Koning der Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor het gelijknamige schip, zie Koning der Nederlanden (schip, 1872).
Koning der Nederlanden
In gebruik
Periode: 1815 – heden
Koning Willem-Alexander met Maxima bij de inauguratie in 2013
Koning Willem-Alexander met Maxima bij de inauguratie in 2013
Kantoor
Aanspreekvorm Majesteit
Benoemer Erfopvolging
Ambtstermijn Onbeperkt
Geschiedenis
Eerste Willem I der Nederlanden
Ontstaan in 16 maart 1815
Huidige Willem-Alexander der Nederlanden
Sinds 30 april 2013
Overig
Website Koninklijkhuis
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederlands koningshuis

Koning der Nederlanden is de titel waarmee het staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden wordt aangeduid. In de Nederlandse Grondwet wordt het staatshoofd kortweg aangeduid met Koning. Nederlandse wetten en koninklijke besluiten openen met de preambule Wij, (naam van het staatshoofd), bij de gratie Gods, Koning(in) der Nederlanden, Prins(es) van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Titel[bewerken | brontekst bewerken]

De Koning kan zowel een man als een vrouw zijn. Als de "Koning" een vrouw is krijgt deze de aanspreektitel Koningin (met grondwettelijke taak). De echtgenote van een staatshoofd is prinses-gemalin, maar kan (wettelijk besluit) aangesproken worden met de aanspreektitel koningin (zonder grondwettelijke taak). Om verwarring met het grondwettelijke begrip "Koning" te voorkomen, wordt de echtgenoot van een staatshoofd geen Koning genoemd. In die gevallen krijgt de prins-gemaal de aanspreektitel "Prins der Nederlanden". De Koning der Nederlanden voert tevens een aantal erfelijke adellijke en heerlijke titels. Op de titels "Koning der Nederlanden" en "Prins van Oranje-Nassau" na, voert men in het normale gebruik deze zogenoemde "grote titulatuur" niet, ze worden in de preambule vervangen door "enz. enz. enz.".

Functie[bewerken | brontekst bewerken]

De rol van de Koning in de regering is beschreven in artikel 2 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.[1] Bepalingen over de erfopvolging en huwelijk zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de Grondwet.[2]

Koning spreekt de troonrede uit (2017)

Met de grondwetsherziening van 1848 door Johan Rudolph Thorbecke werd de macht van de koning beperkt. De Koning is onschendbaar en de ministers verantwoordelijk. Ministers moeten voor het beleid van de regering verantwoording afleggen aan het parlement.

De koning is lid van de Rijksregering van het Koninkrijk der Nederlanden en lid van de regering van Nederland. In het Caraïbisch gedeelte van het Koninkrijk wordt hij vertegenwoordigd door een gouverneur. Als staatshoofd legt de koning (staats)bezoeken af, ontvangt hij staatshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders, beëdigt diverse functionarissen en symboliseert hij de eenheid van de staat. Ook vertegenwoordigt hij het Koninkrijk in binnen- en buitenland.

Samen met de ministers vormt hij de kroon. De koning symboliseert de eenheid van de regering. In die hoedanigheid is de koning degene die wetten en koninklijke besluiten ondertekent en internationale verdragen bekrachtigt. In deze rol is in het algemeen een contraseign van een minister of staatssecretaris vereist. Met name de wetten en amvb’s passeren in het wet- en regelgevingsproces de Koning meerdere malen omdat de koning deze namens de regering aanbiedt bij de Raad van State en het parlement. De koning ontvangt de notulen van de ministerraad, spreekt wekelijks met de minister-president en regelmatig met de andere bewindspersonen en legt regelmatig werkbezoeken met hen af binnen hun beleidsterrein. Op Prinsjesdag spreekt de koning namens de regering de troonrede uit. De ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen van de koning. Het staatshoofd heeft daarom binnen de kroon de plicht zijn handelen af te stemmen met de ministers.

De koning is officieel voorzitter van de Raad van State; in de praktijk woont hij de zittingen van de raad niet bij.

De Koning speelt sinds 2012 geen rol meer in de kabinetsformatie. De Tweede Kamer voert de regie tijdens de kabinetsformatie. In het verleden was de Koning initiatiefnemer in de formatie. Vanwege zijn grondwettelijke rol als staatshoofd en enige continue factor als lid van de regering wordt de koning tijdens de kabinetsformaties wel regelmatig geïnformeerd over de gang van zaken. Als de formatie is afgerond ontvangt de koning de formateur. Wel benoemt en beëdigt de koning nieuwe bewindspersonen.

Naast zijn formele taken als staatshoofd heeft de koning, volgens sommigen, een samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol, geeft een gezicht aan de nationale gevoelens die onder burgers leven bij vreugdevolle en treurige gebeurtenissen, is vertegenwoordiger van het Koninkrijk.

Rechten en plichten volgens de grondwet[bewerken | brontekst bewerken]

Bij overlijden van de Koning of afstand van het koningschap (abdicatie), wordt de opvolger (als die er is) Koning. Als er geen opvolger is, wordt een nieuwe Koning benoemd door de Staten-Generaal.

