Saab SF-340

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Saab SF-340
Saab SF-340 van Estonian Air
Fabrikant Saab
Type(s) 340A, 340B
Lengte 19,72 m
Spanwijdte 21,44 m
Hoogte (vanaf de grond) 6,91 m
Stoelen voor passagiers 34
Leeggewicht 8140 kg
Vleugeloppervlak 41,8 m2
Max. startgewicht 13155 kg
Motoren 2 × General Electric turboprop, 1305 kW (1750 pk) elk
Kruissnelheid 467 km/u
Kruishoogte 7620 m
Max. reikwijdte 1800 km
Eerste vlucht 25 januari 1983
Status uit productie, in gebruik
Aantal gebouwd 459
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Saab SF-340 is een klein laagdekker turboprop passagiersvliegtuig voor de korte en middellange afstand. Het toestel werd in samenwerking met Fairchild ontwikkeld. Doordat Fairchild samenwerkte met de NASA, werd er een zeer moderne vleugel ontwikkeld voor dit vliegtuig. Hierdoor heeft de SF-340 een relatief hoge snelheid en groot vliegbereik.

Historie[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat het vliegtuig in 1983 haar eerste vlucht had gemaakt, werd al na zes maanden begonnen met de serieproductie. Toen Fairchild zich in 1985, nadat er 40 toestellen geproduceerd waren, terugtrok uit de vliegtuigbouw, nam Saab zelf de productie van de tot dan door Fairchild geproduceerde vleugels en staartvlakken ter hand. Tijdens de bouw werd weinig veranderd totdat Saab in 1988 de SF-340B introduceerde. Dit vliegtuig had sterkere en zuinigere motoren die het vliegtuig betere prestaties gaven. Uit de SF-340 werd de grotere SF-2000 ontwikkeld. De laatste SF-340 werd in 1998 geproduceerd en de laatste SF-2000 in 1999, waarna Saab zich terugtrok uit de civiele vliegtuigbouw. Saab produceert sinds 2000 alleen nog militaire toestellen.[1]

KLM Cityhopper[bewerken | brontekst bewerken]

KLM Cityhopper heeft van 1990-1998 twee Saab 340 toestellen in gebruik gehad. Op 4 april 1994 crashte een KLM-Cityhopper Saab 340 vlak naast de Kaagbaan tijdens een mislukte doorstart. Het toestel keerde na opstijgen van luchthaven Schiphol terug naar de luchthaven vanwege een vermeend defect aan één motor. De instrumentatie gaf aan dat de rechtermotor te lage oliedruk had, maar de motor was in werkelijkheid nog in orde. De bemanning reageerde onjuist op de ontstane situatie, hetgeen leidde tot het noodlottige ongeval. Onder de 24 mensen aan boord waren drie doden te betreuren, waaronder de captain.