Parasurama

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Parasurama, gouache op papier, circa 1820
Parasurama valt de veelarmige demon aan, circa 1725

Parasurama (Rama met de bijl, Jamadagnya) is in het hindoeïsme de zesde avatara (belichaming) van Vishnoe. Hij is de vijfde zoon van de brahmanen Jamadagni en Renuka. Hij verslaat de duizend-armige koning Kattavirya en stelt zich ten doel de kaste van kshattriya's uit te roeien. Parasurama wordt verslagen door Rama.

Geboorte[bewerken]

In de Vishnu Purana wordt over Parasurama's geboorte verteld. Prins Gadhi (een incarnatie van Indra) heeft een dochter, Satyavati, met wie de oude brahmaan en muni Richika wil trouwen. Richika weet zelfs met Varuna's hulp de bruidsschat van duizend witte paarden met één zwart oor te bemachtigen. Richika maakt twee borden met eten klaar voor Satyavati en haar moeder, zodat ze van zonen zullen bevallen. Doelbewust wisselen de vrouwen van bord, zodat Satyavati van een held en niet van een brahmaan zou bevallen. Als Richika er achter komt wordt hij boos en legt uit wat het verschil is tussen krijgers en priesters (brahmanen): krijgers slaan neer en strijden met wapens, zoeken macht, kracht en heroïek, terwijl brahmanen vriendelijkheid, kennis, vrede en vroomheid zoeken en zich terughoudend opstellen. Satyavati wil niet langer een krijger als zoon en vraagt of Richika haar kleinzoon tot krijger kan maken. Zo gebeurt het.

Satyavati bevalt van Jamadagni, die met Renuka huwt. Hun vijfde kind is Jamadagnya of Parasurama, een deel van Narayana (Vishnoe), de spirituele gids van het universum.

Daden[bewerken]

In de Mahabharata, Bhagavata-, Padma- en Agni Purana worden Parasurama's daden uiteengezet. Op een dag gaat zijn moeder Renuka baden en ziet prins Chitraratha van Mrittikavati en zijn koningin zich in het water vermaken. Ze wordt jaloers en daardoor onzuiver. Haar man Jamadagni ziet het meteen als ze thuiskomt en geeft zijn zonen opdracht hun moeder het hoofd af te slaan. Ze weigeren en worden door Jamadagni's vloek idioten. Als Parasurama binnenkomt gehoorzaamt hij en slaat zijn moeder met de bijl, die hij van Shiva heeft gekregen, het hoofd af. Zijn vader Jamadagni is verrast en staat zijn zoon gunsten toe. Parasurama vraagt zijn moeder weer tot leven te wekken, haar niets zich te laten herinneren van de onthoofding, haar zuiverheid te herstellen, zijn broers te genezen, onoverwinnelijkheid in de strijd en vele jaren van leven. Zijn vader zegt hem dat alles toe.

Op een dag komt de ijdele, duizend-armige koning Karttavirya van de Haihaya's met zijn gouden wagen naar de hermitage van Jamadagni en Renuka. Renuka's vriendelijkheid beantwoordt de onderdrukker van goden, rishi's en alle wezens, met de diefstal van het kalf van de melkkoe en het omhakken van de hoge bomen. Als Parasurama er van hoort neemt hij zijn boog, gaat Karttavirya achterna, schiet hem zijn armen af en verslaat hem. Diens zonen echter vallen de hermitage aan en doden Parasurama's vader Jamadagni. Na de begrafenis zweert Parasurama de eed alle kshattriya's (krijgers) om te brengen, te beginnen met Karttavirya's zonen.

In de Ramayana wordt verteld over de ontmoeting tussen Parasurama en Rama (Chandra). Ze komen elkaar tegen als Rama's vader, Dasaratha, naar zijn hoofdstad terugkeert. Parasurama vertelt dat hij gehoord heeft hoe Rama Janaka's boog heeft gebroken en stelt een tweekamp voor, waarbij naast Shiva's boog ook Vishnoe's boog wordt uitgeprobeerd. Als Rama zelfs Vishnoe's boog kan spannen en een pijl kan aanleggen, staat Parasurama hem toe zijn 'gezegende verblijfplaatsen' te verwoesten. Al zijn zij beiden de belichamingen van Vishnoe, wordt zo bewezen wie van hen de grootste is.[1]