Anna van Hannover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anna van Hannover, prinses van Oranje-Nassau door Bernardus Accama (1736).
Anna met haar echtgenoot en kinderen, kort voor het overlijden van haar man.
wapen van Anne, the Princess Royal and Princess of Orange.
Stamboom.png Stamboom

Anna van Hannover (Engels: Anne, Princess Royal and Princess of Orange) (kasteel Herrenhausen bij Hannover, 2 november 1709Den Haag, 12 januari 1759) was het tweede kind en de oudste dochter van de latere Britse koning George II; de reden waarom haar de titel Princess Royal werd verleend, een titel die zij ook in Nederland voerde. Zij werd vooral bekend als vrouw van prins Willem IV, erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Provinciën.

Jeugd[bewerken]

Anna werd geboren als tweede kind van de latere koning George II en koningin Caroline van Brandenburg-Ansbach.

Willem IV[bewerken]

Na de huwelijkssluiting in 1734 in Londen met Willem Carel Hendrik Friso, prins van Oranje, graaf van Nassau-Dietz etc. - de latere (erf)stadhouder prins Willem IV van Oranje-Nassau - reisde zij met haar echtgenoot vanuit Londen over de Noordzee, vervolgens via Amsterdam per jacht over de Zuiderzee, om via Harlingen in Leeuwarden te belanden waar zij het onderkomen van vele generaties Friese stadhouders uit het huis Nassau-Dietz betrok: het Stadhouderlijke Hof, vlak bij het oude stadhuis van de Friese hoofdstad.

Toen haar echtgenoot eerst tot stadhouder van Groningen, Drenthe, Gelderland en Friesland en in 1747 tot erfstadhouder en tot kapitein-generaal en admiraal van de Unie werd benoemd - dus van de gehele Republiek der Verenigde Provinciën - verhuisde de stadhouderlijke familie met vrijwel de gehele hofhouding (ca 120 personen) van Leeuwarden naar Den Haag, naar paleis Huis ten Bosch. De stadhouderlijke kwartieren aan het Binnenhof functioneerden als representatieve ambtswoning.

Uit het huwelijk van Anne en Willem werden de volgende kinderen geboren:

Na de dood van haar man was Anna van 1751-1759 regentes voor haar enige zoon, erfstadhouder prins Willem V. Anna leunde tot 1759 sterk op Douwe Sirtema van Grovestins.

Zes jaar[bewerken]

De onderhandelingen voor het huwelijk van prinses Anna met de Nederlandse prins hadden zes of twaalf jaar geduurd.[bron?] De oorzaak hiervan lag grotendeels op het internationale politieke vlak. Na de dood van Koning-Stadhouder William/Willem III, tijdens het Tweede Stadhouderloze Tijdperk, waren Pruisische en ook Engelse diplomaten en juristen druk doende om voor hun vorst aanspraak te maken op de begerenswaardige titel Prins van Oranje, met alle hierbij behorende emolumenten en bezittingen.
Toen stadhouder Willem Hendrik Carel Friso door de Pruisische koning uiteindelijk als prins van Oranje werd erkend, steeg zijn positie op de adellijke huwelijksmarkt in Europa aanzienlijk.

Staatsgezinde regenten in met name Holland vreesden dat het in Holland (en ook in Zeeland) volledig in 'dynastieke' rechten hersteld worden van de Friese, Groningse, Drentse en Gelderse stadhouder, en het sluiten van het huwelijk van hem met een telg van het regerend huis Hannover van het machtige Koninkrijk Groot-Brittannië, uiteindelijk ten koste zou gaan van hun eigen macht.

Een muzikaal portret van Frederick, "Prince of Wales" en zijn zusters door Philip Mercier, (1733), met Kew Palace op de achtergrond.

Anna, die niet als een uitgesproken schoonheid bekendstond, was wel bereid om haar bruidegom ongezien te accepteren. De Engelse ambassadeur had haar ingefluisterd dat Willem niet zo onaantrekkelijk was als zij had gehoord. Op 25 maart 1734 trouwde zij met de Nederlandse prins in de Franse kapel van St. James's Palace in Londen, waarbij het speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde Anthem This is the day which the Lord hath made (HWV 262) van componist G.F.Händel weerklonk. Tijdens een feestconcert op 13 maart 1734, aan de vooravond van de huwelijkssluiting - of verloving - weerklonk Händels muzikale cadeau aan het jonge echtpaar: de Serenata Parnasso in festa (HWV 73).
Anna had in Londen vele jaren muziekles gehad van Händel (zang, klavecimbel en theorie) en is, naar Händels eigen zeggen, zijn beste leerling geweest.[bron?]

