Graafschap Vianden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kasteel Vianden
Het graafschap Vianden binnen het hertogdom Luxemburg in 1400
Het huidige Kanton Vianden

Het graafschap Vianden is een historisch graafschap. Het bestond vanaf ong. 1000 tot aan 1794. Behalve het noorden van het huidige Luxemburg omvatte het een groter gebied dat thans behoort tot de Duitse deelstaat Rijnland-Palts: de Eifelkreis Bitburg-Prüm. De hoofdstad was Vianden, aan de voet van de berg waarop de burcht staat van de graven van Vianden.
Als leen van het hertogdom Luxemburg maakte het graafschap vanaf 1451 deel uit van de Bourgondische Nederlanden. Het was sinds 1417 in handen van de Bredase tak van het Huis Nassau, het Huis Nassau-Siegen, waarvan de graven vanaf 1404 ook heer waren van Breda.

Bloeitijd[bewerken | brontekst bewerken]

Vianden werd sinds de 11e eeuw bestuurd door het Huis Sponheim. Een van de eerste graven uit dit Huis was Frederik van Sponheim. Hij regeerde vanaf 1124. Hendrik I volgde zijn vader op als graaf van Vianden in 1210. Zijn regering betekende het hoogtepunt van het graafschap. Onder zijn regering werd het trinitariërsklooster in Vianden gesticht. Rond 1228 schonk de graaf het landgoed bij Roth met een kasteeltje, een Romaans kerkje en omvangrijke landerijen, aan de Orde van de tempeliers. Bijna een eeuw bezaten de tempeliers het tiendenrecht en gebruikten zij de opbrengst voor de strijd om het Heilig Land. Na de opheffing van de Orde behoorde het Slot Roth en de omringende landerijen aan de Maltezer Orde.

Huis van Nassau[bewerken | brontekst bewerken]

Het graafschap Vianden kwam in 1417 door vererving in handen van Engelbrecht I van Nassau (ca. 1370-1442). Diens grootvader, Otto II van Nassau-Dillenburg (ca. 1305-1351), was getrouwd met Adelheid van Vianden (ca. 1307-1376).
Dit wapenboek werd vermoedelijk gemaakt in opdracht voor graaf Engelbrecht II van Nassau (1451-1504). Het is mogelijk in bezit geweest van van Willem van Oranje (Willem de Zwijger) (1533-1584) en Jacques Wijts (ca. 1579-1643). In 1898 maakte het deel uit van de verzameling van heraldiek schilder Otto Hupp (1859-1949).

In 1264 werd Vianden een leen van het graafschap Luxemburg. Het graafschap kwam in 1417 door vererving in handen van de graven van Nassau. Graaf Otto II van Nassau-Siegen, was in 1331 gehuwd met Adelheid van Vianden. Haar broer Hendrik II van Vianden overleed in 1337 en liet alleen een jonge dochter na, Maria van Vianden die trouwde met Simon III van Sponheim. Hun dochter Elizabeth liet in 1417 haar bezittingen na aan de kleinzoons van haar oudtante.

De bodem van Vianden bevat ijzererts, en in 1566 liet Willem van Oranje er door specialisten uit Siegen een hoogoven bouwen. Maar korte tijd later, in de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog, werd het graafschap door koning Filips II van Spanje in beslag genomen. De Nassaus kregen het later weer terug, maar tot directe bemoeienis heeft dit niet meer geleid. Het landje had een eigen bestuursregeling en de landsheer werd vertegenwoordigd door een baljuw.

Intermezzo's[bewerken | brontekst bewerken]

In 1683 en 1702 werd door de graaf van Isenghien beslag gelegd op het graafschap Vianden vanwege een conflict over het erfdeel van Françoise de Lannoy, moeder van Anna van Egmond; dit beslag werd pas in 1759 opgeheven waarna het weer aan de Nassaus kwam.

In 1795 werd Vianden na de bezetting van Luxemburg door de Fransen in 1789, tot nationaal bezit verklaard. In 1806 werd het toegevoegd aan de domeinen van koning Lodewijk Napoleon. Die ruilde het met zijn broer Napoleon die het in 1810 schonk aan Laurent François Marie de Marboeuf; na de dood van de laatste in 1812 kwam het weer terug aan Napoleon. In 1815 werd het ten slotte door het Congres van Wenen weer aan de Nassaus toegekend.