In hoofdstuk 2 van de Nederlandse grondwet is de erfopvolging van de koning geregeld.[2] De Kroon is opgedragen aan de nakomelingen van koning Willem I, prins van Oranje Nassau. Wanneer het vooruitzicht bestaat dat een erfopvolger zal ontbreken, kan een opvolger bij wet worden benoemd.

In de grondwet is ook opgenomen dat de Koning wordt ingehuldigd. De inhuldiging vindt plaats in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Bij zijn inhuldiging legt de Koning een eed of belofte af. Dit is voor het laatst opgenomen in lagere regelgeving uit 1992, de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning.[3][4] De tekst luidt:[5]

"Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven.

Ik zweer (beloof) dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning schuldig is te doen.

Zo waarlijk helpe Mij God almachtig!

(Dat beloof Ik!)"

Overzicht[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie lijst van koningen der Nederlanden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De eerste Koning der Nederlanden uit het Huis van de Oranjes was Willem I der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau. Hij werd in maart 1815 koning en was al vanaf 1813 soeverein vorst der Nederlanden. Het koningschap is erfelijk en erfde tot 1887 over volgens het semi-salische erfopvolgingsstelsel. In 1887 werd het Castiliaanse stelsel van kracht. In 1923 werd de opvolging beperkt tot in de derde graad van bloedverwantschap ten opzichte van de regerende koning. In 1983 werd de absolute primogenituur als erfopvolgingsstelsel ingevoerd.

Het Koninkrijk der Nederlanden heeft de volgende staatshoofden gehad:

Naam In functie sinds Functie-einde door
Willem I soeverein vorst sinds 6 december 1813, ingehuldigd op 30 maart 1814

Koning sinds 16 maart 1815, ingehuldigd in Brussel op 21 september 1815

Aftreden
Willem II vanaf 7 oktober 1840

ingehuldigd in Amsterdam op 28 november 1840

Overleden
Willem III vanaf 17 maart 1849

inhuldiging 12 mei 1849

Van 3 april tot 3 mei 1889 nam de Raad van State zijn koninklijke taken waar, tussen 29 oktober en 20 november gebeurde dat opnieuw en vanaf die laatste dag tot aan zijn overlijden drie dagen later was zijn echtgenote Emma regentes.

Overleden
Wilhelmina vanaf 23 november 1890. De Raad van State nam de koninklijke taken waar tot 8 december 1890. Daarna was haar moeder Emma regentes

vanaf 31 augustus 1898, haar achttiende verjaardag (meerderjarigheid) koningin

inhuldiging 6 september 1898

van 14 oktober 1947 tot 1 december 1947 en van 14 mei 1948 tot 30 augustus 1948 was haar dochter Juliana regentes

Aftreden
Juliana Koning vanaf 4 september 1948

inhuldiging 6 september 1948

Aftreden
Beatrix vanaf 30 april 1980

inhuldiging 30 april 1980

Aftreden
Willem‑Alexander vanaf 30 april 2013

inhuldiging 30 april 2013

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

Willem-Alexander der NederlandenBeatrix der NederlandenJuliana der NederlandenWilhelmina der NederlandenWillem III der NederlandenWillem II der NederlandenWillem I der Nederlanden

Regerend Koning van het vrouwelijk geslacht[bewerken | brontekst bewerken]

De Wet van 22 juni 1891, betreffende de wettelijk vastgestelde formulieren, ambtstitels en officieele benamingen in verband met het overgaan van de Kroon op eene Koningin bepaalt (in artikel 1) dat zolang een koningin de kroon draagt, bij 'het gebruik van alle wettelijk vastgestelde formulieren, ambtstitels en officiële benamingen, waarin het woord "Koning" voorkomt', in plaats daarvan het woord "Koningin" wordt gebezigd, 'met inachtneming van de daardoor noodzakelijk wordende taalkundige veranderingen'.[6]

Dit was van toepassing vanaf het moment dat de wet in werking trad tot de troonswisseling in 2013. Het betrof bijvoorbeeld de preambule en de termen Commissaris en Kabinet der Koningin.

Ondersteuning[bewerken | brontekst bewerken]

De Koning wordt bij de uitvoering van zijn taken ondersteund door verschillende organisaties:[7]

  • Kabinet van de Koning. Dit bereidt staatsbezoeken, werkbezoeken en beëdigingen voor. Het is ook de schakel tussen de koning en andere leden van de regering. Verzoeken aan de Koning stuurt het Kabinet door naar de verantwoordelijke bewindspersonen.
  • Dienst van het Koninklijk Huis. Deze dienst ondersteunt de koning, de koningin en andere leden van het Koninklijk Huis bij hun dagelijks werk. De medewerkers werken vooral in Paleis Noordeinde te Den Haag.
  • De Rijksvoorlichtingsdienst verzorgt de berichtgeving over het Koninklijk Huis en hoort organisatorisch bij het ministerie van Algemene Zaken

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]