Willem V van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem V
1748 – 1806
Ziesenis, Johann Georg Ziesenis - Portret van Willem V, prins van Oranje-Nassau (c 1770).jpg
Prins van Oranje
Periode 1751 – 1795
Voorganger Willem IV
Opvolger Willem VI
Erfstadhouder der Verenigde Nederlanden
Periode 1751 – 1795
Voorganger Willem IV
Opvolger --
Vader Willem IV van Oranje-Nassau
Moeder Anna van Hannover
Dynastie Oranje-Nassau
Stamboom.png Stamboom

Willem V Batavus ('s-Gravenhage, 8 maart 1748Brunswijk, 9 april 1806), prins van Oranje, vorst van Oranje-Nassau, was erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795).

Hij raakte diep in de problemen door zijn halsstarrigheid tijdens de patriottentijd. In februari 1793 verklaarde de revolutionaire regering in Parijs hem de oorlog. In januari 1795 ging hij in ballingschap. Hij beval de koloniale bestuurders zich over te geven aan de Britten, waarna militaire bezetting volgde. In 1801 deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Willem Batavus[1] werd geboren in 's-Gravenhage als zoon van erfstadhouder Willem IV en Anna van Hannover. Willem was drie jaar oud toen zijn vader overleed. Hij werd opgevoed door zijn moeder en Douwe Sirtema van Grovestins en vanaf 1759 door Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel. Al in 1754 ontstond een onenigheid over het jaar waarin hij meerderjarig verklaard zou worden. In 1763 werd hij ernstig ziek, men vreesde voor zijn positie als opvolger. Het was zaak een geschikte huwelijkskandidaat te zoeken. De prins had zijn oog laten vallen op Caroline Mathilde van Wales, maar zij werd uitgehuwelijkt aan een Deense prins. Frederik V van Denemarken beval zijn dochters aan en Frederik de Grote bracht enkele van zijn nichten onder de aandacht. De hertog wees zijn nicht Augusta Dorothea af.

Stadhouder[bewerken]

In 1766, meerderjarig geworden, trad hij aan als stadhouder. De dan 9-jarige Mozart was uitgenodigd en had een compositie voor de inhuldiging rond 11 maart geschreven (KV 32).[2] Op 4 oktober 1767 huwde de prins in Berlijn met Wilhelmina van Pruisen, een nicht van Frederik de Grote, die in 1768 de stadhouderlijke familie bezocht op Het Loo.

Willem V als kind

Willem V begon met voorstellen tot verkleining van de vroedschappen in de Friese steden Stavoren (1768), Workum (1772) en Bolsward (1773). De stadhouder beschikte over goede contacten ("premiers") in Friesland, onderdeel van het stadhouderlijk stelsel. Ook in Gelderland en Overijssel hadden kleine steden moeite om hun vroedschapszetels op te vullen en waren aanpassingen noodzakelijk; Zwolle telde bijvoorbeeld 16 burgemeesters.[3] De voorstellen tot hervorming, die willekeurig kunnen worden genoemd, omdat hij niet overal over dezelfde bevoegdheden en invloed beschikte, werden hem niet in dank afgenomen. Het probleem van de opvulling van vroedschapszetels speelde bovendien in steden met een aanzienlijke katholieke bevolking, zoals Haarlem, Arnhem, Nijmegen, Oldenzaal, 's-Hertogenbosch, etc. Nog voor de patriottentijd in Bolsward, toen een klein stadje met 2600 inwoners, maar met een aanzienlijke katholieke bevolking (30%), ontstond in 1778 protest, waarop de stadhouder besloot het voorstel te laten rusten.

In 1774 werd de Galerij Prins Willem V voor het publiek geopend. Josina van Boetzelaer en haar leermeester Francesco Pasquale Ricci componeerden diverse werken voor het hoforkest. Op het Haagse Binnenhof werd tegenover het oorspronkelijke stadhouderlijk paleis (waarvan de Mauritstoren en aanpalende vertrekken als deel van het huidige gebouw van de Eerste Kamer der Staten-Generaal bewaard zijn gebleven) in 1777 voor Willem V een nieuw paleis gebouwd.[4]

De patriottentijd[bewerken]

Hendrik Pothoven: Kermis op het Buitenhof, 1781
Links de Gevangenpoort, rechts het Binnenhof. In het midden staat prins Willem V met zijn gezin, met twee zwarte bedienden.[5]

