Onderhoudsbeurt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Herinneringslabel voor de grote en kleine beurt

Een onderhoudsbeurt, kortweg beurt, bij voertuigen is een controle op gebreken, tegelijk met een (preventieve) vervanging van onderdelen en vloeistoffen (olie). In België wordt dit een "onderhoud" genoemd, respectievelijk "klein onderhoud" en "groot onderhoud".

Om veilig en betaalbaar te blijven rijden heeft een auto zo nu en dan een onderhoudsbeurt nodig. In vaktermen wordt dit de grote of kleine beurt genoemd. Een grote beurt wordt meestal elke 20.000 km uitgevoerd. Tussendoor, dus na 10.000 km wordt vaak een kleine beurt gegeven. De autofabrikant schrijft de exacte interval per model voor in het onderhoudsschema, dat in de regel is terug te vinden in het bij de auto behorende onderhoudsboekje. Daarin worden ook de onderhoudsbeurten bijgehouden en door de garage afgestempeld.

In het verleden werden onderhoudsbeurten veel frequenter uitgevoerd. Doordat moderne auto's minder onderhoudsgevoelig zijn, bijvoorbeeld door het toepassen van elektronische, directe ontsteking in plaats van ontsteking met een aparte bobine en verdeler met contactpunten. Ook het 'doorsmeren', het vervangen van smeervet, is geheel vervallen. Maar ook juist doordat moderne auto's veel meer elektronica bevatten, is het niveau van auto-onderhoud verschoven van eenvoudig mechanisch werk naar meer complex high tech onderhoud. Hierdoor worden ook hogere eisen gesteld aan het opleidingsniveau en competenties van automonteurs.

Naast voertuigen hebben ook andere mechanische apparaten onderhoud nodig. Piano's en vleugels bijvoorbeeld moeten niet alleen regelmatig gestemd worden, maar zij moeten ook eens in de zoveel jaar een grote onderhoudsbeurt hebben. Hoe vaak dit nodig is hangt van de intensiviteit van het gebruik af en van de eisen die de gebruikers stellen.

Zie ook[bewerken]