Saitō Musashibō Benkei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Saitō Musashibō Benkei (武蔵坊弁慶, 1155-1189) was een strijdende monnik die Minamoto no Yoshitsune[1] bijstond in de Genpei-oorlogen.[2] Voordat hij Yoshitsune tegenkwam, zou hij 's nachts op de Gojō-brug in Kyoto tegen verscheidene samoerai hebben gevochten, maar het was pas in zijn duizendste gevecht tegen Yoshitsune dat hij de strijd verloor. Daarna voegde Benkei zich bij Yoshitsune en streed tot de dood voor diens eer.

Hoewel hij voornamelijk wordt gezien als een personage uit een legende, is er toch een klein aantal bronnen die op zijn bestaan wijzen.

Benkei.jpg

Leven van Benkei[bewerken]

Benkei holdin a halberd.jpg

Musashibō Benkei (武蔵坊弁慶, 1155–1189) leefde tijdens de Genpei-oorlogen. Hij was reeds op 17-jarige leeftijd meer dan twee meter groot en stond bekend als iemand met de kracht om iemands schedel te breken met één hand. Ook zijn uiterlijk, dat werd beschreven als dat van een boeman, zorgde ervoor dat velen uit angst vluchtten wanneer ze hem zagen. Ondanks zijn reputatie was Benkei vredelievend. Als jongeman voegde hij zich bij een klooster, maar dat bleek niet uitdagend genoeg en hij werd uit het klooster verbannen vanwege zijn wilde gedrag. Hij bouwde dan zijn eigen eenmansklooster voor de Boeddha, net voorbij de Gojō-brug in het centrum van Kyoto, en vestigde zich op de brug als beschermer van de tempel.

Benkei op de brug[bewerken]

Een reeks gevechten werden beslecht op de Gojō-brug, en Benkei stond iedere nacht klaar om de aanvallende samoerai tegen te houden. 999 samoerai verloren hun gevecht. Hun zwaarden en pantser werden door Benkei bewaard. Bij zijn 1000ste gevecht echter verloor Benkei in een nogal uitbundige strijd tegen Minamoto no Yoshitsune. Benkei was zwaar onder de indruk en stelde zich zijn hele leven ten dienste als volgeling van Yoshitsune.

Yoshitsune[bewerken]

Yoshitsune with benkei.jpg

Minamoto Yoshitsune (1159-1189) was de zoon van Minamoto Yoshitomo (1123-1160), het hoofd van de Minamoto-clan die vermoord werd door Taira Kiyomori in de Heiji-rebellie. Yoshitsune was nog maar een kind en werd gespaard en ondergebracht in een klooster in de buurt van Kyoto, waar hij studeerde als monnik.

Op 15-jarige leeftijd liep Yoshitsune weg van het klooster om zijn halfbroer, Yoritomo, te gaan helpen tijdens de Taira-Minamoto Oorlog (1180−85). Yoshitsune was jong, maar bewees nuttig te zijn in de veldslagen tegen Kiyomori; een vijand van zijn broer. Door zijn vele overwinningen werd Yoshitsune aanzien als een waar genie. Vele van deze overwinningen hadden niet mogelijk geweest zonder de loyaliteit en brute kracht van Benkei.

Na een grote overwinning droeg Yoritomo troepen over aan Yoshitsune om ten strijde te trekken tegen zijn neef, Minamoto Yoshinaka. Yoshitsune won, nam Kyoto in beslag en viel vervolgens de overblijvende Taira groepen die rond de inlandse zee verspreid zaten aan. Hij versloeg ook deze in de lente van 1184, in de Dan no Ura-zeeslag, en werd zodoende de favoriet van de keizer in Kyoto. Na de oorlog wilde Yoritomo alle macht naar zich toetrekken, en riep zijn broer Yoshitsune uit als verrader. Hij verbande Yoshitsune, waarop deze onderdook. Toen zijn schuilplaats echter gevonden werd, stuurde Yoritomo een leger om zijn broer te vermoorden.

Toen al zijn trouwe volgelingen – op Benkei na – verslagen waren, besloot Yoshitsune dat seppuku[3]de enige correcte manier was om de oorlog te beslechten. Hij gaf Benkei het bevel het kasteel te beschermen tot hij zijn rituele zelfmoord voltooid had. Benkei ging daarop een woest gevecht aan met zijn aanvallers, die niet met man-tegen-man gevechten voorbij hem raakten en Benkei begonnen te beschieten met pijlen. Benkei overleed wel aan de pijlenregen, maar bleef rechtop staan alsof het hem niet deerde en zo duurde het nog een tijdje eer de aanvallers beseften dat ze hem konden passeren. Wanneer de aanvallers uiteindelijk arriveerden in de kamer van Yoshitsune, had deze de eervolle seppuku-ceremonie al lang vervolledigd.

Benkei in de Legendes[bewerken]

Benkei en de Tengu[bewerken]

Benkei zou volgens de legende het kind zijn van een dochter van een Bushi-familie[4] en een Tengu.[5] Als kind zou Benkei te wild zijn geweest en daarom zou zijn moeder hem op negenjarige leeftijd achtergelaten hebben op een eiland. Daar kwam hij Tengu tegen die hem de strijdkunst zouden geleerd hebben. Benkei wou echter van dit eiland af en maakte een pad uit kiezelsteentjes tussen het land en het eiland, door steentje per steentje uit zijn mouw te laten vallen.