In september 1781 - de Republiek was sinds december 1780 in oorlog met de Engelsen, vanwege wapensmokkel naar de opstandige Verenigde Staten - kwam er steeds meer kritiek op het functioneren van Willem V. Het pamflet “Aan het Volk van Nederland” waarin een aantal zaken op een rijtje waren gezet vond gretig aftrek.[6] Willem V werd beschuldigd van heulen met de vijand: zijn neef George III, de koning van Engeland. Bovendien speelde de affaire met freule Constantia van Lynden hem parten. De Vierde Engels-Nederlandse Oorlog verliep desastreus, op de Slag bij de Doggersbank na, en al in 1783 is een Vrede van Parijs (1783) gesloten. Toen in 1784 bekend werd dat Lodewijk Ernst de stadhouder in het geheim adviseerde, zonder voor de gevolgen verantwoordelijk te kunnen worden gesteld, is die zaak door de patriotten in pamfletten uitgebuit. De gehate hertog werd het land uitgezet. De in het slop geraakte economie werd bedreigd toen keizer Jozef II, die ook heer van de Oostenrijkse Nederlanden was, opening van de Schelde eiste. De Keteloorlog die daarop volgde was aanleiding voor de patriotten tot het oprichten van nog meer exercitiegenootschappen. Daardoor zou de invloed van Willem V op de benoeming van buitenlandse officieren in het Staatse leger afnemen.

De patriotten stelden bij monde van Pieter Paulus inmiddels voor een raad in te stellen waarin ook zijn vrouw, die hem al sinds 1776 inzake politieke kwesties terzijde stond, zitting zou hebben. De besluiteloze prins liet niets van zich horen en voerde een beleid dat uitging van handhaving van de oude, gevestigde posities. In maart 1785 deed Willem Gerrit Dedel, raad bij de Admiraliteit van Amsterdam, een voorstel het recommendatierecht van de stadhouder af te schaffen.[7] Bijna was er een akkoord bereikt, maar niet lang daarna sloeg de stemming om en volgens Willem Bilderdijk ontstond een breuk tussen de aristocraten en de democraten. Quint Ondaatje en Von Liebeherr reisden diverse malen naar Den Haag om in contact te komen met de stadhouder. Begin september 1785, enkele dagen nadat het dragen van oranje verboden was, verloor Willem V zijn militaire positie in 's Gravenhage. De stadhouder raakte in een steeds zwaardere crisis en dronk veel wijn.[8] Het liefst had hij afstand gedaan en zich teruggetrokken op een van zijn Duitse bezittingen. Hij schreef: "Ik wenschte dat ik dood waere, dat mijn vader nimmer stadhouder was geworden. Ik voel ik ben daertoe niet bekwaem. 't Hooft loopt mij om."

Willem met zijn vrouw en kinderen

Twee weken later reisde Willem V af naar Friesland, zijn vrouw en de stadhouderlijke spruiten achterna, die al waren vertrokken om aanwezig te zijn bij het tweehonderdjarig bestaan van de Universiteit van Franeker. Onder de Friese regenten en aristocraten was de stemming omgeslagen, velen kozen nu voor de stadhouder om het land van de ondergang te redden: in oktober werd besloten de regeringsreglementen in Friesland aan te scherpen, maar de stadsregering zou voortaan bestaan uit magistraat én vroedschap. Via Groningen trok de stadhouder naar het jachtverblijf Het Loo bij Apeldoorn.

Escalatie[bewerken]

De Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp legde op 1 februari 1786 de Staten van Holland een plan voor waarmee de terugkeer van de prins naar Den Haag weer mogelijk zou worden, maar het plan leed schipbreuk. De patriotten in de stad Utrecht gingen nu op 2 augustus 1786 over tot het zelf op democratische wijze benoemen van nieuwe vroedschapsleden, dat wil zeggen dan maar zonder de goedkeuring van de stadhouder. De prinsgezinde statenleden verlegden daarop de vergaderingen naar Amersfoort. Daarmee waren de Provinciale Staten van Utrecht opgedeeld. Op 27 augustus 1786 besloten de Staten van Holland met een krappe meerderheid (negen tegen tien stemmen) de prins definitief het commando over het Haags garnizoen te ontnemen.[9] Begin september 1786 werd een poging gedaan om de patriotten een halt toe te roepen, want er dreigde een burgeroorlog te ontstaan. Hattem en Elburg, waar de 24-jarige Herman Willem Daendels het excercitiegenootschap aanvoerde en zijn benoeming in de vroedschap opeiste, werden enige dagen bezet door stadhouderlijke troepen. Enkele weken later werd het aan de exercitiegenootschappen en de vrijkorpsen in Gelderland en Friesland verboden petities in te dienen en elkaar steun te bieden. In november 1786 verhuisde de stadhouderlijke familie van Apeldoorn naar Nijmegen, om in geval van lijfelijke bedreiging over de grens naar Pruisen te kunnen vluchten. Op 12 april 1787 reisde Abraham Calkoen voor geheime onderhandelingen naar Nijmegen.[10] De pensionarissen van Dordrecht, Haarlem en Amsterdam stonden erop dat de burgemeesters op een andere manier gekozen zouden worden. De zaak laaide opnieuw op toen in Amsterdam en Rotterdam eind april/begin mei een aantal prinsgezinde vroedschapsleden en burgemeesters werden vervangen.

