Oogdruk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Patiënt bij een tonometer

De oogdruk is de inwendige druk die in een oog heerst. De druk is essentieel voor het normaal functioneren van het oog. De druk zorgt voor een gelijkblijvende afstand tussen het hoornvlies (8), de lens (11) en het netvlies (30) van het oog, alsook voor een gelijkmatige oriëntatie van de lichtreceptoren op het netvlies.

Het kamerwater, dat in de epitheelcellen van het straallichaam wordt geproduceerd, is voor de oogdruk verantwoordelijk.

Oogdrukmeting[bewerken]

De oogdruk kan worden gemeten met behulp van een tonometer. Meestal wordt applanatie tonometrie gebruikt omdat die het betrouwbaarst en nauwkeurigst is. Voorafgaand aan de meting worden verdovende oogdruppels en een lichtreflecterende stof toegediend. Daarna wordt de tonometer direct op de ogen geplaatst. Door middel van blauw licht wordt de druk in de ogen gemeten.

Normale waarden[bewerken]

De oogdruk ligt bij 95 % van alle mensen tussen de 10 en de 21 mm Hg (1333 - 2800 Pa g). Wat voor een oog een gezonde oogdruk is, hangt sterk af van de gezondheid van de ogen. Voor sommige ogen is 30 mm Hg nog goed, voor andere ogen is 14 mm Hg te hoog.

Als gevolg van een nauwkeurig regelmechanisme in de productie en afvoer van kamerwater zijn de fluctuaties klein: ca. 2,75 mm Hg.

Hoge oogdruk[bewerken]

Wanneer de oogdruk te hoog wordt, is de kans op het ontstaan van glaucoom verhoogd, waardoor schade aan het netvlies of aan de oogzenuw kan ontstaan.