Samenstelling Tweede Kamer 1848-1849

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1848-1849 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen oktober 1848 en de eerste rechtstreekse Tweede Kamerverkiezingen van 30 november 1848. De zittingsperiode ging in op 17 oktober 1848 en eindigde op 13 februari 1849.

Er waren toen 58 Tweede Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Tweede Kamerleden werden verkozen voor een periode van drie jaar. Elk jaar werd een derde van de Tweede Kamer vernieuwd.

Samenstelling na de verkiezingen van 1848[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigde liberalen (21 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Regeringsgezinden (19 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (15 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Separatisten (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bij de verkiezingen van 1848 werden 18 Tweede Kamerleden gekozen.
  • Johan Rudolph Thorbecke (liberalen) behaalde bij zijn verkiezing in de Provinciale Staten van Zuid-Holland evenveel stemmen als zijn tegenkandidaat Pieter François Timmers Verhoeven (regeringsgezinden). Vermits Thorbecke de oudste van de twee was, werd hij verkozen verklaard.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1848[bewerken | brontekst bewerken]

  • 13 december: Jan Ernst van Panhuys (liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot gouverneur van Friesland. Gezien de korte resterende duur van de zittingsperiode werd er niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]