Publieke goederen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Publieke goederen zijn goederen die niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend zijn. Dit houdt in dat je mensen niet kunt uitsluiten of beletten het te gebruiken. De consumptie van een publiek goed beperkt evenmin het vermogen van iemand anders om het te gebruiken (in tegenstelling tot een privaat goed). Er zijn maar weinig echt publieke goederen. Zelfs infrastructuur is niet een volledig publiek goed, want er zijn tolpoortjes zoals bij snelwegen mogelijk. Bij zuiver publieke goederen gaat het gebruik door de een niet ten koste van de ander. Wordt slechts aan een van de twee voorwaarden voldaan dan is er sprake van een semipubliek goed.

Voorbeelden van publieke goederen zijn:

  • defensie (een heel land wordt verdedigd, of je dat nu wil of niet)
  • vuurwerk (iedereen kan het bekijken),
  • dijken (iedereen wordt beschermd),
  • schone lucht (die iedereen inademt).

Sterk gerelateerd aan publieke goederen is het 'free rider' probleem. Omdat niemand zich gedwongen voelt te betalen voor deze publieke goederen of diensten, wordt de taak om hiervoor te zorgen vaak overgelaten aan de overheid. Om deze reden voert de overheid belastingen in, omdat het individu anders mee zou kunnen profiteren/genieten van de voordelen van het systeem of dienst zonder ervoor te betalen. Free riden betekent dus het consumeren van een niet-uitsluitbaar goed, zonder daarvoor een vergoeding te betalen.

Public Good Games[bewerken]

Publieke Economie is een apart onderzoeksveld binnen de Economische wetenschap. Naast de standaard voorbeelden van ultimatum games en dicatator games, wordt er ook veelvuldig onderzoek gedaan naar eenvoudige publieke goederen modellen (standard public good games). Vaak hebben dergelijke modellen een vorm waarin spelers de mogelijkheid hebben een deel van hun inkomen te storten in een publiek goed. Onder meer afhankelijk van de baten uit het publieke goed (marginale opbrengst uit de publieke goederen), bepalen de spelers wat zij bij willen dragen aan het publieke goed. Op het moment dat deze marginale opbrengst uit het publieke goed groter is dan 1/n (1 gedeeld door het aantal spelers), dan geldt dat het sociale optimum zou zijn dat alle spelers hun volledige inkomen storten in het publieke goed.