Willem Boreel van Hogelanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Willem Boreel van Hogelanden
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren Velsen, 24 maart 1800
Overleden Velsen, 24 augustus 1883
Partij moderaat of gematigd liberaal (vóór 1849);
'pragmatisch' liberaal (vanaf 1849)
Religie Nederlands Hervormd
Titulatuur Jhr.Mr.
Functies
1840 buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1842-1855 lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1847-1849;
1851-1852;
1853-1855
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal
1855-1860 Commissaris des Konings in Noord-Holland[1]
1860-1866 lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jhr. mr. Willem Boreel, 9e baronet, heer van Hogelanden (Velsen, 24 maart 1800 – aldaar, 24 augustus 1883), was een Nederlands politicus.

Hij studeerde rechten aan het Atheneum Illustre te Amsterdam en letteren aan de Hogeschool te Utrecht; daarna Romeins en hedendaags recht aan de Hogeschool van Leiden, waar hij in 1823 promoveerde op de dissertatie "De veterum jurisconsultorum honestatis studio, in quibusdam juris capitibus conspicuo".

Boreel, lid van de familie Boreel, huwde in 1833 met zijn nicht jkvr. J.M.M.P. Boreel (1813-1892) dame du palais van Koningin Sophie (1861-), dame du palais hon. van Koningin Emma (1875-). Het echtpaar had negen kinderen, onder wie Jacob Willem Gustaaf Boreel van Hogelanden.

Na een diplomatieke carrière werd hij een vooraanstaand lid van de Tweede Kamer (1842-1855) en Kamervoorzitter (1847-1848, 1851). Als voorzitter van de Tweede Kamer werd hij op 13 maart 1848 door Koning Willem II ontboden om het oordeel van de Tweede Kamer te geven over een herziening van de Grondwet.

Na vijf jaar commissaris des Konings in Noord-Holland te zijn geweest (1855-1860) weigerde hij in 1856 het ministerschap van het departement van Buitenlandse Zaken, maar keerde in 1860 terug in de landelijke politiek als lid van de Eerste Kamer (tot 1866).

Hij was vanaf 1824 lid van de Ridderschap van Holland. Op 1 mei 1860 volgde zijn benoeming tot Minister van Staat.

Hij werd benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Hij overleed op huis Waterland te Velsen, waar hij ook was geboren.

Voorganger:
G.I. Bruce
Voorzitter van de Tweede Kamer
1847-1849
Opvolger:
J.K. baron van Goltstein
Voorganger:
A.J. Duymaer van Twist
Voorzitter van de Tweede Kamer
1851-1852
Opvolger:
W.H. Dullert
Voorganger:
W.H. Dullert
Voorzitter van de Tweede Kamer
1853-1855
Opvolger:
D.Th. Gevers van Endegeest
Voorganger:
D.J. van Ewijck van Oostbroek van de Bilt
Commissaris van de Koning van Noord-Holland
1855-1860
Opvolger:
H.H. baron Röell