Reichsverteidigungskommissar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Reichsverteidigungskommissar was een ambt (Duits voor: Rijksverdedigingscommissaris) dat met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op aanwijzing van Adolf Hitler per 1 september 1939 middels een verordening werd ingesteld. Het waren uitsluitend de gouwleiders die het nieuwe ambt opgedragen konden worden.

Benoeming 1939[bewerken | brontekst bewerken]

De gehele civiele rijksverdediging werd aan de Reichsverteidigungskommissaren overgedragen. Iedere Reichsverteidigungskommissar was verantwoordelijk voor een van de gezamenlijke 18 militaire districten. In de nauwe afstemming met de Wehrkreisbefehlshabern zou de Reichsverteidigungskommissar een eenheids-leiding voor alle civiele administratieve takken waarborgen. Zo bezaten zij de bevoegdheid, om orders te kunnen geven aan het civiel gezag aangaande zaken met betrekking tot Reichsverteidigung in hun Wehrkreis. De Reichsverteidigungskommissaren droegen de verantwoording voor de voorbereiding en de inzet van Luftschutzes. En de evacuatie van de bedreigde gebieden. De Reichsverteidigungskommissar stond onder bevel van de minister van Binnenlandse Zaken en was tegelijkertijd het orgaan van de Ministerrats für die Reichsverteidigung. Instructiebevoegd waren de Generalbevollmächtigte für die Reichsverwaltung und für die Wirtschaft evenals de hoogste rijksdiensten.

Per 1 september 1939 werden de volgende NSDAP-gouwleiders tot Reichsverteidigungskommissar benoemd:

Wehrkreis Reichsverteidigungskommissar
WKI Koningsbergen Erich Koch, Oberpräsident van Oost-Pruisen
WK II Stettin Franz Schwede, Oberpräsident van Pommeren
WK III Berlijn Emil Stürtz, Oberpräsident van Brandenburg
WK IV Dresden Martin Mutschmann, Reichsstatthalter van Saksen
WK V Stuttgart Wilhelm Murr, Reichsstatthalter van Württemberg
WK VI Münster Josef Terboven, Oberpräsident van de Rijnprovincie
WK VII München Adolf Wagner, Beierse minister van Binnenlandse Zaken
WK VIII Breslau Josef Wagner, Oberpräsident van Silezië
WK IX Kassel Fritz Sauckel, Reichsstatthalter van Thüringen
WK X Hamburg Karl Kaufmann, Reichsstatthalter van Hamburg
WK XI Hannover Rudolf Jordan, Reichsstatthalter van Braunschweig en Anhalt
WK XII Wiesbaden Jakob Sprenger, Reichsstatthalter van Hessen
WK XIII Neurenberg Adolf Wagner, Beierse minister van Binnenlandse Zaken, Gouwleider van München
WK XVII Wenen Josef Bürckel, Gouwleider van Wenen
WK XVIII Salzburg Friedrich Rainer, Reichsstatthalter van Salzburg en Karinthië
WK XX Danzig Albert Forster, Gouwleider en Reichsstatthalter van Danzig

Herstructurering 1942[bewerken | brontekst bewerken]

De verordening van 1 september 1939 werd meerdere malen herzien, dit mede omdat het militair districten elkaar overlapte met verschillende gouwen, provinciën en landen. Competentieconflicten met machtsbewuste gouwleiders, die niet tot Reichsverteidigungskommissar benoemd waren was dan ook onvermijdelijk. Om deze tijdens het verloop van de oorlog scherper wordende conflicten te neutraliseren, werd er in de "verordening over de Reichsverteidigungskommissar een standaardisering van de economische administratie" van 16 november 1942, dat de partijgouwen tot Reichsverteidigungsbezirken (RVB) maakte. Elke gouwleider werd hierna automatisch Reichsverteidigungskommissar en uit de 18 RVB werden met één slag 42 bzw. 43 RVB.

Het einde van de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Aan het einde van de oorlog, droeg het ambt van Reichsverteidigungskommissar een aanzienlijke machtsuitbreiding voor de gouwleiders en de NSDAP jegens de rijks-autoriteiten bij. De autonomie en machtsuitbreiding van de Reichsverteidigungskommissar stond tegenover de eigen betrokkenheid in de Totale oorlog, die Joseph Goebbels als "Rijksgevolmachtigde voor de totale oorlogsinzet" op 25 juli 1944 eiste nog verhoogd. De Reichsverteidigungskommissar werden daarmee definitief tot politiek en ideologisch instrument gemaakt, die de maximale mobilisatie van alle middelen in het binnenland bij het aanzien van de dreigende nederlaag tot doel had.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Stuckart, Wilhelm & von Rosen, Harry. Die Reichsverteidigung (Wehrrecht). (= Neugestaltung von Recht und Wirtschaft 40, Heft 1), 2. erw. Auflage. Leipzig 1943.
  • Hüttenberger, Peter. Die Gauleiter. Studie zum Wandel des Machtgefüges in der NSDAP. (= Schriftenreihe der Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte, Nummer 19), DVA, Stuttgart 1969, S. 152–172.
  • Diehl-Thiele, Peter. Partei und Staat im Dritten Reich. München 1969. (2. Auflage. München 1971, ISBN 3-406-02887-X.)
  • Rebentisch, Dieter & Teppe, Karl. Verwaltung contra Menschenführung im Staat Hitlers. Göttingen 1986, ISBN 3-525-36190-4.
  • Wolf, Manfred. Oberpräsidium der Provinz Westfalen. Bd. 4: Polizei, Justiz, Militär, Chef der Zivilverwaltung, Reichsverteidigungskommissar. Münster 1991, DNB 948048840
  • Blank, Ralf. Albert Hoffmann als Reichsverteidigungskommissar im Gau Westfalen-Süd, 1943-1945. Eine biografische Skizze. In: Wolf Gruner, Armin Nolzen (Hrsg.): Bürokratien. Initiative und Effizienz. (= BGNS, Band 17), Berlin 2001, S. 189–205.