Leeuwarden[bewerken]

Portret van prinses Anna door Johann Valentin Tischbein (1753)

Vanaf haar vestiging in Nederland – aanvankelijk in Leeuwarden, later in Den Haag – ontplooide de prinses veel, in sommige perioden zelfs uitzonderlijk veel muzikale activiteiten. Volgens de Groningse musicus Jacob Wilhelm Lustig waren er perioden waarin de prinses elke avond concerten liet geven, waarin minstens twee uur muziek werd gemaakt door de hofmusici. Het waren gelegenheden waaraan zij soms zelf deelnam o.a. als klaveciniste.
Ook bekostigde ze uit eigen middelen een nieuw orgel voor de Waalse kerk van Leeuwarden (1740) dat daarin tot op de dag van vandaag prijkt.

Prinses Anna beschikte over grote kunstzinnige talenten: zij zong en speelde niet alleen op klavecimbel en op dwarsfluit maar heeft vermoedelijk ook gecomponeerd. Zij moet over een enorme muziekbibliotheek hebben beschikt, waarvan echter maar twee boeken bewaard zijn gebleven: een handgeschreven bundel met instrumentale bewerkingen van aria's uit opera's van Händel en een gedrukt luitboek.

Bovendien schreef ze prachtige brieven en beschikte over een opvallend schildertalent. Een zelfportret bleef bewaard en hangt in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag. Anna van Hannover zette in 1751 een naturaliënkabinet op voor haar vierjarige zoon, prins Willem V. Het kabinet verkreeg grote bekendheid en werd bezocht door diverse geleerden uit binnen- en buitenland.

Anna was betrokken in een heftig conflict met haar broer kroonprins Frederik van Wales over haar steun vanuit Nederland aan Händels opera-ondernemingen ('Academies'). Niet lang na haar komst in de Nederland in 1734 ging zij terug naar Londen o.a. om drie keer uitvoeringen van G.F. Handels opera Il pastor fido (HWV 8a) bij te wonen. De opvoering van Poro (HWV 28) werd afgelast, toen in Londen bekend werd dat zij een miskraam had gehad.[1]

Diepzinnig[bewerken]

Met de Pruisische kroonprins, de latere koning Frederik de Grote, die haar en haar echtgenoot in 1738 bezocht in zomerresidentie Paleis Soestdijk, onderhield zij een levendige correspondentie voornamelijk over muzikale onderwerpen. In een brief aan Voltaire, volgend op het zomerse bezoek aan het echtpaar, roemde Frederik de Grote de levensbeschouwelijke en filosofische diepzinnigheid van de prinses en haar man.

Uit het gearrangeerde huwelijk van prins Willem en prinses Anna - waarin beide echtelieden elkaar warm en open bejegenden, getuige bewaard gebleven correspondentie - werden in 1743 een dochter Carolina en in 1748 een zoon geboren, Willem Batavus, de latere erfstadhouder Willem V, Prins van Oranje, Graaf van Nassau-Dietz etc. Anna gaf haar kinderen een muzikale opvoeding en liet ze inenten tegen de pokken, destijds een nieuwigheid.[2] Anna kon niet goed overweg met haar vader George II van Groot-Brittannië en schoonmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel, en ze had zo haar twijfels bij de aanstelling van haar oom hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk. Ze zocht bescherming bij de opperstalmeester Douwe Sirtema van Grovestins, die haar dagelijks bezocht.

De prinses was scherpzinnig, doortastend en ook een harde werker. Zij was de belangrijkste politiek adviseur van haar man en overlegde met Daniël Raap, een van de doelisten en nam zelfs politieke beslissingen voor haar later door ziekten ernstig verzwakte echtgenoot.

Bij de dood van Willem IV in 1751 was diens opvolger Willem Batavus nog te jong, zodat Anna regentes werd namens de nieuwe erfstadhouder met als titel gouvernante. De prinses is omschreven als grillig, vreemd, heftig, trots, heerszuchtig, vals, dwaas en ijdel en er werden pogingen ondernomen de hertog als stadhouder te benoemen want prinses Anna, die als absolutistisch en willekeurig bekendstond, zou beïnvloed worden door de Friese 'cabaal'.[3]

Anna van Hannover stierf in 's-Gravenhage op 12 januari 1759 en werd op grootse wijze bijgezet in de Grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk nam de opvoeding van erfstadhouder Willem V op zich tot zijn meerderjarigheid in 1766.

Voorganger:
Prinses Maria Henriëtte, de prinses van Oranje-Nassau
Princess Royal
1727 - 1759
Opvolger:
Prinses Charlotte, de koningin van Württemberg