Abdijvorstendom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Prins-abt)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zitting Rijksdag (Gravure Peter Troschel, 1675)

Een abdijvorstendom (Duits: Fürstabtei) was een gebied dat beheerd werd door een abt die gefürstet[1] was en een zetel met individueel stemrecht (Virilstimme) op de geestelijkenbank in de Rijksdag van het Heilige Roomse Rijk bezat.

Enkele abdijvorstendommen werden verheven tot prinsbisdom, zoals Corvey (1792) en Fulda (1752).[2] Dat kon doordat het gebied onder beheer van een reeds actieve bisschop kwam, of zoals in het geval Corvey, de regerende abt tot bisschop werd gewijd.

Verder waren er abdijen binnen Zwabisch Oostenrijk die niet rijksvrij waren, maar onder de landshoogheid van Oostenrijk een gebied met meerdere dorpen bestuurden.[bron?]

Abdijvorstendommen[bewerken | brontekst bewerken]

Grondgebied van de Nederlanden[bewerken | brontekst bewerken]

Op het grondgebied van de vroegere Nederlanden was er slechts een abdijvorstendom:

Overige gebieden[bewerken | brontekst bewerken]

Elders in het Heilige Roomse Rijk waren er de volgende abdijvorstendommen:

Abdijvorstendommen die verheven zijn tot prinsbisdommen[bewerken | brontekst bewerken]

Zowel de prins- of vorst-abten als de prinsbisschoppen zetelden op de geestelijkenbank in de Rijksdag en hadden individueel stemrecht (Virilstimme, in tegenstelling tot het colectief stemrecht (Kuriatsstimme) van de prelatenbanken).

Overige abdijvorstendommen[bewerken | brontekst bewerken]

Met persoonlijke stem[bewerken | brontekst bewerken]
Zonder persoonlijke stem[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Reichstag (Holy Roman Empire) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.