Premisse (logica)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een premisse is een aanname dat iets waar is. Premissen zijn de basisaannamen van een syllogisme, zoals een redenering in de logica wordt genoemd. Een syllogisme is doorgaans opgebouwd uit een majorpremisse, een minorpremisse en een conclusie.

Syllogisme[bewerken]

De theorie van de syllogismen is van Aristoteles afkomstig. Een bekend voorbeeld is:

majorpremisse Alle mensen zijn sterfelijk.
minorpremisse Napoleon is een mens.
conclusie Dus: Napoleon is sterfelijk.

De conclusie is waar als de premissen waar zijn. De onware majorpremisse "Alle mensen zijn onsterfelijk" zou leiden tot de onware conclusie dat Napoleon onsterfelijk was, ook al is de conclusie technisch juist omdat deze logisch volgt uit de premissen.


Het is ook mogelijk dat onware premissen toevalligerwijs tot een ware conclusie leiden:

majorpremisse Alle paarden zijn sterfelijk.
minorpremisse Napoleon is een paard (onware premisse).
conclusie Dus: Napoleon is sterfelijk.


In sommige gevallen is slechts één premisse voldoende om tot een conclusie te leiden:

premisse Alle mensen zijn sterfelijk.
conclusie Dus: Sommige sterfelijken zijn mensen.

Eerste premissen[bewerken]

De Griekse logica ging ervan uit dat conclusies uit premissen volgden. Maar deze premissen waren zelf weer conclusies, die waren afgeleid uit andere premissen. Dit leidde tot de vraag naar de eerste premissen: die welke op geen eerdere waren gebaseerd. Volgens de stoïcijnen waren dit algemeen geldige, onbewijsbare waarheden. De moderne wetenschap stelt hiertegenover dat de uiteindelijke waarheden slechts empirisch kunnen worden vastgesteld: het zijn waarneembare feiten.

Logica en taalgebruik[bewerken]

In het alledaags taalgebruik is het niet noodzakelijk dat de premissen aan de conclusie vooraf gaan. Zo kan de verzuchting:

"Natuurlijk maak ik fouten! Ik ben ook maar een mens!"

worden gedeconstrueerd als een syllogisme:

majorpremisse Alle mensen maken fouten.
minorpremisse Ik ben een mens.
conclusie Dus: Ik maak fouten.

In de taaluiting staat de conclusie nu echter voorop, om te worden gevolgd door de minorpremisse. De majorpremisse is slechts impliciet, latent aanwezig.