Onroerendezaakbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Onroerende-zaakbelasting)
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Onroerendezaakbelasting (ozb) is in Nederland een belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

Belang van de ozb[bewerken]

Alle gemeenten in Nederland heffen de ozb. Deze belasting beslaat zo'n 8% van de totale gemeentelijke inkomsten per jaar. Elke gemeente mag de ozb-tarieven zo hoog maken als zij wil, maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft met de Rijksoverheid afspraken gemaakt over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst. Dit heet de macronorm. In 2015 stijgt de ozb-opbrengst echter sterker dan de macronorm norm. Samen halen de gemeenten 44 miljoen euro meer binnen dan afgesproken. Dat is niet erg. De opbrengst van de ozb is, met een opbrengst van niet meer dan 1,6 procent van de landelijke belastingopbrengst, een kleine belasting. Door de overschrijding van de macronorm stijgt de totale belastingopbrengst in Nederland daardoor met slechts 0,0183 procent meer dan de bedoeling was.[1]

Wie moet ozb betalen?[bewerken]

De ozb bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen. Sinds 2006 is de belasting voor de gebruikers van woningen komen te vervallen. Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden, geldt de gebruikersbelasting nog wel.
Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.

Heffingsgrondslag[bewerken]

Als heffingsgrondslag geldt de WOZ-waarde (WOZ staat voor wet waardering onroerende zaken). De WOZ-waarde is een grondslag voor belastingheffing door de gemeenten, de belastingdienst en de waterschappen. De waarde die moet worden bepaald is die welke aan een onroerende zaak dient te worden toegekend wanneer het volle en onbezwaarde eigendom aan de hoogstbiedende zou kunnen worden overgedragen. Voor niet-woningen (met uitzondering van Rijksmonumenten) geldt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de grondslag is indien deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. De ozb is een zogenaamde 'tijdstipbelasting', waarbij uitsluitend de toestand per 1 januari bepalend is. Iedere wijziging nadien heeft geen invloed op de hoogte van de heffing.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt het tarief van de onroerendezaakbelasting berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld.

Rekenvoorbeeld:

  • Een woning heeft een WOZ-waarde van € 247.000,–
  • Het ozb-tarief eigenaren woningen in 2008 is vastgesteld op 0,1099 %
  • Hieruit volgt een ozb van € 247.000,- x 0,1099% = € 271,45

OZB elk jaar onderzocht[bewerken]

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO),[2] een onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen brengt elk jaar in maart de Atlas van de Lokale Lasten uit.[3] Uit het onderzoek van 2015 blijkt dat een huishouden in 2015 gemiddeld €263 aan ozb betaald. Dat is €7 meer dan in 2014. Het gemiddelde ozb-tarief steeg daarmee met 2,8 procent. Inwoners van Texel betalen het minst (gemiddeld 118 euro), in Blaricum betalen inwoners het meest (688 euro). De stijging is met 44 procent het sterkst in Muiden, dat dit jaar de artikel 12-status aanvraagt. Dat betekent dat de gemeente in financiële problemen verkeert en extra bijstand vraagt. Om steun te krijgen moet de gemeente eerst de ozb-tarieven flink verhogen. Hardinxveld-Giessendam is een gemeente waar het ozb-tarief daalt (11 procent). In deze gemeente was de opbrengst uit de ozb in 2014 hoger dan verwacht. Dit geld wordt nu teruggegeven aan de belastingbetaler.

Geschiedenis van de ozb[bewerken]

De ozb bestaat sinds 1975 en werd ingevoerd ter vervanging van de tot dan geldende personele belasting. Bij de invoering werd bepaald dat het niet mocht dienen om de gemeentelijke begroting sluitend te krijgen.

  • Tot en met 1991 werd de invordering (en dus ook de verzending van de aanslagbiljetten), verzorgd door de belastingdienst.
  • Sedert 1 januari 2006 is de gebruikersbelasting beperkt tot onroerende zaken die niet tot woning dienen. De gebruikersbelasting voor woningen werd daarmee afgeschaft.
  • Ook de berekening van de verschuldigde ozb was voor 2009 anders geregeld: het tarief werd toen bepaald per waarde-eenheid van € 2.500,--. Men diende de WOZ-waarde te delen door € 2500,–, naar beneden af te ronden op hele getallen en daarna te vermenigvuldigen met het tarief. Het tarief werd jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld.

Rechtsvergelijking[bewerken]

Het Belgische equivalent van onroerendezaakbelasting is Onroerende voorheffing.


Bronnen, noten en/of referenties