Paraffine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paraffine (v. Lat. parum = weinig, affinis = verwant) is een uit aardoliefracties en bruinkoolteer verkregen mengsel van bij kamertemperatuur vaste kristallijne alkanen met 16 tot 57 koolstofatomen.

De algemene molecuulformule van lineaire alkanen is \mathrm{CH_3(CH_2)_nCH_3}. Het smeltpunt is afhankelijk van de ketenlengte (n).

De ontdekking van paraffine in 1830 staat op naam van de wetenschapper baron Karl von Reichenbach (1788-1869). Het wordt dan nog een populaire brandstof voor verlichting en verwarming van huizen, voordat de elektriciteit en gas deze als energievoorziening gaan verdringen.

Technische paraffine bestaat in hoofdzaak uit de vaste alkanen van C18 tot C32. Daarnaast komen isoparaffinen en cycloparaffinen voor, die in het uitgangsmateriaal (aardolie) aanwezig zijn, maar bij de destillatie daarvan grotendeels worden afgebroken.

Eigenschappen[bewerken]

Paraffine is onoplosbaar in water en alcohol. Het lost op in tetrachloorkoolstof, benzeen, trichlooretheen, koolstofdisulfide, benzine en ether. Door smelten kan men paraffine mengen met vetten, bijenwas, stearine, enz.

Bereiding[bewerken]

Paraffine wordt uit aardoliedestillaten en -residu's bereid, door deze in selectieve oplosmiddelen op te lossen, sterk af te koelen en de paraffine af te filtreren. De verkregen, nog olie bevattende paraffine wordt van deze olie ontdaan door zweten of door uitlogen met een oplosmiddel, en door centrifugeren. De raffinage van paraffine geschiedt met behulp van bleekaarde. Meestal gaat hier een voorbehandeling met geconcentreerd of rokend zwavelzuur aan vooraf.

Paraffine komt in verschillende kwaliteiten voor:

a. geheel gereinigd: deze paraffine is wit, transparant, reuk- en smaakloos en het oliegehalte bedraagt max. 0,5%;

b. half gereinigd: deze paraffine is wit, in hoge mate reukloos en smaakloos. Paraffinen zijn in de handel verkrijgbaar naar smeltpuntstraject. Verkrijgbare kwaliteiten zijn bijvoorbeeld 50–52 °C, 52–54 °C, enz. Daarnaast is er nog bij kamertemperatuur vloeibare paraffine, de paraffine-olie.

Toepassingen[bewerken]

Tegenwoordig wordt paraffine naast stearine nog veel gebruikt ter vervaardiging van kaarsen en waxinelichtjes. Ook wordt het gebruikt als omhulsel voor kaas, om uitdroging te voorkomen.

Naast deze opties, kan het ook gebruikt worden bij de wintersport. Om ski's of snowboards beter te laten glijden over de sneeuw, worden ski's gewaxt. Hierbij wordt (vaak) gebruikgemaakt van paraffine.

In de medische wereld wordt paraffine gebruikt om stukjes weefsel in 'in te bedden'. Paraffine is hiervoor geschikt omdat het geen reacties aangaat met cel- en weefselonderdelen. De weefselonderdelen worden in vloeibare paraffine gebracht en na stolling kunnen tot op de micrometer nauwkeurig plakjes gesneden worden die vervolgens op een glaasje worden gelegd en met een microscoop bekeken kunnen worden.

Paraffine wordt ook gebruikt in de cosmeticabranche. In een paraffinebad worden handen en voeten ondergedompeld, wat een extra verzorgende werking heeft. Na het bad worden handen en of voeten verpakt in plastic handschoenen of sloffen, en voor een periode van 10 - 15 minuten verpakt in een badstoffen hoes. De paraffine omsluit de huid en zorgt ervoor dat de huid direct zacht en soepel aanvoelt.

Ten slotte komt paraffine voor in medicijnen tegen hielkloven (uitdroging van de voet) en sommige huidcrèmes.

Paraffine wordt in toenemende mate verdrongen door petrolatum.