Ondergronds logistiek systeem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het onderzoek naar een ondergronds logistiek systeem (OLS) wordt sinds halverwege de jaren 90 in Nederland gestimuleerd met subsidies. Vooral de bloemenveiling in Aalsmeer toonde bijzondere interesse in het project, voor een snelle transportverbinding met Schiphol. Uit haalbaarheidsstudies bleek echter dat de financiële risico's hoog waren en diverse Nederlandse OLS-trajecten kwamen niet verder dan haalbaarheidsstudies. Momenteel wordt er meer onderzoek verricht naar ongehinderd logistiek systeem, een gelijksoortig concept bovengronds.

Motivatie[bewerken | brontekst bewerken]

In de toekomst zal het vrachtverkeer over de weg alleen nog maar meer toenemen. Vooral in binnensteden zal dit tot meer verstoppingen, geluidsoverlast en uitlaatgassen leiden. Ook kunnen bevoorradingsroutes in grote mate ruimtelijke planning beïnvloeden. De ondergrond biedt goede mogelijkheden voor een oplossing van dit probleem. Daarnaast is het ondergronds brengen van vracht te verkiezen boven het ondergronds brengen van mensen.

Hoewel de keuze voor ondergronds gaan een aantrekkelijke keuze is, dient er in een dergelijk geval ook geïnvesteerd te worden in het algehele concept van het bevoorradingsnetwerk. Er kan dan gekozen worden voor een lijnstructuur, een boomstructuur of een cirkelstructuur.

OLS in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In 1996 presenteerde het ministerie van Verkeer en Waterstaat een brochure over Unit Transport per Pijpleiding (UTP). Deze behandelt een ontwerp voor een pijpleiding met een diameter van 2 meter, waarin onbemande transportvoertuigen pakketten van 1,25 x 1,25 x 6,00 meter vervoeren, tussen Schiphol en Aalsmeer, en tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Later worden er onder meer studies gedaan naar een OLS bij Leiden en Zuid-Limburg. Hier wordt gekeken naar het gebruik van conventionele leidingen, samen met 'leidingen-in-leidingen'.

De laatste jaren zijn echter diverse projecten, zoals dat bij Tilburg en tussen Schiphol en Aalsmeer niet ingevoerd vanwege de hoge kosten. In Twente en Limburg (Born) lopen nog onderzoeken naar de toepassing van OLS.

OLS in de rest van de wereld[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel er in Nederland nog geen ondergronds logistiek systeem gebouwd is, zijn er in andere landen al wel varianten gebouwd.

Tokio L-Net, Japan[bewerken | brontekst bewerken]

Het L-Net in Tokio is een onbemand, ondergronds distributiesysteem tussen 10 postkantoren, op 50 meter onder het straatniveau. Het bestaat uit een ring voor twee-richtingsverkeer, met een totale lengte van 45,2 kilometer. Het is gebouwd met de DOT-boortechniek (Double-O-Tube). Het netwerk heeft 7 normale en 2 hoofdterminals voor brieven en 1 hoofdterminal voor pakketten. Deze hoofdterminals vormen de verbinding met de inkomende post van buiten Tokio. De stations zijn gesitueerd in 22 meter brede schachten, onder de bovengrondse postkantoren, waar alle faciliteiten in ondergebracht zijn. De post wordt verstuurd in standaard ISOcontainers, die per 8 een trein vormen, die voortgedreven wordt door een LIMmotor. Vanuit veiligheidsoogpunt zit er tussen elke trein een venster van minimaal 150 seconden.

Metrofreight, Londen[bewerken | brontekst bewerken]

Het Metrofreight-netwerk in Londen is bedoeld voor vrachtvervoer op de korte en middellange afstand en maakt gebruik van oude posttunnels, die sinds de jaren 20 door de Britse post gebruikt worden. Deze tunnels zijn 2 meter wijd bij 2 meter hoog, de (onbemande) voertuigen die erdoorheen rijden zijn 1,5 x 1,5 x 4,5 meter groot. Er kunnen 4 gewone of 5 EURO-pallets op. De voertuigen communiceren met elkaar via infrarood en worden voortgedreven door elektromotoren.