Naar inhoud springen

Portret van Adele Bloch-Bauer II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Portret van Adele Bloch-Bauer II
Portret van Adele Bloch-Bauer II
Kunstenaar Gustav Klimt
Jaar 1912
Techniek Olieverfschilderij
Afmetingen 190 × 120 cm
Museum Particulier bezit (2006-heden);
Belvedere (tot 2006)
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Portret van Adele Bloch-Bauer II (Duitse vertaling: Porträt der Adele Bloch-Bauer II) is een olieverfschilderij van de Oostenrijkse kunstschilder Gustav Klimt, geschilderd in 1912. Het werk bevond zich tot 2006 in de collectie van de Österreichische Galerie Belvedere te Wenen, waarna het als roofkunst werd gekwalificeerd en toegewezen aan de nazaten van Bloch-Bauer, die het in 2006 lieten veilen. Oprah Winfrey kocht het toen voor €70 miljoen en verkocht het in 2016 voor €136 miljoen weer door aan een Chinese particulier.

Invloed Matisse

[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de tweede Kunstschau-expositie van de Klimt-beweging in 1909, raakte Klimt erg onder de indruk van het werk van Henri Matisse. Nog in datzelfde jaar bracht hij een bezoek aan Parijs om nog andere fauvistische schilderijen van Matisse te bekijken. Daarbij maakte hij meteen ook kennis met de verzameling primitieve en oosterse kunst die Matisse bezat. De invloed van Matisse is duidelijk terug te zien in het hier besproken Portret van Adele Bloch-Bauer II uit 1912.

De invloed van Matisse op Klimts Portret van Adele Bloch-Bauer II is allereerst te zien in het felle kleurgebruik en de heftige chromatiek, maar zeker ook in de combinatie van grote geometrische kleurvlakken met het drukke patroon van oriëntaalse bloemmotieven en kleine figuren. Zijn model staat ietwat onbehaaglijk ingeklemd tussen strakke omtrekken en is slechts ten dele geïndividualiseerd. Het samengaan van de donkergroene randen van haar kleding met de achtergrondkleuren versterkt het idee dat ze enkel deel uitmaakt van de omringende decoratie.

Het portret wordt doorgaans geen hogere symbolische betekenis toegekend. Feministische kunsthistorici zien evenwel in de stijfjes geposeerde, enigszins gedwongen houding van Adèle wel vaak een uiting van Klimts manipulatieve houding ten opzichte van vrouwen.[1]

Model voor het portret staat Adele Bloch-Bauer, dochter van de vooraanstaande Weense bankdirecteur Bauer en echtgenote van de achttien jaar oudere bankier en suikerfabrikant Ferdinand Bloch. Klimt portretteerde haar ook al in 1907 in zijn Portret van Adele Bloch-Bauer I, waarmee ze het enige model werd dat "op papier" tweemaal door hem geschilderd werd. Vermoed wordt echter ook dat ze model heeft gestaan voor de sensuele werken Judith I en Judith II, en wellicht samen met Klimt ook voor het omhelzende paar uit De kus.[2] Bloch-Bauer was vaak te vinden in Klimts atelier en onder kunstkenners is vaak gespeculeerd dat ze ook diens muze en minnares is geweest. Daarvoor bestaan echter geen andere bewijzen dan de genoemde schilderwerken en roddelachtige commentaren uit die tijd. Klimt had een wijdverspreide reputatie waar het ging om seksuele relaties met vrouwen in zijn atelier, maar zeker waar het ging om "vrouwen van stand" deed hij er altijd het zwijgen toe.[3]

Zie ook: Maria Altmann

De beide portretten van Adele Bloch-Bauer kwamen na voltooiing in bezit van de familie Bloch-Bauer, alsook drie andere werken van Klimt. Nadat Ferdinand Bloch, die Jood was, in 1938 halsoverkop naar Zwitserland vluchtte (Adele was in 1925 overleden), werd zijn kunstverzameling door de nazi's geconfisqueerd, waarna de werken van Klimt in 1941 werden verkocht aan het Weense Belvedere Museum. Ferdinand Bloch overleed in 1945 en de werken werden na de oorlog aanvankelijk niet teruggevorderd.

In 2006 werden ze na een langdurig proces echter alsnog toegewezen aan de erfgenamen van Adele en Ferdinand, waaronder hun nichtje Maria Altmann (1916-2011).[4] Toen Altmann werd gevraagd wat ze met de schilderijen wilde doen, zei ze: “Ik zou niet willen dat een particulier deze schilderijen koopt, [...] Het is voor mij heel belangrijk dat ze door iedereen die ze wil zien, bekeken kunnen worden, want dat zou de wens van mijn tante [Adele] zijn geweest.”[5] Desondanks werden alle schilderijen uiteindelijk aan particuliere verzamelaars verkocht. Adele Bloch-Bauer I bracht het destijds recordbedrag van €106 miljoen[a] op bij de verkoop aan Ronald Lauder. Vervolgens werden de andere doeken geveild door Christie's, waar Adele Bloch-Bauer II €70 miljoen[b][6] opbracht. Daarmee behoren de schilderijen nog steeds tot een van de duurst verkochte schilderijen. De koopster van Adele Bloch-Bauer II was Oprah Winfrey. Zij leende het werk enige tijd uit aan het Museum of Modern Art te New York tijdens haar bezit, om het in 2016 voor €136 miljoen[c] weer door te verkopen aan een Chinese particulier.[7][8][9]

[bewerken | brontekst bewerken]