Passief-agressieve persoonlijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een passief-agressieve persoonlijkheid (PAP) is een persoonlijkheidsstoornis uit DSM die gekenmerkt door een agressief denkpatroon tegenover mensen die gezag uitoefenen over de patiënt.

De passief-agressieve persoonlijkheid was gerubriceerd als een As II-persoonlijkheidsstoornis in de DSM-III, maar het is verplaatst in DSM-IV naar Appendix B (toekomstige ontwikkelingen), om reden dat er nog niet voldoende overeenstemming bestond en verder onderzoek nodig werd geacht. Het is een soort hangend stadium van puberaal gedrag, waardoor de persoon in kwestie zich nog altijd passief-agressief verzet tegen bevelen.

Verzet[bewerken | brontekst bewerken]

Het verzet kan bestaan uit:

  • Treuzelen op het werk, dus opdrachten niet op tijd afmaken;
  • Prikkelbaar zijn als een opdracht ontvangen wordt;
  • Het uit de weg gaan van verplichtingen en afspraken met het excuus het te zijn vergeten;
  • De vaste overtuiging het werk beter te doen dan anderen beweren;
  • Niet gediend zijn van adviezen van anderen;
  • Het leveren van kritiek op gezagsdragers;
  • Het zoeken van ruzie met meerderen of andere dominante personen.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De kenmerken zijn:

  • Een voortdurend aanwezig patroon van passief verzet tegen de eis sociaal en beroepsmatig te functioneren;
  • Grillig gedrag (de ene dag onderdanig, de andere dag stroef);
  • Jaloezie jegens anderen; de gezagsdragers krijgen de schuld;
  • Onzekerheid over het eigen talent en de eigen vakbekwaamheden;
  • Persoonlijke relaties zijn kortstondig en passief van aard

Af en toe komt ook handgemeen in het spel waardoor de PAP-lijder nog meer haat en afkeer heeft tegenover andere mensen. Wanneer PAP-lijders kritiek krijgen op hun trage werkzaamheden of onvolledige inzet, krijgen de critici of juist hun bazen de schuld ervan.