Piet Stalmeier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Piet Stalmeier
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Petrus Cornelis Stalmeier
Geboren 10 juli 1912
Overleden 2 september 1990
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre(s) HaFaBramuziek
Beroep componist, dirigent, organist en muziekpedagoog
Instrument(en) orgel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Petrus Cornelis (Piet) Stalmeier (Denekamp, 10 juli 1912Wenen (Oostenrijk), 2 september 1990[1]) was een Nederlands componist, dirigent, organist en muziekpedagoog.

Levensloop[bewerken]

In augustus 1919 verhuisde het gezin Stalmeier vanuit Denekamp naar Hoensbroek in de provincie Limburg. Al vroeg kwam hij met muziek in aanraking omdat zijn vader - werkzaam bij de Staatsmijn Emma - een goed amateurmusicus (klarinettist) was. Piet speelde piano, orgel en klarinet. Na eerst gestudeerd te hebben aan de muziekschool te Heerlen volgde zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium Luik te Luik van 1930 tot 1936. Stalmeier behaalde in Luik eerste prijzen voor solfège, harmonieleer, contrapunt, compositie bij Francois Rasse en Armand Marsick en muziekgeschiedenis en de Prix d'Excellence voor piano bij Louis Closson , orgel bij Charles Hens en kamermuziek bij Jules Robert. Verder volgde hij directielessen aan het Conservatorium Maastricht bij Henri Hermans van 1937 tot 1939 en aan het Rotterdams Conservatorium in Rotterdam bij Eduard Flipse, de toenmalige dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest van 1947 tot 1950.

Op 23-jarige leeftijd was hij dirigent van het Mijnkoor van de "Laura", van het Simpelveldse "St.-Davidkoor",van Mannenkoor David Spekholzerheide (1938-1944) en het Rumpens Mannenkoor.

Tijdens zijn studietijd was hij reeds dirigent van verschillende koren, vooral mannenkoren, en blaasorkesten, zoals het Fanfareorkest "Harpe Davids", Treebeek en Harmonie "Concordia", Treebeek, maar gaf ook pianorecitals. Hij was ook dirigent van het Hoensbroek's Symfonieorkest van 1946 tot 1956, van het Harmonieorkest van de Staatsmijn Maurits vanaf 1939 en in 1946 werd hij ook dirigent van het Harmonieorkest van de Staatsmijn Emma. Met deze orkesten was hij heel succesrijk. Na de apheffing in 1965 werd er een nieuw harmonieorkest geformeerd onder de naam D.S.M.-orkest, waarbij Piet Stalmeier tot 1971 dirigent is geweest. Van 1956 - 1963 was hij dirigent van de Koninklijke Harmonie "Echo der Kempen" te Bergeijk.

Zijn liefde ging toch meer uit naar het dirigeren, componeren en de opleiding van jonge mensen in de muziek. Vanaf 1945 werd hij directeur van de muziekschool te Hoensbroek. Deze functie vervulde hij tot 1972.

Als docent aan het Conservatorium Maastricht - van 1972 tot 1979 - en aan het Brabants Conservatorium in Tilburg vanaf 1962 als directeur maar ook als jurylid kreeg Stalmeier grote bekendheid.

Zijn liefde voor blaasorkesten ontstond al in de jeugdjaren en de samenwerking met orkesten op dit terrain ontstond ook de liefde om werken te schrijven voor blaasorkesten (harmonie en fanfare) maar ook voor koren. Maar ook de kerkmuziek heeft altijd een belangrijke rol in zijn muzikale leven gespeeld. Vanaf zijn 11e jaar was hij tot 1936 organist geweest in de Rooms-Katholieke Barbarakerk te Treebeek en werd daarna organist en dirigent in de Heilig Hart kerk te Mariarade-Hoensbroek, alwaar hij vanaf 1970 een groot gemengd koor "St. Jozef" dirigeerde. Dit koor trad zowel op met kerkelijke als met profane muziek, vaak met begeleiding van het Limburgs Symfonie Orkest.

In 1974 ontving hij de Pauselijke onderscheiding "Pro Ecclesia et Pontifici", in 1986 kreeg Piet Stalmeier de prijs Nederlandse Blaasmuziek en op 30 april 1987 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Composities[bewerken]

Werken voor harmonie- en fanfareorkest[bewerken]

  • 1935 Ellinore ouverture, opus 7
  • 1940 Fête au Village, Fantasie-ouverture
    1. La Procession
    2. Danse Villagoise
    3. Fête
  • 1948 Een mooie Zomerdag, ouverture
  • 1948 En avant
  • 1948 Glück auf
  • 1948 Vivat Neerlandia
  • 1948 Vlug en Kwiek
  • 1952 Jubileum-mars der Staatsmijnen in Limburg
  • 1953 Limburgia mars
  • 1955 Jeanny Mars
  • 1961 Just in Time
  • 1961 Lauda Sion, processie mars
  • 1961 Maurits mars
  • 1961 The Last Moment
  • 1967 Ouverture Fantastique
  • 1968 Ouverture dramatique
  • 1968 De Kampioenen
  • 1968 Drumband En Avant
  • 1968 Kleine Suite voor Blaasorkest
    1. Intrada alla Marcia
    2. Air (melodie)
    3. Allegro rondo
  • 1970 School mars
  • 1970 Spanish Suite
    1. Prélude
    2. Habanera (Calypso)
    3. Paso doble
  • 1978 Divertissement Rhapsodique - in 1978 bekroond met de Hilvarenbeekse Muziekprijs
    1. De Romantiek
    2. De Barok (fugetta)
    3. Impressionisme
    4. Expressionisme
  • 1978 Images du Vercors, symfonisch gedicht
  • 1979 Suite Picturale
    1. Ouverture en Marche
    2. Invitation à la Dance
    3. Le Rondeau et Finale
  • 1981 Een mooie zomerdag, ouverture
  • 1982 Concertsuite voor Fanfare
    1. Ouverture
    2. Romance
    3. Rondo Scherzando
    4. Epiloog
  • 1983 Drie Symfonische schetsen
    1. Prélude
    2. Dans
    3. Finale
  • 1985 Suite Pastorale
    1. Aurore (dageraad)
    2. A l'Eglise
    3. Fête Populaire (Rondeau)
  • 1985 Missa simplex, mis voor gemengd koor en harmonieorkest
  • 1985 Impressions du Village
    1. Au Matin - de vroege ochtenduren en de rust in het dorp
    2. Meditation - de processie en de kerkgang van de dorpsbewoners
    3. Cortège - het feest barst los en er wordt flink gedanst
  • 1988 Peace of Life - prelude voor fanfare
  • 1e Concours-mars
  • 2e Concours-mars
  • 3e Concours-mars
  • Emma Mars
  • Quintique, voor harmonie- of fanfareorkest (in samenwerking met: Kees Schoonenbeek, Jos Rijken, Kees Vlak en Wim Laseroms
    1. Intrada
    2. Pastoral promenade
    3. Andantino
    4. Scherzo
    5. Marcia festiva

Bibliografie[bewerken]

  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Caspar Becx, Loek Paques: Componisten en hun Blaasmuziek - Repertorium Notities, Utrecht: Samo Nederland, 1989. ISBN 90-70628-16-3
  • Norman E. Smith: March music notes, Lake Charles, La.: Program Note Press, 1986, ISBN 978-0-9617346-1-9
  • Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon - Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K. 1974. ISBN 3-7959-0083-2; Band 2: L-Z. 1976. ISBN 3-7959-0087-5

Externe link[bewerken]