Overleg:Absolute monarchie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemene opmerking[bewerken]

alle machten ( politieke, rechtgevende en leiding gevende) zijn in handen van 1 persoon – De voorgaande bijdrage werd geplaatst door 145.53.137.181 (overleg · bijdragen) 7 mrt 2005 14:22‎

Frankrijk als absolutistische staat onder Lodewijk XIv, XV, XVI[bewerken]

Het is misschien gemakkelijk om de Franse koningen absoluut te noemen, maar niet gemakkelijk om te bewijzen dat ze absolute koningen waren, welke ook de definitie is die men aan dat absolutisme geeft. De FR en ENg Wikipedia artikels noemen Lodewijk XIV wel als voorbeeld van een absolute vorst, maar geven meteen aan dat hij eigenlijk geen absolute vorst was. De peioratieve term absolutisme werd na de Franse Revolutie uitgedragen om de vorige periode te veroordelen, de koning als despoot voor te stellen - en de nieuwe positief voor te stellen.

Het "Ancien Régime" voorzag een groot aantal "checks and balances" voor de koninklijke macht. Vooreerst stond de Koning niet boven de wetten. De Koning was wel de wetgevende macht, maar de hogere rechtbanken (de zgn. Parlementen) toetsten de edicten aan de "Loix fondamentales du Royaume", en konden jurisprudentie synthetiseren. Als wetgende macht was de Koning dus beperkt (hoewel L XIV de Parlementen in 1673 het recht van de Parlementen om te protesteren beperkte; dat recht kwam pas terug in 1715) en er was voortdurend overleg tussen de Koning en zijn Parlementen. Ook als uitvoerende macht was de koning beperkt. Belastingen konden slechts geïnd worden met toestemming van de Parlementen, en de inning was geprivatiseerd. De ambten in de administratie waren bemand door de (nieuwe) adel (die niet, zoals men vaagweg beweert "uitgeschakeld" was), die de ambten binnen zekere limieten verder konden verkopen, waardoor de Koning geen vat had op een groot deel van het openbaar bestuur. Politiediensten waren zwak en liepen elkaar voor de voeten. De Koning benoemde wel de Intendanten, die in de provincies voortdurend bevoegdheidsconflicten hadden met de onafhankelijke administraties van adel, leger, steden, kerk, Parlementen (die onder Lodewijk XV niet aarzelden de Intendanten te arresteren en te veroordelen). Christian Petitfils geeft aan dat het aantal ambtenaren dat rechtstreeks onder controle van de Koning stond slechts enkele duizenden was.
Tenslotte stelde de Koning als rechterlijke macht niets voor: de rechterlijke ambten werden door de bezitters verkocht en de Koning kon nauwelijks druk uitoefenen. Tijdens het proces Fouquet werd de onmacht van de Koning over de rechtelijke macht getoond.
De Kerk, die een enorm patrimonium bezat, en zijn eigen administratie en rechtbanken had, ontsnapte ook aan de koninklijke controle. Zoals de uitgestrekte domeinen van families zoals bv. d'Orléans. Riyadi (overleg) 16 sep 2011 10:21 (CEST)