Philip Willem Schonck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Philip Schonck
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsinformatie
Nationaliteit Statenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Geboortedatum 1735
Geboorteplaats Hedel
Overlijdensdatum 1807
Overlijdensplaats Nijmegen
Beroep architect, tuinarchitect, tekenaar
Werken
Praktijk 1755 - 1795
Belangrijke gebouwen Galerij Prins Willem V
Huis Verwolde
Raadhuis Etten
Arsenaal van Willemstad
Belangrijke projecten Verbouwing stadhuis Breda
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Philip Willem Schonck (Hedel, 17 juni 1735 - Nijmegen, 7 mei 1807) was architect en tuinarchitect, voor het merendeel van monumentale, wereldlijke gebouwen. Hij staat bekend als de architect van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau voor wie hij grote opdrachten uitvoerde. Veel van zijn werk bevindt zich in West-Brabant.

Werkzaam in Noord-Brabant[bewerken | brontekst bewerken]

Schonck was de zoon van Willem Schonck, predikant te Hedel, en Dorothea Elisabeth Metz. Van zijn jeugd en opleiding is weinig bekend. In 1755 ontwierp hij een ondermijningsplan voor het bastion Dauphin te Maastricht. Hieruit zou opgemaakt kunnen worden dat hij, althans gedeeltelijk, een opleiding tot militair ingenieur had doorlopen. In 1765 kreeg hij een aanstelling als opzichter van Zijne Hoogheids gebouwen te Breda, waarmee de bezittingen van achtereenvolgens de Stadhouders Willem IV en Willem V werden bedoeld.

In 1767 voltooide hij de verbouwing van de voorgevel van het Stadhuis van Breda, en omstreeks deze tijd voltooide hij in de wijde omgeving van Breda meerdere projecten. Vooral in Geertruidenberg schreef hij tussen 1767 en 1778 een hele reeks verbouwingen en nieuwbouwprojecten voor openbare gebouwen op zijn naam, en daarmee drukte hij een belangrijk stempel op het stadsbeeld.[1] In het naburige Etten bouwde hij de nieuwe kerktoren (1771) en vermoedelijk ook het raadhuis (1776).[2] Dit alles bracht hem veel lof, en in 1769 werd hij bevorderd tot opzichter van gebouwen en tuinen van de Stadhouders in Den Haag.

Stadhouderlijk architect in Den Haag[bewerken | brontekst bewerken]

In Den Haag verbouwde hij vanaf 1768 in meerdere fases Paleis Noordeinde; zo werd in 1778 naar zijn ontwerp tegen de voorgevel een zuilenportiek opgetrokken.[3] In 1774 ontwierp Schonk in opdracht van stadhouder Willem V een gebouw aan het Buitenhof te Den Haag dat zou gaan dienen als eerste openbaar toegankelijke schilderijengalerij van Nederland, de later naar de stadhouder vernoemde Galerij Prins Willem V.[4] Tussen 1790 en 1793 werd op advies van Schonck het Huis ter Nieuburch, het stadhouderlijk paleis waar in 1697 de Vrede van Rijswijk was gesloten, gesloopt, waarna op het rerrein naar zijn ontwerp in 1792 een gedenknaald verrees.[5]

In 1778 maakte Schonck een studiereis naar Parijs.[6]

Ook paleizen, tuinen en domeinen als Het Loo te Apeldoorn, Soestdijk en Dieren moest hij inspecteren. Voor de tuinen van Het Loo heeft hij ook ontwerpen gemaakt. In de buurt van het Gelderse Laren bouwde hij in 1776 met Huis Verwolde een van de architectonisch belangrijkste classicistische buitenhuizen uit die jaren in Nederland.[7]

Toen in 1795 met de Bataafse omwenteling de stadhouderlijke familie naar Engeland uitweek en de oude Republiek der Zeven Provinciën plaats maakte voor de nieuwe Bataafse Republiek, kwam er vermoedelijk meteen een einde aan de carrière van de in dienst van de Oranjes werkende, inmiddels zestigjarige Schonck. Opdrachten aan hem van ná die tijd zijn in elk geval niet bekend. Zijn laatste levensjaren bracht de ongehuwde Schonck door in Nijmegen. Hij werd begraven in de Sint-Stevenskerk aldaar.

Uitgevoerd werk van Schonck [8][bewerken | brontekst bewerken]

Misschien het bekendste bouwwerk van Schonck: de in 1778 door hem toegevoegde zuilenportiek van Paleis Noordeinde, die bij een latere verbouwing werd gesloopt en bij de restauratie van 1976-1984 werd gereconstrueerd

Fotogalerij van werk van Schonck[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]