Groothertogdom Luxemburg[bewerken | brontekst bewerken]

In de Hollandse Oorlog, (1672 tot 1678), was Vianden bezet door Franse troepen. Bij de Vrede van Nijmegen kreeg Willem III van Oranje-Nassau het weer terug. Maar de ommuring van de stad Vianden was toen al gesloopt. In 1786 vielen de Fransen weer binnen, waarmee er een einde kwam aan de heerschappij van de Oranje-Nassaus. De Fransen hieven in 1794 het graafschap op als bestuurseenheid. Vianden ging met de hertogdommen Luxemburg en Bouillon het Woudendepartement vormen. Dit duurde tot 1815.

De Oranje-Nassaus bleven zich echter graaf van Vianden noemen; de titel werd als persoonlijke titel gevoerd door het hoofd van het Huis. De toewijzing in 1815 door het Congres van Wenen van het groothertogdom Luxemburg aan het Huis van Oranje-Nassau was mede gebaseerd op het graafschap Vianden. Het Congres wees echter de oostelijke zijde van het graafschap toe aan Pruisen. Dit betrof het belangrijkste deel van het graafschap, namelijk de landen ten oosten van de rivieren Sûre en Our. In 1867, toen de Duitse Bond werd opgeheven en het hertogdom Nassau werd ingelijfd bij Pruisen, werd het Nassaus familieverdrag van 1783 herzien. Het graafschap Vianden zou met het groothertogdom Luxemburg overgaan op de Walramse Linie als in de Ottoonse Linie een mannelijke erfgenaam zou ontbreken. Deze afspraak werd nog eens bevestigd in 1885, toen de dood van prins Alexander de kwestie actueel had gemaakt. Sinds het overlijden van koning Willem III behoort de titel "graaf van Vianden" aan de groothertog van Luxemburg Adolf van Nassau en zijn opvolgers. Niettemin voert de Nederlandse koning Willem-Alexander de titel Graaf van Vianden. Zie Titels Nederlandse koninklijke familie.

Lijst van graven van Vianden[bewerken | brontekst bewerken]

Huis Sponheim

In 1417 kwam Vianden aan de Ottoonse linie van het Huis Nassau.

Een heraut van Nassau-Vianden, eind 15e eeuw. Uit het Wapenboek Nassau-Vianden.
Huis Nassau

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • (de) Becker, E., Schloss und Stadt Dillenburg. Ein Gang durch ihre Geschichte in Mittelalter und Neuzeit. Zur Gedenkfeier aus Anlaß der Verleihung der Stadtrechte am 20. September 1344 herausgegeben, Neuauflage. Der Magistrat der Stadt Dillenburg, Dillenburg [1950] (1983).
  • (nl) Ditzhuyzen, Reinildis van, Oranje-Nassau. Een biografisch woordenboek, 3e herziene druk. Becht, Haarlem [1992] (2004). ISBN 90-230-1124-4.
  • (nl) Feith, W.G. (1921). De eerste Nassau’s in Nederland. Maandblad van het genealogisch-heraldisch genootschap: “De Nederlandsche Leeuw” 1921 (9).
  • (fr) Huberty, Michel; Giraud, Alain; Magdelaine, F. & B., l’Allemagne Dynastique. Tome III Brunswick-Nassau-Schwarzbourg. Alain Giraud, Le Perreux (1981).
  • (nl) Jansen, H.P.H., De Bredase Nassaus in: Tamse, C.A. (red.), Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis, A.W. Sijthoff, Alphen aan den Rijn (1979), ISBN 90-218-2447-7.
  • (de) Lück, Alfred, Siegerland und Nederland, 2. Auflage. Siegerländer Heimatverein e.V., Siegen [1967] (1981).
  • (nl) Pennings, J.C.M. & Schreuder, E.A.T.M., Heer en meester van Ameland tot Zwaluwe. Het beheer en bestuur van de heerlijkheden van het Huis Oranje-Nassau door de Nassause Domeinraad (14de eeuw–1811) in: Klooster, L.J. van der e.a. (red.), Jaarboek Oranje-Nassau Museum 1994, Barjesteh, Meeuwes & Co Historische Uitgeverij, Rotterdam (1995), ISBN 90-73714-18-4.
  • (nl) Roo van Alderwerelt, J.K.H. de (1960). De graven van Vianden. Bijdrage tot een genealogie van het geslacht der graven van Vianden tot de vererving van het graafschap in het Nassause Huis. De Nederlandsche Leeuw, Maandblad van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde 77 (6): 196–234, 238–243 (met literatuuropgave).
  • (nl) Schutte, O., Genealogische gegevens in: Tamse, C.A. (red.), Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis, A.W. Sijthoff, Alphen aan den Rijn (1979), ISBN 90-218-2447-7.
  • Inventaris van het archief van de Nassause Domeinraad, Nationaal Archief, 1997.