Recht tot uitdagen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door InternetArchiveBot (overleg | bijdragen) op 12 mrt 2020 om 23:18. (1 (onbereikbare) link(s) aangepast en 0 gemarkeerd als onbereikbaar) #IABot (v2.0)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.

Het recht tot uitdagen (Engels Right to Challenge) verleent burgers en verenigingen het recht om de overheid te vragen een bepaalde publieke taak zelf in handen te kunnen nemen, wanneer zij van oordeel zijn een beter en/of goedkoper resultaat te zullen afleveren.

Groot-Brittannië

Het idee is ontstaan in Groot-Brittannië.[1] Daar is het recht tot uitdagen wettelijk geregeld in de Localism Act 2011. Burgers kunnen hiermee gemeentelijke diensten overnemen, een bod doen op lokale activa, of buurtplannen (mee) uitvoeren.[2]

Nederland

In afwachting van landelijke wetgeving, hangt het Right to Challenge momenteel[(sinds) wanneer?] af van gemeentelijke regelingen. Een van de eerste projecten die met een “recht tot uitdagen” tot stand zijn gekomen, is de sporthal van de Utrechtse basketballvereniging Cangeroes.[1][3] Andere voorbeelden zijn de Schepenstraat in Rotterdam[4] en de wijk Selwerd in Groningen.[5]

Verenigingen als Right to Challenge[6] en het Leer- en Expertisepunt Open Overheid[7] assisteren burgers en gemeenten bij de uitvoering van burgerinitiatieven.

België

Het “recht om uit te dagen” staat vermeld in het “Groenboek Bestuur” (Principe 2, Voorstel 14) van de Vlaamse overheid: “Belanghebbenden kunnen door middel van dat recht aangeven dat ze bepaalde bestaande taken van de overheid willen overnemen”.[8]

In het Vlaams Parlement wordt eind 2017 gestemd over een ontwerpresolutie van de meerderheid in die zin.[9]

Controverse

Critici vrezen dat het recht op uitdagen in sommige gevallen neerkomt op een verkapte besparingsmaatregel.[10] Ook wordt erop gewezen dat dergelijke projecten van de initiatiefnemers veel energie en vaardigheden vergen.[1]

Zie ook