Museumkaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Museumkaart is een persoonsgebonden kaart die een jaar lang onbeperkt toegang geeft tot circa 400 musea in heel Nederland.

De Museumkaart is bij 150 (grotere) musea verkrijgbaar en kan ook online worden aangeschaft. Met een Museumkaart kan men hetzelfde museum niet binnen 1 uur na aanvang van het eerste bezoek opnieuw bezoeken.[1] Museumkaarthouders kunnen desgewenst maandelijks digitaal een Museumkaartmagazine ontvangen met exclusieve aanbiedingen.

Het is bij uitzondering aan musea toegestaan een toeslag in rekening te brengen die ook door Museumkaarthouders betaald moet worden, alleen bij kostbare tentoonstellingen waarvoor hoge vervoers- en verzekeringskosten gelden. Deze toeslag moet dan gelden voor alle bezoekers en moet duidelijk apart worden vermeld.

De Museumkaart beoogt het (herhaal)bezoek te bevorderen en de binding tussen musea en hun (potentiële) bezoekers te vergroten. De Nederlandse Museumvereniging is uitgever van de Museumkaart. De exploitatie van de kaart is ondergebracht in de Stichting Museumkaart (SMK), die ook het Museumweekend organiseert en de marketing van aangesloten musea ondersteunt. SMK ontvangt geen subsidie en beschikt over de ANBI-status. De inkomsten van de stichting komen ten goede aan de deelnemende musea. Aangesloten musea zijn erkend als geregistreerd museum en zijn lid van de Nederlandse Museumvereniging.

Voor ieder met de Museumkaart afgelegd bezoek wordt door de Nederlandse Museumvereniging achteraf aan het betreffende museum een bezoekvergoeding uitgekeerd. Dit is een bepaald percentage van de gemiddelde toegangsprijs van het normaal betalend bezoek (jeugd/volwassenen/senioren). Dit vergoedingspercentage wordt jaarlijks landelijk vastgesteld. De SMK streeft ernaar dat dit minimaal 60% is. Over 2010 was het 70%, over 2011 was het 67%, over 2012 65%. Voor de bepaling van de vergoeding wordt voor de gemiddelde toegangsprijs van een museum geen hoger bedrag gerekend dan 1,5 keer het gewogen landelijk gemiddelde voor alle normaal betaalde museumbezoeken.

Er zijn in 2013 meer dan 900.000 Museumkaarthouders. In 2011 was ruim 23% van de bezoekers van de aangesloten musea Museumkaarthouder (4,3 miljoen op 18,1 miljoen). In 2012 werden met de Museumkaart ongeveer 5 miljoen museumbezoeken afgelegd. Aan de musea werd over 2012 bijna 30 miljoen euro aan bezoekvergoedingen uitgekeerd.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De Museumkaart werd in 1981 in het leven geroepen door een aantal musea.

De kaart is een aantal jaren gekoppeld geweest aan de NS-voordeelurenkaart en de Rabobankpas. Op 1 januari 2003 ging de Stichting Museumjaarkaart samen met de Nederlandse Museumvereniging. Sinds april 2003 heet de Museumjaarkaart Museumkaart (desondanks spreken veel mensen en musea nog van de Museumjaarkaart of MJK).

Fraude[bewerken]

Van medio 1995 tot eind 1999 maakte het management van het voormalige Museum De Stadshof in Zwolle zich schuldig aan oplichting voor een totaalbedrag van 42.000 gulden[2][3] door de suppoosten opdracht te geven 36 door De Stadshof aangekochte kaarten vrijwel dagelijks door de scanner te halen. Het museum betaalde later een schikkingsbedrag om zo strafrechtelijke vervolging te voorkomen.

Gebruik[bewerken]

Jaar Kaarthouders Prijs Bezoeken Musea Bezoeken per kaart Vergoeding musea
1980[4] 145.000
1989[4] 280.000 ƒ 30 2.000.000 ƒ 6.000.000
1990[4] ƒ 40
1992[5] 120.000 ƒ 40
1993[5] 154.000 ƒ 40
1994[5] ƒ 40 408
1997[6] 3.000.000 ƒ 19.000.000
1998[6] ƒ 55
2008[7] 598.486 3.000.000 440 5,4 14.000.000
2009[8] 674.446 3.500.000 440 16.000.000
2010[9] 754.390 40 3.700.000 372
2011[10] 800.000 4.300.000 5,5
2012[11] 900.000 45 5.100.000 5,8

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties