Schaak 960

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schaak 960 of Chess960, ook wel Fischer Random Chess genoemd, is een variant van het schaakspel waarbij de beginopstelling door het lot wordt bepaald. Bobby Fischer, die Schaak 960 in 1996 introduceerde, heeft met deze variant voortgeborduurd op shuffle chess, dat al veel langer bestaat.

Er zijn 960 mogelijke beginopstellingen, vandaar de naam. Doordat de beginopstelling door het lot wordt bepaald, kunnen de spelers niet vertrouwen op de bekende openingstheorie. Als je niet weet met welke beginopstelling je gaat spelen, kun je je daar niet op voorbereiden en moet je vanaf de eerste zet achter het bord iets bedenken. Een speler kan dus niet meer "verliezen van de openingstheorie", als tegen een menselijke tegenstander wordt gespeeld.

Beginopstelling[bewerken]

8 qd nd rd bd bd kd rd nd
7 pd pd pd pd pd pd pd pd
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl pl pl pl pl pl pl
1 ql nl rl bl bl kl rl nl
a b c d e f g h
Een van de 960 mogelijke aanvangsstellingen
  • De plaatsing van de witte stukken op de eerste rij wordt door het lot bepaald. Hierbij geldt de restrictie, dat er altijd een toren links en een toren rechts van de koning staat (eventueel met andere stukken ertussen). Bovendien staan de lopers op velden van een verschillende kleur. Zodoende zijn er 960 verschillende beginopstellingen mogelijk, vandaar de naam.
  • De stukken van zwart staan gespiegeld en in dezelfde volgorde. Dus tegenover bijvoorbeeld een wit paard op f1 staat een zwart paard op f8.
  • De pionnen staan zoals gebruikelijk op de tweede en de zevende rij.
  • De zetmogelijkheden van de stukken zijn onveranderd, behalve wat betreft de rokade.

De beginopstelling van het klassieke schaakspel is een van de 960 mogelijkheden. Men kan denken dat het wezenlijk geen verschil maakt als de stukken in spiegelbeeld worden opgesteld, zodat er eigenlijk maar 480 varianten zijn, maar door de regels voor de rokade (zie verderop) is er wel degelijk verschil. Elke beginopstelling heeft zijn eigenaardigheden, waarbij de bekende openingstheorie niet meer van toepassing is.

Bij het klassieke schaken zijn in de beginopstelling alle stukken en pionnen gedekt, behalve de torens. Bij Chess960 kan dat heel anders uitpakken. De zwakke ongedekte pionnen vormen een belangrijk aandachtspunt in de opening.

Rokeren[bewerken]

Bij Schaak 960 is ook een rokade gedefinieerd. Rokeren gebeurt met de koning en een van de twee torens, die op het gebruikelijke doelveld terechtkomen als de rokade is uitgevoerd.

De benamingen "lange" of "korte" rokade en rokade "op de koningsvleugel" of "op de damevleugel" zijn bij Chess960 wat verwarrend. Men spreekt liever van rokade "op de a-vleugel" of "op de h-vleugel".

Onderstaande regels gelden voor de witspeler:

  • Lange rokade (op de a-vleugel): met de koning en de toren die links van de koning staat. Koning naar c1 en toren naar d1.
  • Korte rokade (op de h-vleugel): met de koning en de toren die rechts van de koning staat. Koning naar g1 en toren naar f1.

De voorwaarden voor rokeren lijken op het klassieke schaken:

  • De koning en de betreffende toren mogen niet zijn verplaatst ten opzichte van de beginopstelling.
  • De koning mag niet schaak staan, en de velden die de koning passeert mogen niet aangevallen staan. In het uiterste geval (koning op de b-lijn, rokade op de h-vleugel) moet de koning vier velden passeren.
  • Het doelveld en de velden die door de koning en de toren worden gepasseerd, moeten leeg zijn, afgezien natuurlijk van de koning en de betreffende toren zelf.

Merk op dat soms alleen de koning of alleen de toren wordt verplaatst. Het is zelfs mogelijk dat koning en toren van plaats wisselen en dan is de rokade reeds bij de eerste zet mogelijk.