Artikel uit het stadsregeringsreglement van Workum, dd. 1 juni 1787

Aanhouding bij Goejanverwellesluis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Aanhouding bij Goejanverwellesluis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Begin mei 1787 is vanuit Amersfoort een poging gedaan Utrecht te heroveren. Er vielen enkele slachtoffers. o.a. bij Soestdijk. De prinses reisde enkele weken later "incognito" in twee koetsen met zestien paarden naar 's-Gravenhage, maar werd tegengehouden langs de Vlist door leden van een exercitiegenootschap uit Gouda. Het gezelschap werd onder geleide naar Goejanverwellesluis gevoerd, in afwachting van een beslissing van de Staten van Holland. Prinses Wilhelmina moest dus onverrichter zake terugkeren naar Nijmegen. Na beklag bij haar broer, koning van Pruisen en pas aangetreden, kwam hij zijn zuster te hulp. Een Pruisisch leger van maar liefst 20.000 man viel bij Nijmegen binnen. De troepen van de Republiek onder de Rijngraaf van Salm verlieten Utrecht bij de nadering van dit leger, maar op 17 september reed de prins onder luide toejuichingen Utrecht binnen. Op donderdag 20 september 1787 kwam hij aan in Den Haag. Misschien is Prinsjesdag naar deze gebeurtenis vernoemd. Hersteld in de oude rechten nam Willem V, maar in het bijzonder zijn vrouw Wilhelmina, nu represailles tegen de patriotten. De patriotten, verbeurd verklaard van hun bezittingen en hun zetels in de vroedschap, vluchtten daarop naar Noord-Frankrijk waar zij zich schoolden in de idealen van de Franse Revolutie. Bovendien konden ze aanschouwen hoe het niet moest.

Stadhouder Willem V, omstreeks 1790

De vlucht naar Engeland[bewerken]

Op 27 december 1794 staken Franse troepen onder Pichegru de Maas over, op 10 januari de Waal. Op 15 januari trokken Pruisische en Britse troepen zich terug uit hun posities in de Betuwe en langs de Lek, en vluchtten via Apeldoorn over de grens. De Hessische troepen waren al eerder vertrokken. Op 16 januari capituleerde Utrecht, nadat de Oude Hollandse Waterlinie succesvol was omzeild door de Franse troepen. De prins wilde alleen een nieuwe aanvalspoging doen als de dooi zou invallen, maar in zijn eentje had hij geen schijn van kans. Hij schreef op zondag 18 januari 1795 een afscheidsbrief aan de Staten-Generaal, gaf het bevel over aan Willem Anne de Constant Rebecque en vluchtte diezelfde dag naar Engeland. In Scheveningen lag de pink 'Johanna Hoogenraadde' van rederij Michel de Heijer klaar om hem mee te nemen. Over de Scheveningseweg reden achttien rijtuigen met porselein, schilderijen, zilver, kunstvoorwerpen en kisten met goud naar het strand, om ingescheept te worden in vissersboten. De stadhouder, met twee zwarte bedienden in zijn gevolg, was in ballingschap.

Willem erfde een verzameling dieren van zijn vader, waaronder mogelijk een collectie exotische vlinders. De intocht van de stadhouderlijke collectie dieren in 1798 op het drilveld van Parijs

De periode na 1795[bewerken]

De gevluchte stadhouder nam eerst voor enkele weken zijn intrek in Kew Palace (ook wel Dutch House genoemd). Vrijwel zijn eerste actie was de uitvaardiging van de brieven van Kew (7 februari 1795). Volgens sommigen gebeurde dat op advies van de Britse premier William Pitt. Alle Hollandse koloniale bezittingen werden nu onder Britse bescherming gesteld. Hij beval de bestuurders zich over te geven aan de Britten, waarna Britse militaire bezetting volgde. Dit leidde uiteraard tot grote woede van zijn tegenstanders in de Bataafse Republiek.[11] Nadat Willem V deze brieven had uitgevaardigd namen de Fransen de privébezittingen van Willem in beslag. Zijn collectie dieren, waaronder de twee olifanten Hans en Parkie en enkele giraffen, werd afgevoerd naar Frankrijk.

Willem V verhuisde naar Hampton Court Palace. Toen hij samen met zijn zoon, de erfprins, in augustus 1799 een proclamatie uitvaardigde waarin de Nederlanders werden opgewekt steun te geven aan de Engels-Russische landing leidde dit tot grote verontwaardiging in de Bataafse Republiek. De militaire inval mislukte. Na 1801 trok Willem Batavus zich terug op zijn Duitse buitenplaats Oranienstein bij Dietz.[12] In december van dat jaar schreef Willem V de brieven van Oranienstein, waarin hij de Bataafse Republiek als wettig erkende. Hiermee deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder en voldeed de stadhouder aan de door Napoleon Bonaparte gestelde voorwaarden voor het verkrijgen van een schadeloosstelling, in 1797 vastgelegd bij de Vrede van Campo Formio. De erfprins Willem Frederik aanvaardde van Napoleon de soevereiniteit over Fulda en Corvey (het vorstendom Nassau-Oranje-Fulda) als schadeloosstelling voor de in 1795 toegepaste verbeurdverklaringen in de Nederlanden.

In april 1806, tijdens het jaarlijkse bezoek aan zijn dochter Louise, overleed Willem V op 58-jarige leeftijd in Brunswijk en werd daar begraven.

Bijzetting in de Nieuwe Kerk in Delft[bewerken]

In 1958 werd het gebalsemde stoffelijke overschot van Willem vanuit Brunswijk overgebracht naar Nederland en op 28 april bijgezet in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk in Delft. Prinses Wilhelmina weigerde hierbij aanwezig te zijn. Naar verluidt zou zij hebben gezegd niet achter de baar van een "sufferd" te willen lopen.[13]

Kinderen[bewerken]

Uit het huwelijk van Willem V en Wilhelmina werden vijf kinderen geboren:

  • naamloze zoon (23 maart 1769 - 24 maart 1769)
  • Louise (28 november 1770 – 15 oktober 1819), gehuwd met Karel van Brunswijk-Wolfenbüttel
  • naamloze zoon (6 augustus 1771)
  • Willem (24 augustus 1772 – 12 december 1843), koning der Nederlanden
  • Frederik (15 februari 1774 - 6 januari 1799)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hij werd gedoopt als Willem maar noemde zich later Willem Batavus. Jansen, H.P.H. en anderen, Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis, A.W. Sijthoff 1979, pagina 227
  2. Robbins Landon, H.C. (2001, red.) Wolfgang Amadeus Mozart. Volledig overzicht van zijn leven en muziek, p. 97.
  3. Jan Wagenaar, Vaderlandsche Historie, deel XXII, p. 207
  4. Dit paleis is slechts korte tijd als residentie van de stadhouder in gebruik geweest. De balzaal van het paleis fungeerde vanaf 1796 als vergaderzaal van de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. Van 1815 tot 1992 was deze zaal de vergaderzaal van de Tweede Kamer der Staten Generaal. De voormalige balzaal wordt nu de Oude Zaal genoemd.
  5. De Oranjes en Zwart verbeeld: Stadhouder Willem V en Cupido en Cedron, Esther Schreuder
  6. In Overijssel had baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol, de schrijver van het pamflet, zich uitgesproken voor steun aan de Verenigde Staten en voor versterking van de verwaarloosde en in het slop geraakte Admiraliteit die de handelsvloot moest beschermen. Tot zijn dood inspireerde de republikein Van der Capellen tot den Pol de patriotten.
  7. Habermehl, N.D.B. (2000) Joan Cornelis van der Hoop (1742—1825). Marinebestuurder voor stadhouder Willem V en koning Willem I, p. 249
  8. Een wanhopige Willem vertrok naar de grens bij Breda om de troepen te inspecteren.
  9. Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda, p. 24.
  10. Pieter 't Hoen en de Post van den Neder-Rhijn (1781-1787): een bijdrage tot ... Door P. J. H. M. Theeuwen [1]
  11. Het latere Koninkrijk der Nederlanden kreeg na 1815 een aantal van de in 1795 onder Britse bescherming gestelde gebieden nooit meer terug. De Kaapprovincie, Nederlands Malakka en Ceylon bleven Brits koloniaal bezit; Java werd door de Britten met grote moeite weer teruggegeven, evenals Sumatra.
  12. Dit paleis was al ruim een eeuw in bezit van de Oranjes.
  13. Dubbelbiografie over een Oranje ‘sufferd’ en zijn vrouw
Voorganger:
Willem IV
Prins van Oranje Opvolger:
Koning Willem I