Oude Mannen en Vrouwenhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude mannen in uniform (tot 1915) in Gasthuis Calvariënberg, Maastricht (foto: dr. L. van Kleef, ca. 1895)

Oude Mannen en Vrouwenhuis of Gebrekkigenhuis was de aanduiding van een tehuis waar oudere mannen en vrouwen hun laatste jaren konden slijten. Het is de voorloper van een verzorgingshuis. Reeds in de 15e eeuw was er op verscheidene plaatsen een Oude Vrouwenhuis of Oude Mannenhuis, met voorlopers in de 13e eeuw. Pas in de 18e en 19e eeuw werden deze huizen gecombineerd tot gemengde gasthuizen.

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Reformatie werd in Hoorn het Sint Pietersdal verbouwd tot Oude Mannenhuis en in 1614 werd het officieel een Tehuis voor Ouden van Dagen. Het pand heeft de functie van woning voor ouderen tot op de dag van vandaag behouden. In 1719 ontstond in Amsterdam uit het Diakene Oude Vrouwen Huys het Diaconie Oude Vrouwen en Mannen Huis. Het was met 700 bewoners tevens het grootste bejaardentehuis in Nederland. In 1999 achtte men het gebouw niet langer geschikt voor de gewenste zorg en werd het overgedragen aan de gemeente Amsterdam. Nadat in 2007 de laatste bewoners vertrokken waren, werd het gebouw tot museum verbouwd. Nadien is Hermitage Amsterdam er gevestigd.

Ook elders ontstonden dergelijk instellingen als Oude Mannen en Vrouwenhuis. In 1804 verrees in Tiel het Oud Burger Mannen- en Vrouwenhuis. In 1821 werd in Maastricht het Klooster Calvariënberg verbouwd tot 'Godshuis', waar 200 'gebrekkigen' (armlastige ouderen en gehandicapten) onderdak vonden. Omstreeks 1880 werden het Oude Mannen en Vrouwenhuis van Soest en dat van Zaltbommel gesticht. Al deze gasthuizen kregen na verloop van tijd een andere bestemming. De panden bleven bewaard als rijksmonumenten.