Verplaatst een speler in het klassieke schaakspel de koning over twee velden, dan weet men dat hij bezig is om te rokeren. Bij Schaak 960 kan een misverstand ontstaan als de koning een enkele stap opzij doet en de rokade te traag wordt uitgevoerd. Daarom is het aan te bevelen een rokade aan te kondigen: "Ik ga nu rokeren." Een andere mogelijkheid is: neem de koning van het bord, verplaats de toren en zet de koning op de definitieve plek.

Vanaf het moment dat de witte en de zwarte koning beiden niet meer kunnen rokeren, is dezelfde theorie bruikbaar in twee van de 960 door links/rechtssymmetrie gerelateerde beginstellingen. Door het ontbreken van de rokade als mogelijke zet ontstaat een perfecte symmetrie. Een computerschaakprogramma kan hier rekening mee houden.

Notatie en computerinvoer[bewerken]

De notatie van de rokade is als gebruikelijk: o-o-o voor de rokade aan de a-zijde en o-o aan de h-zijde.

Bij computerprogramma's moet de invoer vaak in de vorm van een gewone zet worden ingevoerd, bijvoorbeeld Ke1-c1, of door met de muis te klikken op e1 en c1. Bij standaardschaak is het dan voor het computerprogramma duidelijk dat er een rokade wordt uitgevoerd, maar bij Chess960 niet altijd. Een oplossing daarvoor is te doen alsof de toren met de koning wordt geslagen. Dus als de koning en de toren op g1 en b1 staan, dan geeft men Kg1-b1 op. Het computerprogramma begrijpt dan dat er een rokade bedoeld is en speelt Kg1-c1 en Tb1-d1.

De aanvangsstelling bepalen[bewerken]

De aanvangsstelling kan vooraf door de toernooileiding worden vastgesteld. Andere mogelijkheden zijn:

Dobbelsteenprocedure[bewerken]

Om de stukken willekeurig op te stellen kan men een dobbelsteen gebruiken. De procedure is als volgt:

  • Gooi met de dobbelsteen en zet, afhankelijk van de worp, een witte loper op het 1e, 2e, 3e of 4e zwarte veld van de eerste rij. Wordt 5 of 6 gegooid, gooi dan opnieuw.
  • Gooi met de dobbelsteen en zet, afhankelijk van de worp, een witte loper op het 1e, 2e, 3e of 4e witte veld. Wordt 5 of 6 gegooid, gooi dan opnieuw. Er zijn nu nog zes velden vrij.
  • Gooi met de dobbelsteen en zet, afhankelijk van de worp, de witte dame op het aangeduide veld. Sla bij de telling de velden over waarop al een stuk staat.
  • Gooi met de dobbelsteen en zet, afhankelijk van de worp, een wit paard op het aangeduide veld. Sla bij de telling de velden over waarop al een stuk staat. Wordt 6 gegooid, gooi dan opnieuw.
  • Gooi met de dobbelsteen en zet, afhankelijk van de worp, een wit paard op het aangeduide veld. Sla bij de telling de velden over waarop al een stuk staat. Wordt 5 of 6 gegooid, gooi dan opnieuw.
  • Er zijn nu op de eerste rij nog drie velden vrij. Zet de koning op het middelste veld en de torens op de twee andere.
  • Zet de zwarte stukken op de achtste rij, in dezelfde volgorde als de witte stukken.
  • Zet de pionnen als gebruikelijk op de tweede en zevende rij.

Door de spelers[bewerken]

De twee spelers zetten om beurten een wit stuk op het bord, uiteraard met inachtneming dat de lopers op verschillende kleur moeten staan en dat de koning tussen de torens moet staan. Daarna worden de zwarte stukken en de pionnen op het bord gezet en kan het spel beginnen.

Het getal 960[bewerken]

Het getal van 960 is eenvoudig als volgt te berekenen.

  • Voor één loper zijn 4 witte velden beschikbaar op de eerste rij, voor de andere loper 4 zwarte velden.
  • Daarna zijn voor de dame nog 6 velden beschikbaar.
  • Daarna zijn er vijf velden beschikbaar voor twee paarden. Dat geeft (5×4)/2=10 mogelijkheden.
  • Daarna worden toren + koning + toren, in die volgorde op de drie resterende velden geplaatst. Dat kan slechts op één manier.

Vermenigvuldiging van deze factoren geeft 4 × 4 × 6 × 10 × 1 = 960 mogelijkheden om de stukken op de eerste rij te plaatsen. Een daarvan is de klassieke beginstelling.