Benkei en de klok[bewerken]

hebben gehad om de klok uit het klooster van Miidara te stelen. Eens daar nam hij de klok af haar statuut en wilde haar de berg af rollen, maar bedacht zich vanwege het lawaai dat zijn plan zou maken. In plaats van de klok de berg af te rollen, nam hij een balk en hing de klok met haar haak over de balk. Hij hees de balk over zijn schouder, zodat het leek alsof hij een Japanse lantaarn droeg. Eens hij de berg afgewandeld was, vroeg hij de monniken om eten en at de inhoud van een reuzenketel met een diameter van vijf voet. Vervolgens gaf hij een groot aantal monniken verlof en hing hij de klok op. Bij elke klokslag zou zij echter geluid hebben: ‘Ik wil terug naar Miidara. Ik wil terug naar Miidara’. Benkei was niet bestand tegen het gejammer van de klok en trachtte haar op verscheidene manieren te luiden zodat ze normaal zou slaan, maar de klok bleef bij elke klokslag jammeren tot Benkei haar terug naar de berg bracht en in een dal bij het Miidara klooster achterliet. De klok werd gevonden, terug op zijn oude plaats gehangen en niemand hoorde haar ooit nog jammeren.

Yoshitsune en de Tengu[bewerken]

Yoshitsune, die later Benkei’s meester zou worden, zat als kind ook in een klooster. Hij nam echter een voorbeeld aan zijn zelfopofferende moeder en leerde zichzelf stiekem zelfverdediging aan, zodat hij het onrecht van de Taira-clan tegenover zijn familie teniet zou kunnen doen. Op een dag was er echter een zware storm in het bos waar Yoshitsune aan het oefenen was en kwam hij een wezen tegen. Dit wezen vocht met Yoshitsune maar de jongen hield moedig stand. Voor zijn volharding prees het wezen Yoshitsune, en onthulde de koning der Tengu te zijn die naar hem toe gekomen was om hem de krijgskunst te leren. Yoshitsune aanvaardde dit als een geschenk en leerde snel. Na een paar weken kon hij al een paar kleine Tengu evenaren in een gevecht. De vijftienjarige Yoshitsune hoorde dat er op de Gojō-brug zich een wrede monnik met de naam Benkei gevestigd had, die de zwaarden en wapenrusting nam van strijders die daar wilden passeren. Yoshitsune besloot de krijgskunst van de Tengu te gebruiken en Benkei, die een plaag voor de gewone man was geworden, te doden. Hij ging naar de brug terwijl hij fluit speelde. Benkei kwam langs en zag hem, maar dacht dat er geen vuiltje aan de lucht was. Hij zag Yoshitsune als fluitist en iemand die waarschijnlijk een goed gedicht kon maken en opzeggen. Zijn onverschilligheid maakte Yoshitsune boos, waarop hij het wapen uit Benkei’s handen sloeg. Benkei nam zijn zwaard weer op en vocht terug, raakte de lucht, de grond, maar nooit zijn tegenstander. Toen Benkei door de uitputting zijn wapen kwijt raakte en zich bukte om het op te rapen, spong Yoshitsune op zijn rug en sloeg een overwinningskreet. Stomverbaasd over deze overwinning en horende dat hij een Minamoto was, vroeg Benkei om Yoshitsune voor eeuwig te mogen dienen. Benkei en Yoshitsune worden sindsdien in de legende als boezemvrienden aanzien en er was geen mooiere of meer aanbeden vriendschap dan die van deze twee.

Benkei en de toekomst[bewerken]

Benkei is vandaag de dag nog steeds een geliefd personage in Japan. Zijn goede karakter en vele verwezenlijkingen spreken tot de verbeelding van vele Japanners. Dit maakt dat hij nog vaak terug te vinden is in diverse media zoals manga, theaterstukken, nō-theater, kabuki-theater, anime, houtafdrukken, enzovoorts.

Voetnoten[bewerken]

  1. Minamoto Yoshitsune, een Genji die de meester was van Benkei alsook zijn beste vriend.
  2. Genpei-Oorlogen: Een strijd tussen de Taira en Minamoto clans in Japan tussen 1180 en 1185
  3. Seppuku wordt ook wel Hara-kiri genoemd. Het is een pijnlijke maar eervolle manier om zelfmoord te plegen in Japan. Het werd vooral toegepast door de Bushi klasse om gevangenschap te ontlopen. Ook kregen ze als krijgsgevangenen soms de keuze om seppuku te plegen in plaats van een gewone (oneervolle) doodstraf te ondergaan.
  4. Een bushi is een aristocratische krijger, voorloper van de samoerai.
  5. Uit Japanse legenden: Ondeugende bovennatuurlijke wezens die de ziel van een hoogmoedige persoon zouden hebben. Ze kunnen goed overweg met het zwaard en leven in groep. De leider heeft een rode jas en grote lange neus, de volgelingen zijn met veel en dragen eerder groen. Worden tegenwoordig vooral weergeven als kleine gevleugelde wezentjes met een lange neus en bek-achtige mond.