Negrito

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een jonge Negrito vrouw uit de Filipijnen

Negrito is de aanduiding voor op negroïde en pygmeeën lijkende volkeren die nog leven in geïsoleerde gebieden in Zuidoost-Azië. De naam is een Spaans/Portugees verkleinwoord van negro (kleine zwarte of negertje). De term is bedacht door vroegere Europese ontdekkingsreizigers omdat ze dachten dat de negrito's uit Afrika kwamen.

De Maleisische term voor hen is orang asli, oorspronkelijke mensen. Meestal verstaat men onder Orang Asli iemand, die niet tot de drie hoofdgroepen (Maleis, Chinees, Indiër) behoort in Maleisië. We kunnen de Orang Asli onderverdelen in drie groepen:

  1. senoi
  2. orang malayu asli
  3. Semang

alleen de Semang zijn negrito's met de subgroepen: Kintaq, Lanok, Kensiu, Jahai, Mendriq en Bateq.

Oorsprong[bewerken]

De Negrito's zijn waarschijnlijk een relictbevolking die na de grote migratie van de vroege moderne mens uit Afrika zich via Zuid-Azië tot in Australië en Oost-Azië verspreidde. Later werd de bevolking van Zuidoost-Azië in belangrijke wijze beïnvloed door nieuwe migraties uit het noorden, vanuit Centraal Azië via Oost-Azië.

De negrito's zijn waarschijnlijk de inheemse mensen van Zuidoost-Azië, met Nieuw-Guinea inbegrepen. Verwandte volkeren woonden oorspronkelijk in indo-Oceanië, Azië, Australië en Nieuw-Guinea tot de Perzische Golf, en van de Maleise Archipel tot Japan. Een in het bijzonder geïsoleerde groep hiervan vormen de Andamanezen in de Golf van Bengalen.

De Negrito's hebben één van de zuiverste genetische pools van mitochondriaal DNA van alle mensengroepen waardoor hun mtDNA dient als basislijn in het bestuderen van genetische drift.

Uiterlijk[bewerken]

De Negrito's zijn zwart-bruin van kleur en hebben wollig kroeshaar. De vorm van hun schedel is breed; hun gestalte is buitengewoon klein: met een pygmee-grootte behoren zij tot de kleinste van alle levende menselijke groepen. Volgens waarnemingen is de gemiddelde grootte bij de mannen 1,48 meter en bij de vrouwen 1,46 meter.

Manier van leven[bewerken]

De Negrito's behoren tot de semi-nomadische volkeren. Zij leven nog het meest in de jungle. Hun voorouders waren jagers en verzamelaars. Ze verzamelden bosproducten om medicijnen van te maken en groenten en fruit om zichzelf te voeden. Ze wisten hoe ze gereedschappen konden maken van steen. Sommige negrito's en dan vooral van de Filipijnen wisten hoe ze vuur moesten maken. De Negrito's die nu nog in het oerwoud leven jagen vooral op aapjes en vogels. Dat doen ze met een blaaspijp. De blaaspijp is een holle buis gemaakt van bamboe om dunne pijltjes af te schieten. De punt van de pijltjes wordt ingedoopt in een gif of verdovend middel. Binnen 20 meter is zo'n schot dodelijk. Voor een dier dat ze vangen hebben ze veel respect en daarom moet het dier zo min mogelijk pijn lijden.

Religie[bewerken]

De negrito's hebben veel respect voor de geesten van hun voorvaderen. Ze hadden oorspronkelijk een natuurgodsdienst, het animisme. Tegenwoordig hangen ze ook andere godsdiensten aan.

Externe links[bewerken]