Onderkoning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een onderkoning (ook wel vicekoning) is een regent die over een deel van een rijk regeert, bijvoorbeeld een kolonie, stad of provincie, in de naam van zijn of haar monarch. Het territorium van een onderkoning kan ook wel een onderkoninkrijk genoemd worden. De vrouwelijke vorm is onderkoningin.

De koningen van het vroegmoderne Spanje hadden verschillende onderkoningen onder hen om de verschillende delen van hun land te regeren. Tot de 18e eeuw waren er onderkoningen van Aragon, Valencia, Catalonië, Sardinië, Sicilië, Napels, en Portugal (1580-1640), terwijl er in de Nieuwe Wereld onderkoningen waren van Nieuw-Spanje en Peru. In 1717 werden onderkoningen van Nieuw-Granada en in 1776 van Río de la Plata aangesteld.

Van 1858 tot 1947 werd de gouverneur-generaal van Brits-Indië ook wel de onderkoning van Indië (Engels: "Viceroy of India") genoemd.

'Onderkoning van Nederland' is een bijnaam van de vicepresident van de Raad van State. In België werd Jacques van Ypersele de Strihou in de pers 'de onderkoning' genoemd, door zijn functie als kabinetschef van achtereenvolgens koning Boudewijn en koning Albert II. Bij de troonsbestijging van koning Filip werd hij opgevolgd door Frans van Daele.

Zie ook[bewerken]