Piekeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Piekeren is een gemoedstoestand waarbij een persoon langdurig in een (niet beheersbaar) pessimistisch denkpatroon vastzit. Deze gedachten kunnen van allerlei aard zijn bijvoorbeeld, negatieve ervaringen uit het verleden, persoonlijke zorgen (financiën of gezondheid) of angst voor maatschappelijke ontwikkelingen. In het geval van piekeren is de gedachtestroom (tijdelijk) niet te temmen en wordt er ook niet naar een oplossing toe geredeneerd maar eerder in onmogelijkheden gedacht. Binnen de wetenschappelijke psychologie valt piekeren onder de verzamelnaam perseveratieve cognitie.

Wanneer het piekeren te vaak voorkomt en de persoon belemmert in het functioneren spreekt men van een psychische stoornis zoals een klinische depressie. In dit geval is het aan te raden hulp te zoeken. Piekeren is een van de kernsymptomen van de gegeneraliseerde angststoornis.

Het woord piekeren komt van het Maleis/Indonesische pikir/fikir (dat weer afkomstig is van het Arabisch) waar het denken/nadenken betekent.

Oorzaken[bewerken]

Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan of de functie van piekeren:

  • Bezorgdheid: Mensen die veel piekeren hebben vaak moeite met onzekerheid en zijn niet niet overtuigd van hun eigen capaciteiten om problemen het hoofd te bieden. Zodra onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden of de persoon op de één of andere manier in het diepe gegooid wordt slaat het piekeren toe. Het piekeren is dan een manier om zich af te sluiten en niet aan de nieuwe situatie of verantwoordelijkheid te hoeven denken.
  • Dagdromen: Dagdromen kan, zeker als dit uit verveling gebeurt, makkelijk omslaan in gepieker waarbij de persoon inzoomt op negatieve gedachten.
  • Onoplosbare problemen: Juist bij problemen die iemand gewoonweg niet op kan lossen. Bijvoorbeeld een ziekte waarbij niet duidelijk is of de patiënt het wel gaat halen of een taak op het werk waar de persoon de vaardigheden niet voor heeft is piekeren een manier om aan de machteloosheid te ontsnappen. Gek genoeg is het dan verleidelijker om te piekeren over die zaken waar men geen macht over heeft, terwijl men zich beter kan richten op die facetten waar men wél macht over heeft. Volgens de Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi is piekeren een emotie die het tegenovergestelde is van de controle hebben. M.a.w. wanneer iemand in een moeilijke situatie komt maar niet de vaardigheden heeft om deze op te lossen vervalt deze in gepieker. Heeft deze persoon wel de vaardigheden van vervalt deze in een staat van alles onder controle. Volgens hem is de overtreffende trap van gepieker, paniek.

Effecten[bewerken]

Lichamelijke effecten van (langdurig) piekeren zijn, hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen en verminderde eetlust. Psychische effecten zijn, concentratieproblemen, schuldgevoelens, angst en niet meer kunnen relativeren.

Piekeren heeft ook een positieve functie. Het kan mensen juist aanzetten tot risicomijdend gedrag waardoor ze bijvoorbeeld altijd hun autogordel omdoen. Verder kan het helpen om een aankomend probleem van alle kanten te analyseren en daarmee op tijd tot een oplossing te komen voor wanneer het probleem zich eenmaal voordoet.

Oplossingen[bewerken]

Bij piekeren geldt één belangrijke regel: Als je in het hier en nu leeft, dan pieker je niet. Bij het mijden van piekeren moet de patiënt dan ook uit de gedachtestroom gehaald worden en met beide benen op de grond gezet. Bijvoorbeeld door het probleem bespreekbaar te maken. Bij langdurig piekeren (malen) kan iemand aan mindfulness gaan doen om zo meer in contact met het heden te leren blijven. Ook letterlijk in beweging komen, door te sporten, kan al veel oplossen.

Een praktisch stappenplan om het piekeren te stoppen is als volgt:

  1. Herken de piekergedachten
  2. Accepteer dat je de situatie waarover je piekert niet in de hand hebt.
  3. Observeer de gedachten, breng ze in kaart en accepteer ze.
  4. Richt je weer op het hier en nu.