942
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus sternocleidomastoidicus,[1] musculus sternocleidomastoideus[2] of borstbeen-sleutelbeen-tepelspier[3][4][5] is een tweekoppige spier in het halsgebied, met aanhechtingen aan de schoudergordel. De spier is van buitenaf zeer goed zichtbaar. Eén kop ontspringt aan het borstbeen, de ander aan het sleutelbeen. De beide koppen hebben hun aanhechting gezamenlijk aan de processus mastoides en de linea nuchae superior op de schedel.

De musculus sternocleidomastoidicus kan, indien eenzijdig geactiveerd, het hoofd buigen en draaien. Het is een ipsilaterale lateroflexor. Dat wil zeggen dat de buiging van het hoofd wordt veroorzaakt door de spier die aan de kant ligt waarheen de buiging gericht is. De spier is daarentegen een heterolaterale rotator. Dat wil zeggen dat de rotatie van het hoofd wordt veroorzaakt door de spier die aan de tegenovergestelde zijde ligt van waarheen de rotatie gericht is (eenvoudig gezegd: de rechterspier zorgt voor een buiging naar rechts en een rotatie naar links). De spier kan, indien zowel de linker als de rechter spier geactiveerd wordt, het hoofd naar voren buigen. Tevens heeft de spier met de kop die aan het sleutelbeen aanhecht, een geringe functionaliteit op de schoudergordel. Hij helpt dan mee met elevatie. In die hoedanigheid wordt de spier ook wel gerekend tot de hulpademhalingsspieren.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  2. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  3. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  5. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.